Digitale detox reclames

Afgelopen tijd werden er door verschillende bedrijven opgeroepen tot een nieuw bewustzijn over wat écht samenzijn met familie en vrienden betekent: welke rol moeten onze telefoons daarin spelen? (Hint: geen)

Ben – #bordjeprik

Het telecombedrijf Ben pleit voor een nieuw besef van telefoonetiquette. Met de ludieke actie #bordjeprik roepen ze Nederlanders op om hun telefonerende tafelgenoten manieren bij te brengen door de lekkerste hapjes weg te pikken.

Rituals – Phone Down Christmas

De cosmeticaketen Rituals voert een campagne Phone Down Christmas, waarbij ze pleiten dat er voor je geliefden geen mooier kerstcadeau bestaat dan je aandacht: “Give from the heart, give your attention”. Daarom hebben ze een smartphone candle ontwikkeld die symbool staat voor die onverdeelde aandacht voor je geliefden. Zet de zaklamp van je smartphone aan, zet de kaars op je smartphone en share your light.

Nike – Time is precious

Ook het sportmerk Nike richt zich in haar laatste reclame die 10 december gelanceerd werd op smartphoneverslaafden. “This commercial is just 1 minute out of the 10 hours a day you spend glued to your screens,” opent de commercial. Daarna wordt een rijtje opgesomd van onzinnige dingen waaraan mensen online hun tijd besteden, dat uitmondt in de vraag: “Are we scrolling, watching, and clicking or ARE WE RUNNING TODAY?”

Nike heeft van deze reclame ook nog een reeks kortere reclamespots gemaakt met de topics Friends, ZombiesCelebrities, Pictures, Opinions, Holidays, Reality TV

Dolmio Pepper Hacker

Deze commercial switcht een complete familie om met andere mensen zonder dat de kinderen die verdiept zijn in hun Ipad dat in de gaten hebben. De slogan: “Family time is important, let’s not ruin that with tech.”

Amber Case: Meer technologie voor een kalmere omgeving

Deze week presenteer ik jullie het werk van iemand met zo ongeveer de tofste jobtitle ter wereld: Amber Case, CYBORG ANTROPOLOOG.
Case is bij het grote publiek bekend door haar TEDtalk ‘We are all cyborgs now’, maar concentreert zich in haar laatste boek uit 2015 op calm technology. Een term die al in 1996 (!!) gemunt werd door Mark Weiser en John Seely Brown in een werkelijk visionair – zeker achteraf bekeken – wetenschappelijk artikel ‘The coming of age of Calm Technology’. Case neemt in haar boek dan ook veel van hun ideeën over bij het formuleren van haar ontwerpprincipes voor kalme tech.
Haar punt? Om een betere relatie met onze technologie te krijgen, moeten we juist MEER technologie toelaten in ons leven. Maar dan uiteraard wel veel slimmere technologie die ook weet wanneer ie z’n mond moet houden (en dat is trouwens ook een goede tip voor relaties tussen mensen…).
fluitketel

Meer technologie voor een kalmere omgeving

Voila, hier is dan hét perfecte voorbeeld van een kalme technologie volgens Case. De fluitketel die alleen fluit wanneer ie je nodig heeft en waar je verder weinig aandacht aan hoeft te besteden. Bovendien maakt hij niet gebruik van visuele cues om je aandacht te trekken, zoals de meeste tech, maar van haptische signalen om gebruik te maken van je andere zintuigen.
Of je nu gebruik maakt van visuele of haptische cues, we moeten toe naar een staat van ‘ambient awareness’.
Ambient awareness is not a different kind of notification; it is a principle that says, when possible, load things into the environment so that all of the attention doesn’t need to be constantly checking for a state change.
Want denk eens na over dit nachtmerrie-scenario:
a smartphone sends the same notification when:
• your Mom sends you a text that your Dad is going to the hospital
• the video game that you played once has a free gift available
• you matched on Tinder (congratulations!)
Now imagine the coming world of Trillions, where you also receive notifications from:
• the refrigerator, because the water filter needs to be changed
• the apartment door, because your roommate just got home from work
• the DVR, because AMC just released another Walking Dead spinoff
• the remote control, because the batteries are running low
Dat is wel even slikken nietwaar? Dus hoe meer onze omgeving uit slimmere tech gaat bestaan, hoe meer we onze omgeving moeten gaan inzetten bij het bewaken van onze aandacht.
En dat betekent dus volgens Case dat als je meer aandacht wil overhouden, je juist MEER technologie nodig hebt, dan minder. Maar dan wel technologie die voornamelijk op je secundaire niveaus van aandacht werkt:
[for a] “more natural” future: imagine living in an absolutely fluid and intelligent environment, where technology can anticipate our gestures and our actions, in order to facilitate them, without any interfaces, apps, or remote controls.
trust-vertrouwen

Kalme tech vereist absolute betrouwbaarheid

Wat Case schetst voor kalme technologie, is dus technologie die ontzettend dicht op je huid zit, een omgeving die vol zit met tech. Soms letterlijk in een wearable die waarschuwt wanneer je te weinig gelopen hebt, soms in je omgeving zoals een lampje bij je voordeur dat geel oplicht wanneer kans op regen is zodat je een paraplu mee kan nemen. Om dit te laten werken, moet de kalme tech voldoen aan twee voorwaarden:
  • * Het moet absoluut persoonlijk zijn. Ik persoonlijk heb bijvoorbeeld totaal geen behoefte om te weten hoeveel ik gelopen heb op een dag, terwijl dat voor een vriend die voor een marathon aan het trainen is, overeenkomt met één van zijn belangrijkste doelen. En ik hoef eigenlijk nooit een notificatie te krijgen van wanneer vrienden in mijn buurt zijn, terwijl anderen dat weer heel fijn vinden. Kalme tech is technologie die je precies zó persoonlijk kunt instellen dat het smooth sailing is, anders kweek je alsnog geen vertrouwensrelatie.
  • * Met Artificial Intelligence kan er volgens Case een grote slag worden gemaakt in het creëren van een kalmere relatie met technologie. Maar dat betekent dus dat er heel veel persoonlijke data in gaan zitten.
 “This means relinquishing personal information—passwords, credit card numbers, activity tracking data, browsing histories, calendars—so the system can make and execute informed decisions on your behalf. ”
En laten we wel wezen, de meeste technologie is gewoon nog zo lek als een mandje. Dus (privacy)veilige technologie is niet alleen een belangrijk doel op zich, maar ook onmisbaar in het creëren van kalme technologie.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Amber Case: We moeten technologie als autorijden ontwerpen

Deze week presenteer ik jullie het werk van iemand met zo ongeveer de tofste jobtitle ter wereld: Amber Case, CYBORG ANTROPOLOOG.
Case is bij het grote publiek bekend door haar TEDtalk ‘We are all cyborgs now’, maar concentreert zich in haar laatste boek uit 2015 op calm technology. Een term die al in 1996 (!!) gemunt werd door Mark Weiser en John Seely Brown in een werkelijk visionair – zeker achteraf bekeken – wetenschappelijk artikel ‘The coming of age of Calm Technology’. Case neemt in haar boek dan ook veel van hun ideeën over bij het formuleren van haar ontwerpprincipes voor kalme tech.
Haar punt? Om een betere relatie met onze technologie te krijgen, moeten we juist MEER technologie toelaten in ons leven. Maar dan uiteraard wel veel slimmere technologie die ook weet wanneer ie z’n mond moet houden (en dat is trouwens ook een goede tip voor relaties tussen mensen…).
desktop

Het probleem? We ontwerpen tech nog als een desktop

Bovenstaande afbeelding toont precies waar het misgaat volgens Weiser en Brown. Onze technologie vraagt continue te veel aandacht van ons, zonder de context in aanmerking te nemen. Of we nu geconcentreerd achter de computer aan een stuk zitten te werken, of door de stad lopen met onze smartphone…technologie vraagt in beide scenario’s evenveel aandacht en concentratievermogen:
We design mobile technologies as if we can give them the same attention as desktop technology. A desktop computer assumes that you will sit in front of it in a chair, rooted to place, with all of your attention on a single screen. A mobile device, on the other hand, may be competing with your environment for attention. Tech shouldn’t require all of our attention, just some of it and only when it’s neccessary.
Gebruik jij nog een desktop? Ik heb al jarenlang geen meer in m’n bezit. Wel heb ik een smartphone, laptop en binnen afzienbare tijd vast allerlei Internet of Things apparatuur. En daarmee ben ik uiterst normaal. Uit onderzoek van Andreas Bulling, van het Max Planck Instituut blijkt dat in 2020 ongeveer 9.7 BILJOEN schermpjes op aarde zijn, wat een 25% stijging is ten opzichte van 2015. En dan heeft ie de schermpjes in apparaten en auto’s nog niet eens meegeteld…
Het moge duidelijk zijn: waar we behoefte aan hebben is een relatieve schaal van aandacht, die context in acht neemt.

De oplossing? Ontwerp tech meer als autorijden

dashboard-auto

Is het je ooit opgevallen hoeveel informatie er eigenlijk in een dashboard van een auto zit? Vast wel een keertje, maar zie je de meters écht continue als je aan het rijden bent, met dezelfde aandacht als waarmee je naar de weg kijkt? Nee. En hetzelfde geldt voor je TomTom of je autoradio. Je auto is een informatiebom, zonder dat je dat doorhebt en zonder dat het je afhoudt van je belangrijkste taak: van A naar B komen.
Autorijden is dus hét voorbeeld van een kalme technologie volgens Weiser, Brown en Case. Een technologie die het minimum van je aandacht vraagt en alleen als het écht nodig is meer aandacht opeist (er begint een rood lampje te knipperen zodra je benzine opraakt).
Als je naar autorijden kijkt – en dat vergelijkt met de multimediaomgeving waarin we ons nu continue begeven, beiden contexten waarin je continue wordt gebombardeerd met informatie – zie je makkelijk het grote verschil. En waarin te winnen valt door anders te ontwerpen.
Maak gebruik van de relatieve schaal van aandacht (mijn formulering). Dat wil zeggen: ontwerp voor de periferie (Case’ woorden).
The periphery of our attention is important because we can’t focus our attention on many different things at once. We can, however, hear sounds, see shapes, and feel objects without having to directly look at them. When a technology forces a low-resolution update into the high-resolution space of your full attention, it wastes your time, attention, and patience. When building technology, we should strive to communicate information to the user without interrupting or distracting them from their primary goal.
Op deze manier kan technologie ‘amplify the best of technology and the best of humanity’:
One of the hallmarks of poorly designed systems is that they force the human user to act like a machine in order to successfully complete a task. […]  A person’s primary task should not be computing; it should be being human. […] You shouldn’t have to be a system administrator to live in your own home.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Duurzame relatie met tech: focus op lange termijn en zelfstandigheid

Deze week ben ik in het werk gedoken van Rohan Gunatillake. Behalve het feit dat hij bekend staat om z’n onuitspreekbare achternaam, is hij ook één van de bekendste ontwerpers van mindfulness-apps. Zo ontwierp hij de meditatie-app Buddhify en de meditatie slaap-app Sleepfulness.
Naast dat hij net een uiterst interessant manifest heeft uitgebracht over hoe je technologie meer kunt – en moet – ontwerpen in samenhang met menselijke waarden, is Gunatillake ook belangwekkend voor zijn visie rondom hoe technologie en mindfulness eigenlijk naadloos met elkaar samen kunnen gaan. Wat we daarvoor nodig hebben? Wise technology & mobile mindfulness.
paard-ruiter
Waar het voor Gunatillake eigenlijk op neerkomt is dat de verslavende, aandachtopeisende technologie van tegenwoordig geen duurzaam model is voor de toekomst. Het creëert een relatie waarin de gebruiker gedwongen wordt en onrespectvol behandeld. Je ziet gebruikers nu dan ook zich al terugtrekken en protesteren. Heb je er als Facebook, Twitter of Instagram dus niet méér aan om na te denken over hoe je een positieve relatie kunt aangaan met je gebruikers, waarin deze welbewust voor jouw app kiezen omdat ze daarvan de waarde inzien in plaats van erin gelokt te worden?
Dat past Gunatillake zelf ook toe in z’n Buddhify app. In de podcast Mindful Cyborgs legt hij uit waarom hij welbewust niet voor een abonnementmodel heeft gekozen, maar voor één vaste prijs (je betaalt 5 euro):
I didn’t want to create an interdependent relationship. I don’t want to train people so they can only meditate with an app. A lot of meditation apps take away the power of the user, and puts it into the voice of the app. Buddify is 5 euro and as 83 tracks, so the earning model is that you learn from the app, and then move on.
Dit deed me denken aan de paard en ruiter metafoor van Donald Norman(auteur van “The design of everyday things”):
Daarin vergelijkt hij de samenwerking tussen mens en machine met de natuurlijke samenwerking tussen paard en ruiter. Deze vormen een symbiose, die constant onderhandelen over wie controle heeft: als de teugels lang zijn heeft het paard controle, en als de teugels kort zijn de ruiter. Deze symbiose vormt een vloeiende samenwerking tussen twee autonome entiteiten. Het is die symbiose waar we naar toe moeten werken. Een gelijkwaardige werkrelatie tussen mens en machine. En geen slaafse afhankelijkheid van de machine (net zo min als dat een geoefende ruiter slaaf van zijn paard is).
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Suggesties voor herontwerp van onze technologie

Deze week ben ik in het werk gedoken van Rohan Gunatillake. Behalve het feit dat hij bekend staat om z’n onuitspreekbare achternaam, is hij ook één van de bekendste ontwerpers van mindfulness-apps. Zo ontwierp hij de meditatie-app Buddhify en de meditatie slaap-app Sleepfulness.
Naast dat hij net een uiterst interessant manifest heeft uitgebracht over hoe je technologie meer kunt – en moet – ontwerpen in samenhang met menselijke waarden, is Gunatillake ook belangwekkend voor zijn visie rondom hoe technologie en mindfulness eigenlijk naadloos met elkaar samen kunnen gaan. Wat we daarvoor nodig hebben? Wise technology & mobile mindfulness.
Gunatillake is sterk tegen het artificieel detoxen of unpluggen:
I have a problem with detox, because that implies that we spend all our time with something that is toxic for us. Technology isn’t the problem, bad technology is the problem. Redesiging, not retreating is the solution.
Hoe dan technologie te herontwerpen? Daar heeft hij een manifest voor opgesteld, met 9 handvaten. Kort en helder beschreven, met voorbeelden van technologie die het volgens Gunatillake al goed doen – Medium en Slack worden door hem bijvoorbeeld geroemd – én hij beschrijft ook nieuwe designideeën.
Stel bijvoorbeeld dat je je notificaties van Instagram zo kunt instellen dat ze maar één keer per dag binnenkomen op een vast moment, zodat je niet continue geplaagd wordt door FOMO – de angst om iets te missen –  en je uit de verslavende feedbackloop gehaald wordt die ervoor zorgt dat je maar blijft kijken?

Of dat je in Whatsapp kunt aangeven hoe lang je eigenlijk beschikbaar bent om te chatten? ‘Provide exit points’ noemt Gunitillake deze designbeslissing: “Bottomless pits, infinite scrolls, and attention traps are all ways of attempting to keep a user in a product or an ecosystem against their explicit will or knowledge.”

Doordat sociale platforms zijn gebouwd op kwantitatieve maatstaven – hoe meer likes je hebt, hoe hoger je status is, en hoe zichtbaarder je bent in bijvoorbeeld de tijdlijn van anderen – jaagt het statusangst aan. Maar onze technologie kan ook kwalitatieve maatstaven aanhouden die ook nog eens in lijn zijn met jouw eigen normen en waarden en zo positieve feedback geven, zoals hieronder te zien is:

Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Rohan Gunatillake: Geen digitaal dualisme, maar mobile mindfulness

Deze week ben ik in het werk gedoken van Rohan Gunatillake. Behalve het feit dat hij bekend staat om z’n onuitspreekbare achternaam, is hij ook één van de bekendste ontwerpers van mindfulness-apps. Zo ontwierp hij de meditatie-app Buddhify en de meditatie slaap-app Sleepfulness.
Naast dat hij net een uiterst interessant manifest heeft uitgebracht over hoe je technologie meer kunt – en moet – ontwerpen in samenhang met menselijke waarden, is Gunatillake ook belangwekkend voor zijn visie rondom hoe technologie en mindfulness eigenlijk naadloos met elkaar samen kunnen gaan. Wat we daarvoor nodig hebben? Wise technology & mobile mindfulness.
monnik-monk-smartphone
Als jonge twintiger ging Gunatillake op soul-searching trip naar verschillende boeddhistische kloosters. Wat hem daaraan opviel waren twee dingen:
1. Hoewel er over mindfulness en meditatie vaak heel dogmatisch wordt gedaan, is er eigenlijk geen juiste manier. 2. Toen hij thuis was in het drukke Londen, kon hij maar moeilijk z’n meditatie-routines vasthouden. Hij had geen tijd voor z’n 30 minuten ochtendmeditatie op een rustige plek in zijn huis, doordat hij ’s ochtends vroeg naar kantoor moest, maar had wél veel reistijd in de drukke, hectische Londense metro.
Dat bracht Gunatillake op het idee om gewoon eens te gaan mediteren in de metro. Daar is het natuurlijk lastig om bepaalde aspecten van meditatie te doen, zoals ademhalingsoefeningen, maar andere aspecten – je concentreren op omgevingsgeluiden – werkten eigenlijk prima.
Gunatillake is making waves in the predominantly anti-tech mindfulness world for his opposition to the idea that we must compartmentalise tech, separating it from the rest of our lives. He warns against the dangers of this behaviour, known as “digital dualism”, and promotes digital culture as a valid part of modern life, rather than a dangerous, untrustworthy intruder.
Gemunt door Nathan Jurgenson, is digitaal dualisme de term waarmee een verschil tussen on- en offline wordt geduid: er is een analoge wereld en een virtuele wereld. En dat is precies het probleem schrijft Gunatillake in zijn boek ‘This is Happening’: er is geen verschil meer:
Did you notice that even when your phone is off, it’s not really off? Because even then we know that emails are coming into our inbox, friends are posting messages that we are missing out on and mayor news is happening. […] We are living in an always on world where there’s no off switch. Silent mode is not silent.
Tijd dus om te stoppen met dat nostalgisch verlangen naar ‘het echte leven dat alleen offline gebeurt’. Mindfulness – je bewust zijn en verbonden voelen met wat er in het moment gebeurt – kan ook juist in samenwerking met onze technologie.
In z’n boek geeft Gunatillake dan ook 60 tech-mindfuloefeningen. Zo is er ‘Advert Jiu Jitsu’ waarbij je elke keer als je een advertentie spot, je aandacht weer even terug laat keren naar je lichaam. Of de ‘Emotional web’ oefening, waarbij je let op hoe een blog, of nieuwsbrief, je doet voelen. En bij ‘Signal bars’ ga je elke keer als je op je telefoon kijkt tijdens een gesprek na, hoe goed jij je eigenlijk verbonden voelt met deze persoon…hoe sterk je menselijke wifi-signaal is, om zo maar te zeggen.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Aandacht voor menselijke beperkingen ipv technologische mogelijkheden

Voor The School of Life schreef de filosoof Tom Chatfield het boekje ’How to thrive in the digital age’. Eén van zijn conclusies is dat in het ontwerp van onze technologie teveel de nadruk ligt op technologische mogelijkheden, in plaats van menselijke beperkingen:
“[…] the iPhone nestled warmly in my pocket […] never too busy, never too tired, always the same; offering steady but infinite options and engagements. It’s a match made in silicon heaven.
Except, of course, I myself am often busy and tired: too busy to keep my wits about me or my priorities my own. […]  My relationship with technology is a kind of killing through kindness.”
loesje-grens
Onze technologie kan niet alleen veel meer aan dan wij, maar speelt daarbij ook nog eens in op ingebouwde psychische kwetsbaarheden. Zo refereert Chatfield aan het onderzoek van Roy Baumeister over ego depletion’ over hoe we per dag maar een beperkte hoeveelheid wilskracht bezitten die op een gegeven moment gewoon verbruikt is.
“Your phone isn’t toxic, it isn’t a brain sigaret, but it’s seducing. Resisting the active temptation is taking a toll.”
Of aan het onderzoek van pyscholoog Daniël Kahneman die ons erop wijst dat mensen geneigd zijn te kiezen voor de weg van de minste weerstand: “When faced with a difficult question, we often answer an easier one instead, usually without noticing the substitution.” Chatfield wijst ons erop dat we daarom bijvoorbeeld maar kiezen om een email weg te werken, in plaats van wat Cal Newport ‘deep work’ noemt. Een email is namelijk niet alleen makkelijk, maar geeft ons ook een heel directe beloning, namelijk het gevoel iets bereikt te hebben.
Kortom, we moeten volgens Chatfield nadenken over het volgende:
“[…] een gemakkelijk vergeten waarheid: dat de theoretische mogelijkheden van technologie uiteindelijk minder belangrijk zijn dan gebruiksgemak en controle. Als hierin een waarschuwing ligt, dan is het dat in onze toenemende behoefte aan gebruiksgemak het gevaar ligt dat we de controle opofferen op een ander terrein: ons vermogen om meer van onszelf en anderen te vragen dan een versimpeld minimum.[…] Hoeveel aandacht mogen we van onze omgeving verwachten en hoeveel aandacht zijn we die verschuldigd? En hoeveel aandacht hebben we nodig – of mogen we verwachten – om ten volle ‘onszelf’ te zijn?”
Over de gewetensvraag hoeveel aandacht we aan onze omgeving verschuldigd zijn, geeft Chatfield trouwens nog een grappig voorbeeld: hoe hij de nieuwgeboren baby’s van vrienden onthoudt (of eigenlijk dus niet onthoudt) door de geboorteberichtjes op te slaan in z’n telefoon:
“Zonder geboorteberichtjes in mijn telefoon heb ik geen idee hoe de eerstgeborenen van mijn beste vrienden heten of wanneer ze jarig zijn. Ik heb de sms’jes beantwoord en soms ook een kaartje of presentje gestuurd en vervolgens ben ik de hele zaak vergeten. Ondanks alle blogs en foto’s en updates op Facebook ben ik me nauwelijks bewust van hun bestaan.
Ik ‘herinner’ me deze kindernamen op dezelfde manier als ik de telefoonnummers ‘ken’ in mijn telefoon: de informatie is in mijn bezit. […] Maar door dit domweg een ‘geheugen’ te noemen loop ik het risico dat ik fundamenteel verkeerd begrijp wat herinneringen kunnen betekenen voor mij. […] Zelfs de meest volledige database ontbeert wat ieder mens op aarde vanzelfsprekend vindt: een verhaal. […] Hoewel we de delen van onze hersenen kunnen herkennen die verantwoordelijk zijn voor ons lange- en kortetermijngeheugen hebben we geen rechttoe, rechtaan geheugenchip in ons hoofd. Er bestaat zelfs geen menselijk geheugen naast onze gedachten, onze gevoelens en ons ik. Wat we ervaren, doen en leren wordt deel van ons.”
Toevallig werd ik me hier twee weken geleden op dezelfde wijze pijnlijk bewust van toen ik onderweg naar een pasgeboren meisje, een kwartier lang m’n whatsappgesprek heb lopen doorzoeken naar hoe de eerstgeboren zoon ook alweer heette. Ai, ik was erg blij dat ik m’n telefoon had om de naam even op te zoeken, maar vond het ook wel erg pijnlijk dat ik het niet onthouden had. Als ik het belangrijk vind om mijn leven te delen met vrienden en familie, en daarvoor ook mijn technologie wil inzetten, hoe zorg ik er dan voor de belangrijke informatie de juiste aandacht te kunnen geven in plaats van alles in een soort vergaarbak te laten terechtkomen, wat nu gebeurt als ik m’n leven via tech deel?
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Mindful, wat is dat eigenlijk? Een lesje uit China

Het viel me op toen ik afgelopen week de zoveelste oproep las om m’n telefoon mindful in te richten. Wat is dat mindful eigenlijk? Wat zou ik eigenlijk bereiken door deze tips te volgen?
*** Tussen twee haakjes: de tips zijn grotendeels best zinnig en komen overeen met het mindfulness bootcamp van Tristan Harris waarover ik al eerder berichtte en sindsdien ook heb toegepast op mijn telefoon. Voor mij heeft het gezorgd voor een veel kalmere, meer doelgerichte omgang met m’n telefoon. Interessant om eens uit te proberen wat het voor jou doet. Ok…back to the argument ***
mindfull-tech
Het is tekenend dat er in stukken zoals bovenstaande wordt opgeroepen tot mindfulness, zonder te definiëren wat dit eigenlijk inhoudt. Of dat het al snel op één hoop wordt gegooid met productiviteit: minder je aandacht laten afleiden zodat je meer werk kunt verzetten. Terwijl goed kunnen werken belangrijk voor me is, maar niet als enige waarde geldt in mijn leven. Ik wil bijvoorbeeld ook m’n leven kunnen delen met mensen die belangrijk voor me zijn, en daarin speelt digitaal contact met m’n vrienden en familie een belangrijke rol.
In elk geval, een aantal decennia geleden werd het boeddhisme hier razend populair, wat leidde tot de introductie van allerlei op het boeddhisme geïnspireerde initiatieven: meditatie, mindfulness, retraites. Maar in die introductie is veel van de oorspronkelijke concepten verloren gegaan. Mindfulness is een van oorsprong boeddhistische oefening die gebaseerd is op de gedachte dat je onthecht en zonder te oordelen naar de wereld en naar elk moment kijkt, zodat je nergens meer last van hebt.
Mindfulness wordt tegenwoordig alom bejubeld als een populaire techniek om kalmte en rust te vinden in ons hectisch bestaan. Maar zo schrijven Michael Puett en Christine Gross-Loh in ‘De weg – Wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren’ dit is niet alleen een verkeerde interpretatie van mindfulness, maar ook nog eens een riskante: ferm gegrond in het Westerse individualiteitsdenken.
“Maar mindfulness was bedoeld om het Zelf af te breken. Het boeddhisme is een leer die het Zelf ontkent, en boeddhistische oefeningen zijn er in hun algemeenheid op gericht om het idee los te laten dat er zoiets bestaat als een individueel zelf. Veel van deze aspecten zijn echter terzijde geschoven en in plaats daarvan is het boeddhisme vaak ten onrechte voorgesteld als een manier om naar binnen te kijken en het zelf te omarmen. Het is ontaard in een exotische vorm van zelfhulp: de leer die het zelf ontkent wordt gebruikt om mensen een beter gevoel over zichzelf te geven.”
Mindfulness in de oorspronkelijke betekenis is dus niet zozeer een concept dat wordt gebruikt om in het zelf te dalen, maar om het zelf te OVERSTIJGEN. Puett en Gross-Loh vinden dan ook dat we niet zozeer onthechting nodig hebben, maar eerder een actieve betrokkenheid.
“Maar je ontwikkelt je niet door je terug te trekken uit de wereld en te mediteren. Het vredige gevoel dat je dan eventjes hebt, verdwijnt toch weer zodra je met de buitenwereld in aanraking komt. Door juist naar buiten te kijken en de interactie met jezelf en de ander te verbeteren, kun je als mens verbeteren.”
En dat lijkt me een zinvollere definitie van ‘mindful met m’n telefoon omgaan’.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Stop met op die weegschaal te kijken

Een gebied waarbij het simplistisch normatief denken rondom een juiste omgang met tech hoogtij viert, is de opvoeding van onze mini-mensjes.
Goed, het is inderdaad een gek idee dat kinderen wel een rijbewijs moeten halen, maar hun smartphones zomaar in handen gedrukt krijgen, met slechts de instructie deze niet te verliezen. Hoewel sommige ouders het wat uitgebreider aanpakken, zoals dit hilarische smartphonecontract dat de dertienjarige Gregory moest ondertekenen.
weegschaal
Wat techwijsheid toepassen in de opvoeding lijkt me dus geen overbodige luxe. En het lijkt me ook logisch dat dit verschillend is voor jonge en oudere kinderen. Maar de richtlijnen – voor zover die er zijn – zijn vooral kwantitatief, gemeten in hoe lang de mini-mensjes op hun telefoon of computer (mogen) kijken. Dan weet je nog helemaal niet WAT ze met hun tech doen. Hebben ze urenlang kattenvideo’s gekeken of hun creativiteit en analytisch inzicht getraind door te bouwen in Minecraft? Hebben ze een simpel actiespel gespeeld of een spel waardoor hun empathie verhoogd werd of fijne motorische vaardigheden aangescherpt?
Kortom: meet niet alleen in ‘screentime’, stelt Jocelyn Brewer, maar in ‘soft skills’. Neem de context, content en cognitie mee van het tech-gebruik. Dat kan namelijk nogal een verschil uitmaken bij het bepalen wat goed is voor je kind qua tech-gebruik. En besef vooral:
 “It’s not about the smartphones in their hands, but the attitudes in their heads.”
Dus als ik je één tip mag geven: gooi lekker je schuldgevoel over het gebruik van je technologie het raam uit. Start vooral eens met voelen WAT het met je doet. En bedenk, net als bij voeding is dit een kwestie van logisch nadenken, experimenteren en vooral niet te extreem zijn. Je hoeft niet elke dag te beginnen met een boerenkoolsmoothie om gezond te eten. Die zijn namelijk gewoon yuk.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Denk in digitale voeding in plaats van op dieet te gaan

Dus, zo stelt Jocelyn Brewer voor, als onze tech dan toch zoiets als voedsel is – iets dat je niet zomaar meer kunt uitzetten omdat het zo verweven is met ons bestaan – waarom denken we dan niet meer in termen van voeding? Als je internetgebruik de Schijf van Vijf zou zijn? Hoe zou dat er dan uitzien?
Food flying out of a laptop screen
Digital Nutrition is dus het concept dat Jocelyn Brewer voorstelt. Een gezond, gebalanceerd dieet, waardoor je geen zaken als een digitaal dieet nodig meer hebt, dat toch niet werkt voor de lange termijn:
Apply this to our digital interactions and think of what is ‘nutritious’ from a social, psychological and cognitive point of view. So what would ‘junk’ be or too much look like? Probably spending all day on social media websites, putting too much value in public commenting like E! News or Reddit, gaming all night long and you’re now wearing adult nappies.
Wat zijn jouw virtuele vitamines? Wat is jouw boerenkool van je internetgebruik? En wat is je snoep of vettig frietje? Het mooie aan het concept van ‘digitale voeding’ is dat in plaats van simplistische oordelen toe te kennen aan internetgebruik (dit is goed/slecht), het de complexiteit en persoonlijke nuance erkent. Net zoals gezond eten voor iedereen iets anders inhoudt – sommigen zijn allergisch voor melk, terwijl anderen dit zonder problemen kunnen drinken – is gezonde digitale voeding ook persoonlijk:
We need to think about our online activities as having inherent nutritional values, just like food, and consider the kinds of vitamins, minerals and calorie content of our digital habits. There are junk foods and there are superfoods within the online world. We need to be sensible with our ‘digital diets’, to avoid overdosing and the necessity for ‘digital detoxes’.
Just like with diets and food nutrition we would benefit from considering how we can create digital lifestyles which support our whole wellbeing. There are occasions which we might indulge in some mental candy, we might need to use technology to relax and unwind – but when we use it to cope in a way which distracts us from dealing with the issue, problems arise.
Je bent wat je eet —> je bent wat je binnenkrijgt via je tech. Kortom: tijd voor labels op onze apps, social media en games, net zoals voedingslabels?
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.