Advies in concurrentiestrijd met China om technologie: Blijf achterlopen

Daniël Mugge, hoogleraar Politieke Arithmetiek, stelt dat het beter zou zijn om de wedloop rondom technologie met China gewoon besluiten te verliezen. Waarom in godesnaam? Nou, omdat je dan op de eerste plaats als EU je eigen normen en waarden kunt behouden – privacy bijvoorbeeld. Dat zou op de tweede plaats ook nog eens voor een stevige concurrentiepositie kunnen zorgen, aangezien ethisch consumeren iets is dat bij steeds meer consumenten hoog in het vaandel komt te staan.

In een open wereldwijde tech-wedstrijd legt Europa het af tegen zijn concurrenten.Tot nu toe wordt die positie vooral betreurd – een teken van Europese zwakte. Maar het is iets om trots op te zijn. Hier zijn democratie en burgermaatschappij sterk genoeg ontwikkeld om de rechten en vrijheden van onze medemensen niet ondergeschikt te maken aan doorgeslagen tech-fantasieën of de digitale begeertes van autoritaire machthebbers. Als dat betekent dat geen Europees bedrijf de competitie met Facebook of een Chinese KI-grootmacht aankan, zij het zo. Wie weet kan je elders in de wereld je koffie binnenkort met een scan van je iris betalen, terwijl je hier nog je smartphone nodig hebt. Ik vind het best, als zo mijn vrijheid gewaarborgd blijft.

De politieke nadruk moet dan ook niet liggen op mondiale concurrentie met Amerikaanse of Chinese digitale producten, maar bij beschermde, Europese versies die wél aan onze normen en waarden voldoen. Denk aan bewakingssystemen voor openbare ruimte die jouw privacy wél respecteren, of aan verzekeringsmaatschappijen die juist níet alle beschikbare data over jou benutten om jouw gedrag te voorspellen. Om die tot bloei te laten komen zullen we de grote gevestigde spelers uit China en de VS buiten te deur moeten houden. Maar een selectieve digitale de-mondialisering is een kleine prijs te betalen om onze eigen normen en waarden ook in het digitale tijdperk te behouden.

Amber Case: Meer technologie voor een kalmere omgeving

Deze week presenteer ik jullie het werk van iemand met zo ongeveer de tofste jobtitle ter wereld: Amber Case, CYBORG ANTROPOLOOG.
Case is bij het grote publiek bekend door haar TEDtalk ‘We are all cyborgs now’, maar concentreert zich in haar laatste boek uit 2015 op calm technology. Een term die al in 1996 (!!) gemunt werd door Mark Weiser en John Seely Brown in een werkelijk visionair – zeker achteraf bekeken – wetenschappelijk artikel ‘The coming of age of Calm Technology’. Case neemt in haar boek dan ook veel van hun ideeën over bij het formuleren van haar ontwerpprincipes voor kalme tech.
Haar punt? Om een betere relatie met onze technologie te krijgen, moeten we juist MEER technologie toelaten in ons leven. Maar dan uiteraard wel veel slimmere technologie die ook weet wanneer ie z’n mond moet houden (en dat is trouwens ook een goede tip voor relaties tussen mensen…).
fluitketel

Meer technologie voor een kalmere omgeving

Voila, hier is dan hét perfecte voorbeeld van een kalme technologie volgens Case. De fluitketel die alleen fluit wanneer ie je nodig heeft en waar je verder weinig aandacht aan hoeft te besteden. Bovendien maakt hij niet gebruik van visuele cues om je aandacht te trekken, zoals de meeste tech, maar van haptische signalen om gebruik te maken van je andere zintuigen.
Of je nu gebruik maakt van visuele of haptische cues, we moeten toe naar een staat van ‘ambient awareness’.
Ambient awareness is not a different kind of notification; it is a principle that says, when possible, load things into the environment so that all of the attention doesn’t need to be constantly checking for a state change.
Want denk eens na over dit nachtmerrie-scenario:
a smartphone sends the same notification when:
• your Mom sends you a text that your Dad is going to the hospital
• the video game that you played once has a free gift available
• you matched on Tinder (congratulations!)
Now imagine the coming world of Trillions, where you also receive notifications from:
• the refrigerator, because the water filter needs to be changed
• the apartment door, because your roommate just got home from work
• the DVR, because AMC just released another Walking Dead spinoff
• the remote control, because the batteries are running low
Dat is wel even slikken nietwaar? Dus hoe meer onze omgeving uit slimmere tech gaat bestaan, hoe meer we onze omgeving moeten gaan inzetten bij het bewaken van onze aandacht.
En dat betekent dus volgens Case dat als je meer aandacht wil overhouden, je juist MEER technologie nodig hebt, dan minder. Maar dan wel technologie die voornamelijk op je secundaire niveaus van aandacht werkt:
[for a] “more natural” future: imagine living in an absolutely fluid and intelligent environment, where technology can anticipate our gestures and our actions, in order to facilitate them, without any interfaces, apps, or remote controls.
trust-vertrouwen

Kalme tech vereist absolute betrouwbaarheid

Wat Case schetst voor kalme technologie, is dus technologie die ontzettend dicht op je huid zit, een omgeving die vol zit met tech. Soms letterlijk in een wearable die waarschuwt wanneer je te weinig gelopen hebt, soms in je omgeving zoals een lampje bij je voordeur dat geel oplicht wanneer kans op regen is zodat je een paraplu mee kan nemen. Om dit te laten werken, moet de kalme tech voldoen aan twee voorwaarden:
  • * Het moet absoluut persoonlijk zijn. Ik persoonlijk heb bijvoorbeeld totaal geen behoefte om te weten hoeveel ik gelopen heb op een dag, terwijl dat voor een vriend die voor een marathon aan het trainen is, overeenkomt met één van zijn belangrijkste doelen. En ik hoef eigenlijk nooit een notificatie te krijgen van wanneer vrienden in mijn buurt zijn, terwijl anderen dat weer heel fijn vinden. Kalme tech is technologie die je precies zó persoonlijk kunt instellen dat het smooth sailing is, anders kweek je alsnog geen vertrouwensrelatie.
  • * Met Artificial Intelligence kan er volgens Case een grote slag worden gemaakt in het creëren van een kalmere relatie met technologie. Maar dat betekent dus dat er heel veel persoonlijke data in gaan zitten.
 “This means relinquishing personal information—passwords, credit card numbers, activity tracking data, browsing histories, calendars—so the system can make and execute informed decisions on your behalf. ”
En laten we wel wezen, de meeste technologie is gewoon nog zo lek als een mandje. Dus (privacy)veilige technologie is niet alleen een belangrijk doel op zich, maar ook onmisbaar in het creëren van kalme technologie.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Data lekken stinkt, letterlijk

Het staat al maanden op m’n to do: m’n privacy beter beschermen. Zo belangrijk, maar toch zakt het telkens onder de streep. Hoe kan dat toch?
Nou, wellicht omdat je gewoon niet goed kan zien wát er eigenlijk allemaal gebeurt, de hoeveelheid data die onbeschermd zijn, de hoeveelheid bedrijven die meekijken. Nu begint dat door onderzoek als bovenstaande gelukkig wat duidelijker te worden, maar voelen we dan ook al genoeg de urgentie ervan of heb je daar meer voor nodig?
smellofdata_leannewijnsma_01
Smell of Data is een kunstproject van designer Leanne Wijnsma and filmmaker Froukje Tan dat een datalek koppelt aan geuren. Je ruikt dus lekkerlijk dat je data lekt door een geur dispenser in je stopcontact te steken, deze te koppelen aan je tech, die elke keer als je een onvoldoende beschermde website bezoekt met je telefoon of computer een pufje geur vrijlaat. Het internet moet meer instinctief gaan werken, in plaats van alleen te vertrouwen op verstandelijke beslissingen.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘Curated Culture’ waar ik elke week de laatste berichten rondom ‘future affairs’ naar je opstuur: wat zijn dé technologische ontwikkelingen die jouw toekomst gaan bepalen? Elke zaterdagochtend de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in

Wat is erger: een inbraak in je huis of in je smartphone?

Op de Correspondent staat een mooi interview met Bert-Jan Koops, hoogleraar Regulering van Technologie. Hierin stelt hij dat de regelgeving rondom privacy hopeloos verouderd is. Waardoor? Doordat we nog vasthouden aan de ouderwetse scheidslijn tussen wat een privé en openbare ruimte is, en wat dus door wetgeving beschermd moet worden.Kort door de bocht: momenteel is het zo dat je in je huis goed beschermd bent door wet- en regelgeving en vanaf het moment dat je de deur achter je dichttrekt niet meer.
inbreker
Maar zo stelt Koops, ons gebruik van tech zet dit onderscheid op losse schroeven:
‘Tegenwoordig neem je een groot deel van je huis mee als je naar buiten gaat,’ legt hij uit. ‘In je smartphone staan je fotoalbums, je adresboekje, je mailwisselingen, je documenten in de cloud. Je huis is niet meer bij uitstek de plek waar je privédingen doet, zoals dat vroeger wel het geval was.’
En buiten de deur heb je privacybescherming eigenlijk des te harder nodig:
“Het idee dat wij relatief anoniem door de publieke ruimte kunnen bewegen staat op losse schroeven. Niet alleen worden wij in de publieke ruimte door steeds meer partijen geregistreerd, onze gangen worden ook gevolgd. Denk aan de wifi-trackingtechnologieën. Of denk alleen al aan het feit dat onze smartphone continu onze locatie doorgeeft aan tientallen zendmasten. En wat te denken van al die slimme camera’s die in de publieke ruimte hangen? Surveillancedrones?”
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘Curated Culture’ waar ik elke week de laatste berichten rondom ‘future affairs’ naar je opstuur: wat zijn dé technologische ontwikkelingen die jouw toekomst gaan bepalen? Elke zaterdagochtend de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in

Wat is privacy nu eigenlijk?

Nu het continue over privacy gaat, is het belangrijk om te begrijpen wat dat begrip eigenlijk inhoudt. Heb ik bijvoorbeeld een minder groot respect voor privacy dan mijn moeder omdat ik in tegenstelling tot haar wel allerlei social media gebruik om foto’s mee te delen of is mijn begrip van privacy alleen anders?
Loesje privacy
Irina Raicu, hoofd Internet Ethics aan het Markulla Center for Applied Ethics, schreef een korte blog waarin ze heel helder uiteen zet waar privacy nu écht om gaat. Verwacht geen revolutionaire beschrijving, maar wel een handige reminder:
“Notions of privacy have always varied from culture to culture, from age group to age group, and from individual to individual. If some people make the informed choice to post and share things about themselves that you wouldn’t, that doesn’t mean that some vague general “privacy” has become irrelevant or is dead. It means that those people draw their privacy boundaries differently than you do, not that they don’t have any.”
“But privacy is not really about secrecy, or hiding, or less sharing; it is about having some control over when, where, what, and with whom we share. It is about choice. If you knowingly choose to share information about yourself, you are not violating your own privacy. The violation happens if and when details about you, or your communications, are disclosed without your permission.”
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘Curated Culture’ waar ik elke week de laatste berichten rondom ‘future affairs’ naar je opstuur: wat zijn dé technologische ontwikkelingen die jouw toekomst gaan bepalen? Elke zaterdagochtend de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in

Privacy kan ons niks schelen…en daarin schuilt juist een kans

Ik neem me al maanden voor om m’n wachtwoorden te veranderen, een VPN verbinding te installeren op m’n laptop en telefoon en de privacykit van Bits of Freedom eens door te werken om in elk geval enkele basisstappen te maken om m’n privacy beter te beschermen. Herkenbaar? Hoewel privacy een hot topic is in het publieke debat, maken maar weinig mensen er op individuele praktische basis echt werk van, hoe simpel de stappen ook zijn die je kunt nemen.
Crypto
Privacy kan ons dus eigenlijk niets schelen, stelt Cory Doctorow in z’n blog. Maar dat kan juist een kans betekenen. Doctorow vergelijkt namelijk onze onverschilligheid ten opzichte van privacy met de geschiedenis van roken. Na tientallen jaren is roken eindelijk op z’n retour. Maar dat is langzaam tot stand gekomen en iets, dat pas is veranderd nadat echte doden zijn gevallen, niet na alle waarschuwingen vooraf van onderzoekers.
Doctorow stelt dat dit ook voor privacy geldt: we hebben momenteel het toppunt van onverschilligheid bereikt. Ondanks vele waarschuwingen doen we niets om onze privacy te beschermen en dat zal gevolgen hebben: er zullen vele ‘privacy-slachteroffers’ vallen. En zodra dat gebeurt zal de ommezwaai plaatsvinden en zullen mensen dus uiteindelijk wel geïnteresseerd raken in die privacykitjes.
“We are past peak indifference to online surveillance: that means that there will never be a moment after today in which fewer people are alarmed by the costs of sur­veillance.[…] Peak indifference marks a turning point. […] That’s why it’s time for privacy activists to start thinking of new tac­tics.[…] Once the number of people who care about your issue begins to grow on its own, without your needing to wheedle them about confronting long-term harms, you can switch tactics for something much easier. Rather than trying to get people to care about the issue, now you need to get them to do something about it.”
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘Curated Culture’ waar ik elke week de laatste berichten rondom ‘future affairs’ naar je opstuur: wat zijn dé technologische ontwikkelingen die jouw toekomst gaan bepalen? Elke zaterdagochtend de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in. 

iOverheid on steroids: waar gaat het mis? (tjsa, waar eigenlijk niet..?)

Twee van de beste tech-journalisten van Nederland – Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn – publiceerden deze week in de Correspondent een interview met Dennis Broeders en Corien Prins, de auteurs van iOverheid, een rapport uit 2011 dat onthulde dat de Nederlandse overheid grote steken laat vallen bij het verwerken van burgergegevens
X-road
Vijf jaar na het uitkomen van het rapport maken Broeders en Prins zich nog grotere zorgen. De problemen? Allereerst werkt Nederland met databases die direct aan elkaar worden gelinkt, waardoor informatie uit het ene systeem vrijelijk doorstroomt naar het andere. Niet alleen is niemand verantwoordelijk voor deze grote datastroom, alleen voor individuele databases, maar ook zorgt dit ervoor dat er foutieve koppelingen met grote gevolgen kunnen worden gelegd.
“Juist in Big Data-sets zitten bijvoorbeeld veel vuile en incomplete data – ‘ruis’. […] Daar kun je voor compenseren als je iets wilt zeggen over groepen mensen, maar die conclusies zijn niet zomaar door te trekken naar individuen.[…]Een terrorist opsporen met datamining? Nee dus. ‘Er zijn te weinig data om een betrouwbaar profiel te maken, een terrorist is een té grote uitzondering. Maar die kennis hindert een hele hoop mensen niet.”
(Kijk trouwens voor hoe het óók kan eens naar Estland, waar databases alleen aan elkaar gelinkt zijn door de Xroad (zie afbeelding), een systeem dat burgers makkelijk kunnen inzien en waar op individuele basis toestemming moet worden gegeven welke database inzicht heeft in welke persoonsgegevens).

Justin Bieber eist privacy…en heeft daarin gelijk

Kun je als één van de grootste popsterren op deze aarde die notabene is ‘ontdekt’ op Youtube zeggen dat je ‘klaar bent met de selfies met fans’ en ’goddorie eens een beetje privacy wil omdat je je als een dierentuinbeest begint te voelen’? Het lijkt in eerste instantie inderdaad weer een reden om met je ogen te rollen om Justin Bieber, maar zo schrijft tech-ethicus Evan Seliger in dit opiniestuk, we doen er beter aan om hem serieus te nemen en zijn vraag als startpunt te nemen om na te denken over privacy.
Justin Bieber and James Corden filming at Maxfield Store in West Hollywood
Waar de Bieber namelijk in extreme mate last van heeft, overkomt eigenlijk iedereen in het dagelijks leven: dat iedereen zomaar een foto van je mag maken en – dankzij de technologie daar de middelen toe heeft – in het publieke (of zelfs dat niet eens) domein. En hoe ironisch: terwijl ik dit typ in het café van een hip hotel, wordt van me een foto gemaakt door een totaal onbekende. Dat komt vast door de uiterst instagram-waardige kwaliteiten van de setting, maar niettemin, ik verschijn zo op een Instagram van iemand die ik niet ken. En voor ik mezelf als heilige Maria presenteer: ik reduceer vaak genoeg anderen tot figuranten in mijn perfecte foto.

Design my privacy

We hebben altijd de mond vol van privacy, maar wie doet er wat aan? En, wiens taak is dit eigenlijk? Van de overheid? Van de burgers?
Design my privacy
Tijmen Schep betoogt in het boekje ’Design my privacy’ dat ontwerpers hierin ook een taak hebben. Privacy moet eigenlijk vanaf het begin in een ontwerp ingebakken zitten in plaats van later eraan toegevoegd te worden. Ook voor niet-ontwerpers is het boek zeer lezenswaardig: het zet je weer even op scherp over wat privacy is en bevat tussen de regels door allerlei ideeën van interessante denkers op dit gebied.
Disclaimer van schaamteloze zelfpromotie: samen met Tijmen ontwierp ik een Privacy Design Eed die je kunt lezen op pagina 55.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘Curated Culture’ waar ik elke week de laatste berichten rondom ‘future affairs’ naar je opstuur: wat zijn dé technologiche ontwikkelingen die jouw toekomst gaan bepalen? Elke zaterdagochtend de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in

Inbreken in je telefoon gaat verder dan het opgeven van je privacy

Heb je het fittie tussen Apple en de FBI meegekregen? Korte samenvatting: De FBI heeft Apple gevraagd om een speciale versie van hun besturingssysteem te maken, waarmee de Iphone van een terreurverdachte gehackt kan worden. Apple weigerde, omdat het bedrijf niet alle Iphonegebruikers wil blootstellen aan mogelijke beveiligingsrisico’s. Veiligheid vs privacy.

AppleFBI

Maar, zo stelt Michael Patrick Lynch, we moeten eigenlijk verder kijken dan deze discussie. Wat dit dilemma ook onthult is juist hoe diepgaand intiem onze relatie met onze telefoon is geworden. Als je telefoon als deel van jou functioneert, als je externe breintje, dan moet je inbreken op je telefoon, niet vergelijken met inbreken in je huis, maar met inbreken in je brein. En dat gaat een stuk verder dan het overdenken van mogelijke consequenties voor privacy of veiligheid: “And what harms identity, what harms us as individuals, as minds, is not just a bad consequence – it is bad in principle.”

Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘Curated Culture’ waar ik elke week de laatste berichten rondom ‘future affairs’ naar je opstuur: wat zijn dé technologiche ontwikkelingen die jouw toekomst gaan bepalen? Elke zaterdagochtend de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in