Post-city: de toekomst van de stad ligt in het platteland

Leven in steden is jarenlang de dominante trend geweest. Maar twee belangrijke namen – trendwatcher Li Edelkoort en architect Rem Koolhaas – stellen nu dat dat voorbij is. We gaan een geografische verschuiving zien naar middelgrote en kleinere steden. Ook het platteland zal niet alleen steeds meer in de belangstelling komen te staan, maar enorme veranderingen doormaken. Hoe ziet een post-city samenleving eruit?

De grote uittocht uit de stad 

Leven in de stad stond voor een vrij leven met vele mogelijkheden. Maar inmiddels is deze romantische visie van leven in de stad doorgeprikt voor veel mensen: leven in de stad is vooral te duur geworden. Dat maakt dat de trek uit de stad naar kleinere steden en dorpen in gang is gezet, stelt trendwatcher Li Edelkoort in dit interview in Elle:

Wat doorslaggevend wordt, is ons vertrek uit de stad, want steden raken te vervuild en worden te duur. In New York is het echt dramatisch. Je bestelt een kop koffie, een croissant, en dan ben je alweer twintig dollar verder. Je ziet daar winkelstraten leeglopen door te hoge huren. Bleecker Street is nu bijna een ghost town: er rijden nauwelijks taxi’s, er lopen geen mensen meer, broodjeswinkels gaan weg.

Opvallend is dat in deze opkomende kleinere steden en dorpjes juist allerlei initiatieven ontstaan die eerst aan de grotere steden voorbehouden waren en het leven in de grote stad juist interessant maakten. Een levendige restaurantscene bijvoorbeeld. In Japan is bijvoorbeeld een actief overheidsbeleid op chiho sosei – creating life in the countryside, waarbij kleine voorheen slaperige stadjes als Kamiyama zich ontwikkelen tot creatieve hubs met microbrouwerijen.

Kamiyama bierbrouwerij

Edelkoort denkt dan ook dat de combinatie betaalbaar wonen, gezonde leefstijl met stedelijke mogelijkheden een belangrijke geografische verschuiving zal veroorzaken van stad naar platteland:

Terwijl in Essaouira, een klein stadje in Marokko, laatst juist drie nieuwe conceptstores ontstonden. Toen bedacht ik hoe vreemd het eigenlijk is dat de grote steden aan het afbouwen zijn, en er in opkomende stadjes en dorpjes juist nieuwe initiatieven ontstaan. Dus ik denk dat er een andere geografische indeling komt. Het is nog een timide beweging, maar het zal groter worden. Een van mijn werknemers heeft al een Parijs-tarief en een Bretagne-tarief: als ik haar in Parijs laat werken, is ze duurder. Heel grappig. Zij kan natuurlijk meestal het werk in Bretagne doen en het naar me opsturen.’

Rem Koolhaas: het platteland wordt een productielandschap voor de stad

Van architect Rem Koolhaas opent februari 2020 de expositie ‘Countryside, the future’ in het Guggenheim museum. Je zou zeggen dat het platteland een apart onderwerp is voor een architect en echte stedenliefhebber – de naam van z’n architectuurfirma OMA is een afkorting van Office for Metropolitan Architecture. Maar Koolhaas signaleert in Archdaily een steeds grotere betekenis van het platteland – iets wat hij definieert als alles dat niet tot de stad behoort – voor de stad en een enorme verandering in ons landschap daardoor.

As described in Carolyn Steel’s “Hungry City,” the once-symbiotic relationship between urban and rural has morphed into a present-day where major cities can only function with the support of vast sways of rural, industrial landscapes. London, for example, requires a total amount of land approximately 293 times its own area to produce the necessary food, energy, water, and raw materials needed to sustain itself. With 68% of the world’s population expected to live in cities by 2050 (a figure currently at 55%), cities will devour ever-larger areas of land to support the ever-larger demands of their citizens.

Koolhaas schetst overigens wel een compleet ander beeld dan Li Edelkoort. Hij stelt dat waar het platteland eerst stond voor een ontsnapping uit de stad, relaxen en recreëren in een gezonde omgeving, het platteland in zijn visie dus een productielandschap wordt. Een omgeving gericht op zo efficiënt mogelijk de behoeften van de stad te bedienen:

While immediate reflections of “countryside” may evoke romantic images of sleepy villages, desolate mountains, or uninterrupted silence, many of these landscapes are alive and responsive to global flows of energy, food, finance, policy, ideas, and people. While cities concern themselves with the human experience, these landscapes operate on a macro scale generating millions of tons of food for supermarket shelves, raw metals to manufacture iPhones, wind farms to power them or data streams to activate them. (bron)

Robotdorpjes en landschap compleet ingericht op efficiëntie

In Koolhaas visie trekken dus niet meer mensen naar het platteland, maar juist naar de stad en ontstaat er daardoor een leegte op het platteland. Maar wie gaat dan deze voedselfabrieken en datacentra draaiende houden voor al die stadsbewoners?

Technologie en dan met name robots.

Koolhaas geeft het voorbeeld van het Tahoe-Reno Industrial Center in Nevada waar de reusachtige beige loodsen van Google en Tesla nu het dorre andschap domineren.

Over bouwvergunningen wordt niet moeilijk gedaan, de aanwas van gebouwen lijkt grotendeels zonder stedenbouwkundige planning te verlopen. „Dit zijn gebouwen die niet op de klassieke manier bewoond worden”, aldus Koolhaas. „Ze worden vooral ingenomen door machines en robots. Bepaalde elementen zijn helemaal verdwenen uit deze architectuur, zoals felle kleuren. Men leeft er in een beige wereld. En de enige menselijke achterblijvers zijn de beveiligers.” (nrc)

Satelietfoto van het Tahoe Reno Industrial Center

Een omgeving die vooral efficiënt moet zijn, en voornamelijk door robots wordt bestierd zal een heel anders architectonisch beeld opleveren. Robots hebben bijvoorbeeld geen straten of ramen nodig.

In deze situatie fungeren mensen niet meer perse als opdrachtgever. Er komen gebieden zo groot als New York waar hooguit 8000 mensen wonen. Zo kun je je onbekommerd overgeven aan een technologische esthetiek en hoef je niet in de eerste plaats te denken aan de menselijke maat. Een stedelijke omgeving veroorzaakt beperkingen in het denken, aldus Koolhaas. Met het platteland betreed je een nieuw gebied waar je niet vast zit aan een rolstoeltoegankelijkheid of waar je de kleur beige moet toepassen. Het opent nieuwe perspectieven voor de architectuur. (De Architect)

Het platteland vormt zich om naar een compleet functioneel landschap, waar geen rekening hoeft te worden gehouden met de menselijke maat. Koolhaas omschrijft het in een interview met The Financial Times als:

[…] a new sublime. A landscape totally dictated by function, data and engineering. The scale alters, the human becomes almost irrelevant. The paraphernalia of human habitation can be reduced. We are in a moment of transition now, in a half-human, half-machine architecture. Is this a post-city? If we articulate it properly it could be insanely beautiful.” (Financial Times)

 

Vluchtelingen als kans voor de stad

Voor de trendrubriek van het Stadsleven webmagazine schreef ik hoe steeds meer architecten en stedenbouwkundigen beseffen dat vluchtelingen geen tijdelijk probleem opleveren voor steden, maar een kans om zich aan te passen aan een fundamentele overleefstrategie voor de 21ste eeuw. 

Een vluchtelingenkamp is niet tijdelijk, maar een stad

Naar schatting 65 miljoen vluchtelingen zijn er nu in de wereld. Om je te helpen in te schatten hoeveel dat is: denk aan de bevolking van een groot land als Frankrijk. Een aantal dat niet snel kleiner gaat worden, eerder groter. En permanenter. Vluchtelingen zijn geen tijdelijk probleem, dat steden even moeten oplossen. Vluchtelingen wonen gemiddeld 17 (!) jaar in een vluchtelingenkamp. Waar mensen zolang wonen en leven ontstaat vanzelf een stad, met de bedrijvigheid, levendigheid, handel en sociale patronen als je ook in een ‘echte’ stad aantreft, zoals het project Refugee Republic van tekenaar Jan Rothuizen, Dirk-Jan Visser en Martijn Tol zo mooi laat zien.

Daarom vindt Kilian Kleinschmidt, hoofd van het Al Za’atari vluchtelingenkamp in Jordanië met meer dan 83.000 vluchtelingen, dat we een vluchtelingenkamp niet als noodopvang, maar als stad moeten beschouwen. Hij heeft dan ook besloten om het tijdelijke kamp stap voor stap over te laten gaan in een stedelijke omgeving. Hiervoor deelt hij het kamp in districten, legt straten met straatnamen aan en tenten en prefab woningen worden van huisnummers voorzien. Door dit te doen, kan het kamp op een veel positievere wijze in wisselwerking treden met z’n naaste omgeving, naast het feit dat dit natuurlijk ook een positief effect heeft op de mensen die wonen in het kamp.

Vluchtelingen bieden kansen voor de stad

Bovendien, beseffen steeds meer architecten en stedenbouwkundigen: vluchtelingen kunnen ook een kans bieden voor steden om zich te ontwikkelen. De beroemde architect Rem Koolhaas steltde vorig jaar dat vluchtelingen nieuwe energie kunnen bieden aan steden: 

architects could use the current refugee crisis as an opportunity to find new ways to reinvigorate abandoned sections of cities in areas like eastern Germany, encouraging highly-educated refugees to move in and transform them. […] “Refugees could reenergise sections of the cities. They offer to architecture an interesting provocation or invitation to do good work and collaborate in interesting ways.”

Zo ziet Rijksbouwmeester Floris Alkemade dat ook. Creatieve oplossingen voor asielopvang helpen ook andere woningzoekenden. Juist om de integratie te bevorderen zouden steden de opvang meer in samenhang kunnen zien met de behoefte van andere groepen die op de woningmarkt soms moeilijk aan bod komen: studenten, starters, ouderen en alleenstaanden. Daarom schreef hij een ontwerpwedstrijd uit ‘A home away from home waarvan in juni 2016 de zes prijswinnaars bekend gemaakt zijn. Tracy Metz vertelde er afgelopen woensdag in het programma KRO NCRV Radio 1 De Ochtend waar ze ontwerpwedstrijden voor vluchtelingen besprak:

Paradigmawisseling nodig

Daarvoor zal allereerst echter een paradigmawisseling moeten plaatsvinden stellen Michelle Provoost en Wouter van Stiphout van CRIMSON architectorial historians. In hun publicatie Een stad van komen en gaan (2016) stellen ze dat vluchtelingenopvang een groot probleem blootlegt in steden: hun onflexibiliteit om snel in te kunnen springen op verandering.

Terwijl de afgelopen decennia hebben laten zien dat conflicten aan de grenzen van Europa en daarbuiten tot plotselinge pieken in de hoeveelheden asielzoekers leidden, werden we toch weer ‘verrast’ door de duizenden vluchtelingen die vanuit Syrië naar ons land kwamen, op de vlucht voor een conflict dat al jaren bezig was. Het vergde het razendsnel inrichten van noodopvanglocaties, het verordonneren van leegstaande vakantieparken, het bouwen van hele tentenkampen. De processen waarmee dit gebeurde verliepen hals over kop en leidden soms tot hevige confrontaties met lokale gemeenschappen. Het zou te gemakkelijk zijn om de vluchtelingenproblematiek – opnieuw – af te doen als een tijdelijke noodsituatie, die uniek is in haar problematiek. Maar dat we het moeilijk vinden om op een adequate wijze de stijging in het aantal vluchtelingen die zich bij ons meldt op te vangen en een toekomst te bieden, is een symptoom van een breder probleem met de flexibiliteit en het absorptievermogen van onze steden.

Vluchtelingenopvang is kortom niet slecht een kwestie van een huisvestingsvraagstuk, het is een fundamentele overlevingsstrategie voor steden in de 21ste eeuw.

“Digital technologies represent the most radical shift in architectural practice for over a century –…”

“Digital technologies represent the most radical shift in architectural practice for over a century – but  architects have become too distracted by the benefits and overlook the dangers.”

Rem Koolhaas in an interview about smart homes with Dezeen 

http://ift.tt/1AEvz8o

“Digital technologies represent the most radical shift in architectural practice for over a century –…”

“Digital technologies represent the most radical shift in architectural practice for over a century – but  architects have become too distracted by the benefits and overlook the dangers.”

Rem Koolhaas in an interview about smart homes with Dezeen 

http://ift.tt/1AEvz8o