Hoe verandert VR ons?

Interessante observatie van journalist Clemens Setz over zijn ervaring in een VR-themapark in Tokyo. Bij een spel waarbij hij een katje uit een boom moet redden door over een wankele plankenconstructie te lopen hoog boven de drukke stad, merkt hij dat zijn bewustzijn wel móet omschakelen omdat de ervaring té echt aanvoelt. En dus moet hij een deel van zijn bewustzijn aanboren – een deel doodsverachting – dat hij in het echte leven waarschijnlijk nooit zou hebben ervaren:

Ik begreep dat ik iets in mij moest activeren wat er tot op heden nooit was geweest en wat, zoals ik met verwondering vaststelde, aanvoelde als ware doodsverachting, zelfs een beetje als een ware doodswens. Ja, ik moest innerlijk ‘willen vallen’ om het spel zelfbewust te kunnen spelen. De gewoonlijke dissociatie, ‘er kan toch niets gebeuren’, het innerlijke baken waarop ik eigenlijk had vertrouwd, kwam namelijk gewoonweg niet. Ik kon mezelf niet op elk vlak overtuigend duidelijk maken dat dit niets meer was dan een simulatie. Iets heel machtigs in mij verzette zich tegen dat inzicht. Dus moest ik, als ik hier niet weer als een klein kind wilde verstijven (de mensen in de andere dimensie ‘zagen me toch!’), de tegengestelde weg volgen en ‘op mijn zintuigen vertrouwen’. En als die me de werkelijkheid presenteerden, dan was de weg voor me alleen te bedwingen als het me allemaal niets meer kon schelen, als ik er op zijn minst voor de duur van dit spel geen probleem mee had om in de afgrond te vallen. Dat schakelaartje in mezelf omzetten bleek verrassend eenvoudig. Het ging bijna zonder weerstand. Maar het was, ook dat werd ik bij deze gelegenheid gewaar, tot nog toe nooit omgezet. Met de dimensie-overstijgende speelgoedkat in de hand zette ik dus de noodzakelijke stappen terug, vanbinnen tijdelijk levensmoe en afgestompt.

Photo by Martin Sanchez on Unsplash

Advies in concurrentiestrijd met China om technologie: Blijf achterlopen

Daniël Mugge, hoogleraar Politieke Arithmetiek, stelt dat het beter zou zijn om de wedloop rondom technologie met China gewoon besluiten te verliezen. Waarom in godesnaam? Nou, omdat je dan op de eerste plaats als EU je eigen normen en waarden kunt behouden – privacy bijvoorbeeld. Dat zou op de tweede plaats ook nog eens voor een stevige concurrentiepositie kunnen zorgen, aangezien ethisch consumeren iets is dat bij steeds meer consumenten hoog in het vaandel komt te staan.

In een open wereldwijde tech-wedstrijd legt Europa het af tegen zijn concurrenten.Tot nu toe wordt die positie vooral betreurd – een teken van Europese zwakte. Maar het is iets om trots op te zijn. Hier zijn democratie en burgermaatschappij sterk genoeg ontwikkeld om de rechten en vrijheden van onze medemensen niet ondergeschikt te maken aan doorgeslagen tech-fantasieën of de digitale begeertes van autoritaire machthebbers. Als dat betekent dat geen Europees bedrijf de competitie met Facebook of een Chinese KI-grootmacht aankan, zij het zo. Wie weet kan je elders in de wereld je koffie binnenkort met een scan van je iris betalen, terwijl je hier nog je smartphone nodig hebt. Ik vind het best, als zo mijn vrijheid gewaarborgd blijft.

De politieke nadruk moet dan ook niet liggen op mondiale concurrentie met Amerikaanse of Chinese digitale producten, maar bij beschermde, Europese versies die wél aan onze normen en waarden voldoen. Denk aan bewakingssystemen voor openbare ruimte die jouw privacy wél respecteren, of aan verzekeringsmaatschappijen die juist níet alle beschikbare data over jou benutten om jouw gedrag te voorspellen. Om die tot bloei te laten komen zullen we de grote gevestigde spelers uit China en de VS buiten te deur moeten houden. Maar een selectieve digitale de-mondialisering is een kleine prijs te betalen om onze eigen normen en waarden ook in het digitale tijdperk te behouden.

Waarom Apple onze redder zou kunnen zijn

Ik schreef al eerder over Tristan Harris, voormalig tech-ethicus bij Google en nu vooral ons geweten-op-pootjes over hoe onze technologie nu onevenredig veel van onze aandacht opslurpt. Hier lees je de nieuwsbrief Een kwaliteitskeurmerk voor technologie terug.
Maar nu las ik laatst een prachtig interview van Wired met hem – en is onlangs een tweede TEDtalk die hij hield online gekomen – waarin Harris zijn ideeën helderder verwoordt dan ooit en ook nieuwe ideeën te berde brengt. Kortom, een mooie aanvulling op m’n eerdere nieuwsbrief en zeker leesvoer dat je gelezen moet hebben. Ik vis de belangrijkste punten er voor je uit.

Continue reading

Tech die je emoties leest, worden we daar beter van?

Willen we technologie zo ontwerpen dat deze minder van onze aandacht vergt, dan is één van de manieren om het persoonlijker toegesneden op ons te maken. Maar hoe ver wil je daarin gaan? Onze emoties zijn één van de meest persoonlijke zaken van een mens. Affective computing onderzoekt hoe computers menselijke emoties kunnen herkennen, interpreteren en ook kunnen simuleren. Een zelfrijdende auto die je moederlijk het advies geeft om beter niet te gaan rijden omdat je te stressvol bent na aan aanvaring op het werk…zou jij dat willen?

Continue reading

Relatietherapie stap 3: Stel jezelf open

Het moge duidelijk zijn uit de afgelopen edities dat onze relatie met onze technologie momenteel niet al te best is. Maar de illusie is nog in stand. We hebben nog steeds het beeld dat we elke nacht in bed stappen met die prachtige Ryan Gosling, terwijl het inmiddels na al die jaren een rimpelig aardappelzakje geworden is die continue om onze aandacht zeurt. Tijd voor relatietherapie.
Er is nog één belangrijke drempel te nemen in deze relatietherapiesessie: Hoe wij moderne mensen relaties beschouwen.
ryan-gosling3
Filosoof Mark Rowlands stelt dat we een heel gesloten beeld hebben van onszelf. Jij – de essentiële en blijvende jij – bent wat je bent, onafhankelijk van je relatie tot iemand of iets anders. Wat bepaalt wie de persoon is die je bent, is uitsluitend een kwestie van wat er in jou gebeurt. Wat er buiten je gebeurt – je relaties met de wereld om je heen en de mensen erin – heeft geen invloed op wie en wat je werkelijk bent.
Deze moderne opvatting van het zelf of identiteit komt er in feite op neer dat al je relaties met anderen niet van wezenlijk belang voor jou zijn. De wereld en de mensen erin kunnen je causaal beïnvloeden – ze kunnen je bepaalde dingen laten denken, voelen en doen – maar ze hebben geen effect op de identiteit van de persoon die je bent. De banden die je hebt met anderen zijn identiteitsreflecterend en niet identiteitsvormend. De banden weerspiegelen wie je bent, maar ze vormen je niet.
Hoewel we bijna alles als een relationele entiteit beschouwen – iets dat gedefinieerd wordt door relaties met dingen erbuiten (zoals een creditcard gedefinieerd wordt door je bankrekening, de winkels die ‘m accepteren en het internationale bancaire verkeer dat het allemaal mogelijk maakt) – blijven we onszelf hardnekkig beschouwen als niet-relationele, gesloten eenheden. Monades noemt Rowlands ons, met een verwijzing naar de zeventiende-eeuwse Duitse filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716). Volgens Leibniz was een monade iets wat niet kan worden verdeeld in iets anders en waarvan de essentiële aard niet afhankelijk was van de verhouding tot iets anders.
En dus zien we volgens Rowlands onze relaties – hij heeft het over mensen, maar volgens mij kun je het ook doortrekken tot de technologie waarmee we ons omgeven – als een jas die je aan of uit kunt trekken. Maar dat is volgens Rowlands geen recept voor een succesvolle relatie:
Een relatie met een levenspartner werkt niet omdat die je zelfbevestiging biedt, de bevestiging of zelfaccentuering van een ik dat al voor de relatie bestond. Nee, die relatie werkt als ze je iets heel anders biedt: iets buiten jezelf wat zo belangrijk is dat je zónder dat een andere persoon zou zijn.
Misschien moeten we mister Tech dus niet alleen als extensie van onszelf beschouwen, maar juist waarderen om z’n Anders-heid. Wat unieks geeft onze technologie je waarzonder jij jezelf niet meer zou zijn?
Lees hier stap 2 Zie je partner voor vol aan’ en stap 1 ‘Weg met automatische denkbeelden‘ van deze relatietherapiesessie met mr. Tech.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Relatietherapie stap 2: Zie je partner voor vol aan

Het moge duidelijk zijn uit de afgelopen edities dat onze relatie met onze technologie momenteel niet al te best is. Maar de illusie is nog in stand. We hebben nog steeds het beeld dat we elke nacht in bed stappen met die prachtige Ryan Gosling, terwijl het inmiddels na al die jaren een rimpelig aardappelzakje geworden is die continue om onze aandacht zeurt. Tijd voor relatietherapie.
‘Ze ziet me gewoon niet meer!’ Jaja, we zijn bij de volgende stap beland van onze relatietherapie: mister Tech als volwaardige ander zien.
Wat bedoel ik daarmee? Waar technologie eerst wellicht als een tool fungeerde, is het nu uitgegroeid tot iets waardoor we ons ontwikkelen en dat impact heeft in welke richting we ons ontwikkelen.
ryan-gosling2
“Google-filosoof’ Luciano Floridi stelt dat we daarom een bijscherping nodig hebben van ons beeld van technologie. We moeten beseffen dat we middenin een Vierde Revolutie zitten. We zijn niet het centrum van het universum (zoals Copernicus bewees), het biologische koninkrijk (zoals Darwin liet ziet), of onze rationaliteit (Freud onttoverde deze illusie), noch het centrum of de heerser van onze informatiesamenleving die moeten delen met technologie. Kukel maar even van je troon af.
Hierin echoot het idee van de actor-netwerk theorie van Bruno Latour door, die geen onderscheid meer maakt tussen mensen en dingen, maar ze allebei als actoren benoemt. Als je de oorspronkelijke terminologie weghaalt, wis je hiermee ook een impliciete hiërarchie, en kun je makkelijker zien welke relatie we inmiddels met technologie hebben.
Zelf vind ik het Japanse concept ‘Ma’ een prachtige vertaling van deze relatie. In ‘Ma’ verdwijnt ook het onderscheid tussen mensen en dingen. Waar het in het Westen draait om een vast afgebakend subject of object, is in een Oosterse samenleving ‘Ma’ veel belangrijker. ‘Ma’ is de ruimte ‘in between’. In het Westen is ruimte tussen mens en ding een leegte, een niets tussen de dingen. ‘Ma’ is juist vol met interactie en dynamiek: hierin komen we juist tot stand als entiteit in relatie met onze omgeving.
** Overigens wil ik hierbij de aantekening maken, dat hoewel onze relatie met (informatie)technologie zeker is veranderd, we natuurlijk al eeuwenlang – vanaf het begin der tijden – op een bepaalde manier worden door onze technologie. Wat dacht je van de technologie van de landbouw die het mogelijk maakte om ons in gemeenschappen te vestigen i.p.v. steeds door te moeten trekken als jagers?
Lees hier stap 3 ‘Stel jezelf open en stap 1 ‘Weg met automatische denkbeelden van deze relatietherapiesessie met mr. Tech.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Relatietherapie stap 1: Weg met automatische denkbeelden

Het moge duidelijk zijn uit de afgelopen edities dat onze relatie met onze technologie momenteel niet al te best is. Maar de illusie is nog in stand. We hebben nog steeds het beeld dat we elke nacht in bed stappen met die prachtige Ryan Gosling, terwijl het inmiddels na al die jaren een rimpelig aardappelzakje geworden is die continue om onze aandacht zeurt. Tijd voor relatietherapie.

ryan-gosling

Het vervelende van relatietherapie is dat je er vol ideeën naartoe gaat over wat de ander fout doet, dat je therapeut dat allemaal begripvol knikkend aanhoort, en vervolgens zegt: ‘En wat is je eigen rol hierin?’
Ja, als we willen dat mister Tech zich wat beter gedraagt, dan moeten we toch echt eerst eens kijken naar wat voor relatie we eigenlijk met ‘m hebben en hoe wij daarin staan.
Want als wij willen dat technologie die perfecte Ryan Gosling wordt die zonder het te hoeven vragen zorgt voor waar je behoefte aan hebt, en met wie je het leven van je dromen kunt leiden – kortom: technologie die echt als extensie van onszelf kan dienen – dan moeten we deze wél de juist rol geven.
We vinden het namelijk maar lastig om te accepteren dat onze tech onze sociale relaties, onze manier van werken/wonen en leven, – kortom: onszelf- , verandert, en grijpen al snel terug naar ouderwetse concepten. ‘Voor een écht goed gesprek moet je je smartphone buiten beeld houden.’ Terwijl een gesprek enorm verrijkt kan worden doordat je iets kunt opzoeken online, of je foto’s van die vakantie kunt laten zien, of je favoriete muziek kunt laten horen.
Misschien vind jij het prettiger om niet alles te googlen, terwijl ik dat een verrijking van mijn gesprekken kan vinden. Waar het om gaat, is dat we niet automatisch moeten vervallen in geijkte beelden van hoe het zou moeten, maar vooral een persoonlijke morele code moeten vormen van wat wij een goede relatie met onze technologie vinden.
Lees hier stap 3 Stel jezelf open‘ en stap 2 ‘Zie je partner voor vol aan‘ van deze relatietherapiesessie met mr. Tech.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Shannon Vallor – 12 deugden voor de tech-mens

Hoogleraar Shannon Vallor, auteur van het boek ‘Technology and the virtues. A philosophical guide to a future worth wanting’ voorziet dat we niet alleen betere technologie nodig hebben, maar vooral ook dat we betere mensen nodig hebben om een goede, duurzame toekomst te creëren.

“We need more than better technologies, we also need better humans: skills, resoning abilities to manage techno-social power. We don’t have that now. How does the set of virtues for 21th century look like? “

In deze video beschrijft ze 12 deugden die de moderne mens nodig heeft, ik heb ze onder de video uitgeschreven.

Technomoral honesty: how to be honest in a world in which information is mediated through tech. A reliable disposition to express respect for thruth in techno-social context, especially in information practices.  

Technomoral selfcontrol: An examplary ability to choose, and to desire for their own sakes, those technosocial goods and experiences that contribute most to human flourishing. Essential for a world in which manipulation of desire and addiction by design are widespread practices.

Technomoral humility: recognition of the limits of technosocial knowledge and ability, respect for universe’s retained power to surprise and confound us. Renunciation of blind faith in the human capacity for technical mastery and ability to control the world. Essential for dealing with complex systems that resist human inspection or accurate prediction (e.g. machine learning algoritms, ecosystems, economies).

Technomoral justice: a reliable disposition to seek a fair distribution of the benefits and risks of new technologies, and a steady concern for how emerging technologies may impact the basis human rights, dignity or welfair of individuals and groups. Essential in a world with great disparities in technoscientific knowlegde, wealth and power.

Technomoral courage: a reliable disposition towards intelligent fear and hope, with repect to the moral and material dangers and opportinities represented by emerging technologies. Strikes the mean between techno-optimism and techno-pessimism – essential for responsible and prudent assesment of technosocial risk and promise.

Technomoral empathy: a cultival openness to being morally moved to caring action by the plight of other members of our technosocial world. Essential for combating moral apathy, passivity and abuses of technosocial power.

Technomoral care: a skillfull, attentive, responsible and emotional responsive disposition to personally meet the needs of those with whom we share our technosocial environment. Essential for a world in which ICT’s increasingly mediate natural caring relations such as parenting and friendship.

Technomoral civility: a sincere disposition to live well with other citizens of a globally networked information society: to collectivily and wisely deliberate about technosocial action and politics, and to work cooperativily toward those goods of technosocial life that we seek and expect to share with others.

Technomoral flexibility: a reliabable and skillull disposition to modulate action, belief and feeling as called for by novel, unpredictable or unstable technosocial conditions. An essential virtue for coping with acute technosocial opacity and increasingly rapid pace of technosocial change.

Technomoral perspective: a reliable disposition to attend and grasp technosocial events as meaningfull parts of a moral whole. Essential for holding in view technomoral concerns that are global in scope and that unfold over many generations. A critical factor in assessing technosocial risks and weighing technomoral trade-offs.

Technomoral magnanimity: a reliable dispistion toward technomoral leadership and nobility of purpose that trancends petty, parochial and temporary interests.

Technomoral wisdom: a general condition of well-cultivated and intregated technomoral expertise that embodies all of the virtues of character that we need, individually and collectively, in order to live well with emerging technologies.

Technologie als tool: wij staan aan het stuur

Een prachtig citaat van José Ortega y Gasset uit 1939 uit z’n boek ‘Meditatión de la Técnica’ (Man the technician) die weer even goed op scherp zet welke plek technologie zou moeten innemen in ons leven:

[…] technology is, stricly speaking, not the beginning of things. It will mobilize it’s ingenuity and perform the task life is. It will – within certain limits of course, succeed in realizing the human project. But technology does not draw up that project, the final aims it has to pursue come from elsewhere.

Waar komen deze doelen dan vandaan? Van ons, vanuit het besef welk leven we willen nastreven, voor onszelf en onze kinderen en hoe technologie daarbij een gereedschap kan zijn.

Ortega