Dutch Fashion in a Globalised World

Aynouk Tan2010 – Dutch Fashion in a Globalised World is het eerste Nederlandse grootschalige onderzoek naar de betekenis van mode. Het vormt een samenwerkingsverband tussen  tussen de Radboud Universiteit Nijmegen, ArtEZ hogeschool voor de kunsten, Saxion Hogescholen/ Academie Toegepaste Kunst en Techniek, het Amsterdam Fashion Institute en de Universiteit van Amsterdam.

Innovatie in de creatieve beleveniseconomie gaat steeds minder over technologie en steeds meer over waarde, symboliek en cultuur. Dat geldt al helemaal voor kleding die een belangrijke rol speelt in de constructie van de menselijke identiteit, van het individuele tot het sociale niveau.

Daarmee hebben kleding en mode een groot aandeel in insluitings- en uitsluitingsprocessen: een verkeerd kledingstuk kan iemand buiten de groep doen vallen (de hoofddoek is een controversieel voorbeeld), terwijl een ander aangeeft dat iemand er echt bij hoort. Als zowel een ‘bottom-up’- als ‘trickle-down’-proces verschuift en verlegt de mode voortdurend de grenzen tussen haute couture en populaire cultuur. Mode bevindt zich op het kruispunt van lokaal cultureel erfgoed en innovatie met internationale relevantie: cultureel (b.v. klompen met naaldhakken van Viktor & Rolf); sociaal (b.v. de hogere klassen die jeans dragen) en technologisch (b.v. gemondialiseerde organisatie van vraag en aanbod).

Het project heeft tot doel om het onontgonnen onderzoeksgebied van de Nederlandse mode vanuit interdisciplinaire invalshoeken te onderzoeken: de wisselwerking tussen economische en culturele performance, die steeds belangrijker wordt in de creatieve economie. De hypothese van het onderzoeksproject is dat de creatieve industrie van mode in Nederland meer dan in traditionele ‘modelanden’ in staat is om zijn unieke culturele achtergrond van individualisme, innovatie en sobere vormgeving te gelde te maken. Die ‘Nederlandse’ waarden spreken ook consumenten elders aan, zoals ook Nederlanders in buitenlandse mode hun gading kunnen vinden.

Ik was binnen dit project verantwoordelijk voor de analyse en theorievorming van de casus ‘Aynouk Tan’.