De stad als domein voor drones, maar van wie is de lucht dan?

Drones zullen sneller dan je denkt opduiken in het straatbeeld van de stad. Voor Stadsleven schreef ik een blog over de vraag die hiermee opkomt: van wie is eigenlijk de lucht boven de stad? Moeten we bang zijn voor privatisering van ons luchtruim?

We leven al bijna in dronecity

Een stad vol drones als vogels in de lucht, kun jij het je voorstellen? Dat is de toekomst die designstudio Superflux voor zich ziet in de korte film Drone Aviary, die overigens helemaal gefilmd is met een drone.

Hoe ver staat dit kunstproject eigenlijk nog af van de realiteit? Waar drones oorspronkelijk als wapen gebruikt werden, en nu geliefd zijn bij hobbyisten, is de komende generatie drones helemaal toegerust om ook de stad van dienst te kunnen zijn. Met lichtgewicht radio’s en camera’s, en krachtige lithium batterijen hebben de huidige professionele drones al vele mogelijkheden. Maar de échte grote stap gaat kunstmatige intelligentie zijn: als drones autonoom kunnen vliegen – dus zonder een menselijke bestuurder nodig te hebben.

Drones kunnen dan allerlei publieke taken, zoals van de politie of zorg, overnemen of aanvullen. Zo wil de gemeente Enschede graag drones inzetten als toezichthouder om de campus van de Universiteit Twente en bedrijventerreinen te laten bewaken door een autonome drone. Als er een melding is van brand of inbraak, vliegt de drone er automatisch heen om beelden te maken, die live naar de meldkamer gestuurd kunnen worden. De Amerikaanse politie gaat een stap verder. Deze is momenteel samen met fabrikant Taser International aan het onderzoeken of drones met stroomstootwapens uit te rusten zijn. In North Dakota mag de politie al sinds vorig jaar boven de hele staat drones gewapend met tasers, traangas en zelfs rubberen kogels inzetten, zolang het wapen niet dodelijk is.

Ook in de zorg kunnen drones van betekenis zijn. Drones kunnen wegen monitoren en ambulance personeel waarschuwen bij ongelukken. Of er kan een ambulance drone naartoe worden gestuurd, zoals onderstaand ontwerp van de TU Delft, die niet alleen sneller de plek van het ongeval kan bereiken doordat deze er rechtstreeks naartoe kan vliegen, maar ook moeilijker bereikbare plekken aankan. Daarom zien bedrijven niet alleen mogelijkheden voor dit soort drones in steden, maar vooral in landen als Rwanda waar de wegen notoir slecht zijn en de afstanden groot. Zo brengt de drone van Zipline, een startup uit Silicon Valley, al bloed naar klinieken op het platteland en maakte de beroemde architect Norman Foster vorig jaar op de architectuurbiënnale in Venetië furore met zijn ontwerp voor een mobiel dronevliegveld waar drones kunnen worden op- en ingeladen.

Commerciële partijen zien toekomst in de drone stad

Niet gek dus dat grote commerciële partijen zoals Amazon en Google hun pijlen richten op drones. Amazon ontwikkelt momenteel tal van drones die pakketjes moeten gaan bezorgen. Deze drones zijn geschikt voor verschillende situaties, zoals drones die bij droog weer vliegen of in de regen, in dorpen of in steden en die landen in achtertuinen of tegen flatgebouwen. Google werkt sinds 2012 aan Project Wing, ook een bezorgdrone, die verticaal kan opstijgen en landen. Project Wing moet in 2017 gaan lanceren. Ook Amazon is druk bezig met testvluchten in Canada, Australië en sinds kort ook in het Verenigd Koninkrijk. Ondertussen zijn ook al patenten aangevraagd voor een soort zeppelin in de lucht als vliegend warenhuis waarvanuit de drones bevoorraad kunnen worden (Amazon) en een karretje op wieltjes die de pakketjes uit de lucht kan ‘vangen’ en zo veilig tot je voordeur kan rijden (Google).

In onderstaande video zie je de ultieme nachtmerrie van drone-commercie. Dronevertising’ was een trial campagne bedacht door het Russische bureau Hungry Boys voor de Chinese noodlebar Wokker. Posters met reclame voor noodle- en rijstgerechten zweefden op drones voor de ramen van kantoren in Moskou’s financiële district, gericht op lunchtijd wanneer zoals de claim luidde ‘veel mensen vergeten om te stoppen met werken om te eten’.

Komt onze publieke lucht ruimte in het geding?

Nu de ontwikkeling van commerciële drones zo’n vlucht heeft genomen, beginnen mensen zich zorgen te maken of steden wel goed genoeg de publieke belangen behartigen en zich niet blindstaren op de grote beloftes van de bedrijven.

Onderzoekers Bradley L. Garrett en Adam Fish schreven 12 december een bijdrage voor The Guardian waarin ze het sluipende gevaar van de privatisering van ons luchtruim bespreken. Waar de regels voor het vliegen van drones in het Verenigd Koningrijk (net als in Nederland) helder en gelijk voor iedereen waren (namelijk drones moeten in het zicht van de piloot blijven, 50 meter verwijderd van mensen, gebouwen en vliegvelden), krijgen commerciële bedrijven als Amazon en Google nu opeens toestemming om wél testvluchten met hun autonome drones (waar dus geen piloot bij betrokken is) uit te voeren.

“Urban airspace is being radically reshaped by the proliferation of drones – a process which is quickly slicing the air into private strips. Urban citizens are at risk of losing access to a valuable public resource as corporations are given prioritisation in the skies above our heads.”

Bovendien is onlangs aangekondigd dat bezorgingen per drone worden toegestaan aan de inwoners van the Spire in Londen, een wolkenkrabber in aanbouw van 800 miljoen vlakbij de Canary Werf, waar de woningen zoals je kunt raden vooral voorbestemd zijn voor de rijkeren der aarde:

“This would require an exemption to the CAA rules about flying in congested areas. Just as skyscrapers have become a visible marker of social inequality in the UK, the ability to fly will also be granted according to privilege, further solidifying the relationship between height and power in the capital.”

En dat de gevaren van privatisering van het stedelijk luchtruim mogelijk nog verder kunnen reiken, hebben Garrett en Fish zelf ervaren tijdens hun eigen dronevlucht:

“Lifting off from a grassy, flat expanse next to the river Thames, we quickly vaulted to the height of a 30-storey building and began capturing slow, sweeping images from a bird’s-eye view. But then a security guard emerged from the building and ran towards us. “You can’t fly that here,” he yelled. We were keeping the drone within our line of sight, as per Civil Aviation Authority (CAA) regulations, and my co-flyer Adam Fish responded: “Sorry but we can. We checked the regs and we are 50 metres from the building, and this isn’t a congested area.” Adam showed him a map. Then the security guard looked up at the drone hovering over the building, and said: “Yeah, but we own it.” “You own what?” Adam replied. “The air, mate. We own the air.”

De oneerlijkheid van de toekomst: de digitale kloof

De huidige stad blijkt gebouwd op verschillen. In Stadsleven De oneerlijke stad’ onderzoeken we waar de oneerlijkheden van deze tijd zitten. Maar waar zit de oneerlijkheid van de toekomst? In de digitale kloof tussen de mensen die tech-savy zijn en de rest. 

Vorig week kwam het rapport ‘Werken aan de robotsamenleving van de Haagse denktank het Rathenau Instituut uit. Een onderzoek naar de relatie tussen technologie en werkgelegenheid in opdracht van de Tweede Kamer. De aanleiding? De uitspraken van minister Lodewijk Asscher eind september 2014 op het jaarlijkse congres van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Asscher stelde dat robotisering een verwoestende invloed heeft op de werkgelegenheid en extreme ongelijkheid bevordert. Robots zullen volgens hem steeds interessanter zijn voor werkgevers als alternatief voor werknemers omdat ze ’toegankelijker, betrouwbaarder en goedkoper zijn, 24 uur per dag kunnen werken, nooit ziek zijn, niet zeuren om loonsverhoging en niet staken’.

Still uit de Zweedse televisie-serie 'Real Humans' die de rol van robots in de samenleving onderzoekt. Photo: Johan Paulin

Still uit de Zweedse televisie-serie ‘Real Humans’ die de rol van robots in de samenleving onderzoekt. Photo: Johan Paulin

Continue reading

Waarom dubbeltjes nooit kwartjes worden

Wat als het nooit mogelijk is om een meer eerlijke samenleving te creëren omdat je sociaal-economische positie al vastligt bij je geboorte? Ik schreef voor Stadsleven ‘De oneerlijke stad’ een blog over de verborgen oneerlijkheid van deze tijd: je genen.

Oneerlijkheid, een thema dat sinds een jaar hoog op de economische agenda staat én in de media flink wordt bediscussieerd. Het ene na het andere baanbrekende werk over verdeling van inkomsten en vermogen verschijnt – de Franse econoom Thomas Piketty wordt inmiddels als rockster betiteld door TegenlichtWaar eerst de overtuiging heerste dat de vrije markt iedereen geeft waar hij/zij recht op heeft, wijzen nu vele rapporten en onderzoeken van de Wereldbank, het IMF en de OESO op de gevaren van ongelijkheid. En ook op het niveau van de stad wordt druk getwist over wat oneerlijkheid en daarmee eerlijkheid in zou houden: van woningmarkt, tot etnische ongelijkheid, tot zzpers die benadeeld zouden worden, tot een groeiende digitale kloof die mogelijk tot ongelijkheid leidt. 

Hoewel de discussie dus al flink op gang gekomen is, blijven er oneerlijkheden die zich zover onder het oppervlakte afspelen dat ze buiten beeld blijven, terwijl ze grote invloed hebben. Zo blijkt waar je wiegje heeft gestaan belangrijker dan we denken. Privilege is het woord dat je niet mag zeggen – zeker niet in een land als Nederland waar je de burgemeester vrolijk bij z’n voornaam begroet als ie langsfietst-  maar wél speelt.

Waar je wiegje staat bepaalt je succes in het leven

De laatste weken circuleert de strip On a plate. A short story about privilege van Thomas Morris op het internet waarin hij op pijnlijke wijze duidelijk wordt dat het gezin waarin je geboren bent en de kansen die uit deze sociaal-economische positie voortvloeien van veel grotere invloed zijn dan met hard werken van jezelf of je ouders jezelf omhoog proberen te krijgen op de maatschappelijke ladder.

On a Plate. Thomas Morrs

Fragment uit ‘On a plate. A short story about privilege’. Lees de complete strip hier: http://deadstate.org/youll-never-see-privilege-the-same-way-again-after-looking-at-this-comic/

Continue reading

De ethische smart city – Interview Peter-Paul Verbeek

Ik interviewde techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek voor Stadsleven ‘De digitale ander’. Volgens hem moeten we de invloed van het digitale domein op de analoge stad met een bredere blik bekijken en ethiek hierin leidend laten zijn. 

“We denken nog in veel te beperkte zin over technologie en haar invloed in de stad”. Peter- Paul Verbeek, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit Twente, pleit ervoor om ethiek een fundamentele rol te geven in ons denken rondom de invloed van technologie. Elke nieuwe technologie roept morele en sociale vragen op, maar door de toenemende verwevenheid van mens en technologie hebben technologieën steeds meer invloed op de moraal zelf. De kaders waarmee we ethisch oordelen veranderen door de techniek, zoals Verbeek beschrijft in zijn laatste boek in zijn laatste boek Op de vleugels van Icarus. Hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen‘.

Technologische geletterdheid: ethiek leren lezen

“Er zit veel ethiek in de ingebouwde wereld en zeker ook in de stad waar technologie een steeds grotere plek krijgt. De ethische implicaties van technologie zijn groot. Er zitten – soms schokkende – vooroordelen achter die we boven de tafel moeten krijgen, maar deze gaan nu nog grotendeels aan mensen voorbij”, stelt Verbeek. Zo zijn er winkelcentra met gezichtsherkenningscamera’s die alarm slaan op veelplegers. De software daarvan heeft een bias naar donkere huidskleuren omdat deze minder contrastrijk zijn en vaker als positief gerekend worden.

Continue reading

De nacht in ander licht: bijzondere nachtfotografie

Stadsleven ‘After Dark’ onderzoekt de stad bij nacht. De mysterie van de nacht geeft vaak kans om zaken, letterlijk, in ander licht te zien. Voor Stadsleven ‘After Dark’ schreef ik een column over hoe de drie fotografen Anne-Laure Maison, Thierry Cohen en Paulo Frusco de nacht op een bijzondere manier tonen.

De nachtelijke voyeur

De vraag wat mensen doen in de privacy van hun eigen huis oefent onbedwingbare aantrekkingskracht op vele mensen. Dit onschuldig voyeurisme wordt niets meer gevoed dan wanneer je door een stad bij avond een wandelingetje maakt. Het is verbazingwekkend hoe weinig mensen, in elk geval in Nederland, op hebben met het dichttrekken van hun gordijnen.  Zo kun je rustig observeren hoe mensen hun avond doorbrengen, waarbij het veelvuldig voorkomend zachtblauwe schijnsel van de vele schermpjes dit overigens tot een enigzins saai uniform beeld maakt. De Franse fotograaf Anne-Laure Maison – what’s in a name? – fotografeerde deze doorkijkjes op z’n wandelingen door New York, Amsterdam, Parijs en Praag en groepeerde ze op stylische wijze in collages tegen een zwarte achtergrond: Tableaux d’Intimités. Hiermee worden de doorkijkjes weer een beeld op zichzelf, een huis met vele ramen waarbinnen mensen zich veilig voelen in de privacy van hun eigen huis.

Tableaux d'Intimités - Anne-Laure Maison

Tableaux d’Intimités – Anne-Laure Maison

 

 

Continue reading

24uurs stad: uitgaan in de wasserette en altijd verse bloemen

Voor Stadsleven ‘After Dark’ schreef ik een column over de 24uurs stad. Een stad waar 24 uur per dag voorzieningen open zijn kan tegemoet komen aan de behoeftes van een groeiende groep mensen voor wie de dag ook niet meer van 9-5 loopt. Het nachtelijk aanbod van de 24uurs stad blijkt steeds diverser te worden.

In het rapport ‘We never close’ met succesvolle voorbeelden uit internationale context dat urban onderzoeker Sara Spoelstra heeft geschreven ter inspiratie voor het 24uurs vergunningen programma van de Gemeente Amsterdam wordt een beeld geschetst van een succesvolle 24uurs stad:

Een 24-uursritme behelst veel meer dan bars en clubs. Haast net zo belangrijk zijn de vele flankerende voorzieningen als supermarkten, fitnessgelegenheden en een goed openbaar vervoersnetwerk. De overlap die plaatsvindt tussen deze voorzieningen maakt een stad 24/7. Denk aan de bakker die ’s ochtends open gaat op het moment dat de tegenover gelegen club haar deuren sluit.

Uitgaan in de wasserette

Eén trend die in het rapport ‘We never close’ wordt geschetst is het mixen van taken, die afgerond moet worden ter afsluiting van de werkdag, met de nodige ontspanning. Zo openen zich steeds meer zogenaamde wasserette-cafées die zorgen voor een lekker kopje koffie tijdens het wachten. In 2010 opende de eerste ‘Laundromat in München en in 2012 werd deze combinatie van uitgaan en de was doen zelfs doorgetrokken tot een Wasbar‘ in Gent. Het onlangs geopende Bubble&Stitch in Amsterdam biedt weliswaar geen bar of lekkere koffie, maar wel de mogelijkheid om op elk uur van de dag je vuile was te dumpen in een kluisje, per app aan te geven wanneer je deze graag klaar wilt hebben en op te halen wanneer je wilt.

Wasbar - Gent

Wasbar – Gent

Continue reading

Weg met informatievervuiling: kunst in plaats van reclame

Voor Stadsleven StadsTaal schreef ik een blog over hoe ongewenste stadstaal, de vele reclame-uitingen in de publieke ruimte, aangepakt en vervangen kan worden door inspirerende kunst.

Stadstaal; je wordt er niet alleen mee geconfronteerd in gesproken woord, maar ook in het straatbeeld loop je, soms letterlijk, genoeg taaluitingen tegen het lijf in de vorm van de vele reclames, logo’s, uithangborden en posters. Een gegeven dat op humoristische wijze weergegeven wordt door de film Logorama die bestaat uit meer dan 2500 hedendaagse en historische logo’s en mascottes die personages, locaties, voertuigen ed vormen. Het spannende verhaal in een virtueel Los Angeles onderzoekt hoe zeer reclameuitingen de openbare ruimte tekenen.

Continue reading

Het ongemak van publieke ruimte

Voor Stadsleven De Stad door Andere Ogenschreef ik een blog over het werk van Wardie Hellendoorn, Lidewij Kalfsterman en Philip Lüsch dat toont hoe ongemakkelijk de omgang met elkaar in stedelijke publieke ruimte kan zijn.

De publieke ruimte is van iedereen. Maar: je komt er ook iedereen tegen. De Ander komt opeens wel erg dichtbij. Soms zelfs voorbij de afstand van 1,2 meter, wat de maatstaf is voor je persoonlijke ruimte. Omgang met elkaar in de stedelijke publieke ruimte kan daardoor knap ongemakkelijk zijn. Het werk van Wardie Hellendoorn, Lidewij Kalfsterman en Philip Lüsch toont dit ongemak.

Public space: the river of life…where we come together.

Een gevleugelde uitspraak van de urbanist, socioloog en zelfverklaard mensenkijker William H. Whyte die met zijn beroemde onderzoek ‘The Street Life Project (gestart in 1969, later verfilmd tot The Social Life of Small Urban Spaces – the streetcorner’) als één van de eersten daadwerkelijk observeerde hoe publieke ruimte nu écht werkt. Wanneer gaan mensen met elkaar in gesprek? Hoe verplaatsen voetgangers zich op een plein? Wat doen mensen eigenlijk in een park? (Hint: ‘The number one activity is people looking at other people’).

The girlwatchers - The Social Life of Small Urban Spaces - William H. Whyte

The girlwatchers – The Social Life of Small Urban Spaces – William H. Whyte

De omgang met elkaar in stedelijke publieke ruimte blijkt een onderwerp te zijn dat hedendaagse jonge ontwerpers en fotografen in nog steeds enorm fascineert. Het notitieboekje mag dan wel ingewisseld zijn voor een fototoestel of filmcamera, de nieuwsgierige en opmerkzame blik blijft.

Continue reading

Ambacht als burgerschap – Richard Sennett

De socioloog Richard Sennett beschreef in 2009 in zijn boek The Craftsman hoe ambacht steeds meer in belang zal toenemen in onze samenleving en waardevolle kennis en vaardigheden met zich meebrengt voor het besturen ervan. Voor  Stadsleven ‘Made Here’ schreef ik een blog over deze ambacht als nieuw burgerschap.

Niels Helmink - Shopkeepers - Maison Hoeboer, 2004

Niels Helmink – Shopkeepers – Maison Hoeboer, 2004

Continue reading

No wifi, no laptops beweging

Voor Stadsleven ‘Work is where the wifi is‘ schreef ik een blog over de ‘No wifi, no laptops’ beweging.

Het koffietentje als hedendaags kantoor is inmiddels gemeengoed geworden onder flexwerkers. Koffiebarretjes hebben hiermee een nieuwe plek ingenomen in de stad, zozeer dat de schrijvers van het Pop up City book spreken van een ‘renaissance of the coffeeshop’. De laatste tijd is er echter een tegenbeweging te ontdekken – ‘No Wifi & No laptops’ – waarbij flexwerkers uit de koffietentjes worden verbannen en deze plekken weer teruggaan naar hun oorspronkelijke functie: een plek te zijn waar je gewoon goede koffie kunt drinken.

Continue reading