VR doesn’t make you more empathetic

Virtual Reality wordt wel de empathiemachine genoemd, een tech die enorme kracht heeft om ons meer empathisch te maken. Maar Paul Bloom betwijfeld dat in dit artikel voor The Atlantic:

The problem is that these experiences aren’t fundamentally about the immediate physical environments. The awfulness of the refugee experience isn’t about the sights and sounds of a refugee camp; it has more to do with the fear and anxiety of having to escape your country and relocate yourself in a strange land. Homeless people are often physically ill, sometimes mentally ill, with real anxieties about their future. You can’t tap into that feeling by putting a helmet on your head.  Nobody thinks that going downtown without your wallet will make you appreciate poverty—why should these simulations do any better?

One specific limitation of VR involves safety and control.  During the debates over the interrogation practices of the United States during the Iraq war, some adventurous journalists and public figures asked to be waterboarded, to see what it was like. They typically reported that it was awful. But in fact their experience fell far short of how terrible actual waterboarding is, because part of what makes waterboarding so bad is that you get it when you don’t want it, by people who won’t stop when you ask them to. Safety and control transform unpleasant experiences into loads of fun, which is why we pay to play war games and have paintball battles, get frightened by shrieking maniacs in a haunted house, or engage in certain masochistic sexual activities.

Then there is duration. It’s not hard to try out certain short-term experiences, such as dealing with a crying baby for a few minutes, sitting alone in a closet, or having strangers gawk at you on the street. But you can’t extrapolate from these to learn what it’s like to be a single parent, a prisoner in solitary confinement, or a famous movie star. You can’t take an event of minutes and hours and generalize to months and years.

Why not? One consideration is that some experiences are fine in the short-term, but wear you down over time. Solitary confinement is an obvious example here. Or consider subtle forms of sexual and racial discrimination—certain seemingly minor attacks on one’s dignity are easy to shrug off in any single instance, but if they are repeated and relentless, they can lead to anxiety and depression.

Golden Krishna: Een schermpjesloze wereld

Google-designer Golden Krishna (ja, z’n echte naam) stelt in zijn boek ‘The best interface is no interface’ (2015) dat we vastzitten in een wereld vol schermpjes. Hebben we een probleem? Een slim schermpje om het op te lossen! Willen we innoveren? Slap an interface on it! Een prullenbak met een scherm dat laat zien dat het regent terwijl je in de regen voor die prullenbak staat…wie wordt daar nu niet blij van?
Niet alleen lost het slimmer maken van onze omringende tech door er een schermpje op te plakken onze daadwerkelijke vragen en behoeftes niet op. Maar het reduceert ons ook tot een ‘schermpjes-wereld’ waarin we een hele lijst met digitaal huiswerk krijgen om nog enigzins te kunnen communiceren met onze tech. Op dus naar een wereld zonder schermpjes!

Ons schermpjes-denken: waar is het fout gegaan?

De Ipad-potty…onmisbaar voor een goede start van de opvoeding
Het is bijna 40 jaar geleden sinds de PC werd uitgevonden. En hoewel er sinds die tijd ‘aan de achterkant’ grote uitvindingen – zoals een snelle internetverbinding, verbeterde data-opslag en process power –  het ontwerp van de PC enorm hebben verbeterd, is de innovatie aan de voorkant blijven steken.
We’ve hardly evolved the primary interaction we have with computer […] progress around the front end — what we do see, the graphical interface — has been devolving into psychological tricks.
Wat is de oorzaak daarvan? Het feit dat we User Experience zijn gaan verwarren met User Interface, schrijft Krishna. Dat zijn designtermen, maar je snapt wel wat ie bedoelt als je hiernaar kijkt:
This is UI: Navigation, subnavigation, menus, dropdowns, buttons, links, windows, rounded corners, shadowing, error messages, alerts, updates, checkboxes, password fields, search fields, texts inputs, radio selections, text areas, hover states, selection states, pressed states, tooltips, banner adds, embedded videos, swipe animations, scrolling, clicking, iconography, colors, lists, slideshows, alt text, badges, notifications, gradients, popups etc.

This is UX: People, happiness, solving problems, understanding needs, love, efficiency, entertainment, pleasure, delight, smiles, soul, warmth, personality, joy, satisfaction, gratification, bliss, euphoria, convenience, enchantment, magic, productivity, effectiveness etc.

Kortom: We hebben UX design waarbij behoeftes van consumenten worden opgelost, verward of gelijk gesteld aan UI design: interface design dat draait om communicatie, om het ontwerpen van een schermpje. En zijn zo niet alleen aanbeland bij de geweldige uitvinding van een schermpje op je koelkast waarop je tweets binnenkomen, maar ook bij de zin:
There’s an app for that.
Hoe verkeerd en belachelijk dit ‘schermpjes-denken’ als automatische oplossing voor zo’n beetje alles is, wordt duidelijk uit het volgende voorbeeld:
The New York Post had een prima oplossing voor een uitvallende telefoon door weinig batterij: “Battery Doctor is a mobile app that will tell you the amount of power and time left on your current battery. It will also give you suggestions on how to get more juice when you need it now and in the future”. Geweldig…dus om m’n probleem met een lege accu op te lossen hoef ik alleen maar een stroomverslindende app te downloaden..
Volgens Krishna beginnen steeds meer mensen tot de conclusie te komen dat schermpjes noch apps hun daadwerkelijke behoeftes invullen en dat ze niet meer clicks of swipes in hun leven willen.
According to Quartz, the average American smartphone user downloads zero… yes, zero apps per month. People seem to download a few key apps — like email, maybe a social network, and perhaps a game — when they purchase their phone, and then never really download anything ever again.

Wij dienen onze tech: Inbox zero, wie wil dat nu niet?

Yes! Weer een stap dichter bij Inbox Zero, a.k.a. m’n hoogste doel in het leven
 “The real problem with the interface is that it is an interface. Interfaces get in the way. I don’t want to focus my energies on an interface. I want to focus on the job…I don’t want to think of myself as using a computer, I want to think of myself as doing a job.”
Dit is een citaat van de bekende designer Don Norman. Uit 1990. Au.
Het probleem van schermpjesdenken is volgens Krishna niet alleen dat het onze daadwerkelijke behoeftes niet invult, maar dat we er ook een ellenlange lijst van taken bijkrijgen om in godesnaam maar te kunnen communiceren met onze tech.
On a given day you could have software updates to download and install, passwords to reset, notifications to attend to, files and folders to sort, messages to archive, social media requests to confirm, calenders to update, credit card balances to check, information to verify, storage space to manage and monitor, documents to back up, messages to reply to, photo’s to upload, flights to check in…These are digital chores. The maintenance of our digital lives.
Ok, a new version is available? Yes, I’d love to download it for the next few hours.
We worden gedwongen om te communiceren op de manier van computers. Het onthouden van verschrikkelijk lange wachtwoorden met minstens tien letters, drie cijfers en een uitroepteken. Je weg kunnen vinden in databases. Niet alleen wordt je aandacht zo continue weggetrokken van de zaken die je belangrijk vindt – het échte werk dat je gedaan wilt krijgen – en heb je minder tijd over voor bijvoorbeeld vrienden en familie, maar we snappen daarnaast ook steeds minder hoe onze technologie werkt.
Krishna geeft in zijn boek het voorbeeld van een was- of afwasmachine. Huishoudelijke apparaten waar mensen vaak enorm veel geld voor neertellen, maar waarvan ze vaak maar één of twee programma’s gebruiken (ongeacht wat je wast of hoe vies het is) omdat ze niet begrijpen wat de rest inhoudt. En natuurlijk heb je wel wat beters te doen dan die onbegrijpelijke ellenlange handleiding doorspitten. Bovendien: als je er zoveel geld voor neertelt, mag je toch wel een betere communicatie verwachten van je tech?
Het meest verontrustende is echter dat we ongemerkt ook onze behoeftes en ambities aanpassen aan de computer-communicatie. Heb jij al eens gejuicht toen je je emailbox helemaal leeg had gewerkt? Waar was je toen eigenlijk blij om? Had je toen JOUW behoefte verwezenlijkt, of die van je technologie?
We seeks alluring, aspirational moments like Inbox Zero – a state of having an empty inbox because you’ve deleted, moved or archived them all – with many desire and few attain. But for what? For happiness? The improvement of society? Nope, for the computer. For the interface. So that a count in a numerical badge floating above your application icon can diminish and eventually disappear. So that the application notifications eventually go away. So that your most important documents are preserved. So that your account stays current. So that you don’t get hacked.

Zo kan onze tech ons weer gaan dienen

Waarom je geen twaalf stappen nodig hebt om een deur te kunnen openen
Bedenk eens wat jouw meest snelle informatieverwerkingssysteem is? Iets waardoor je in minder dan een seconde weet of een brood nog goed is of dat je die melk nog kunt drinken. Juist, je zintuigen. Maar onze computers waar we steeds meer op vertrouwen zijn nog uitgerust met hetzelfde informatieverwerkingssysteem als toen ze uitgevonden werden: user input, informatie die wij erin stoppen.
When it comes to computers, we build them with a different information-gathering system. We use a methodology that fuels our bizarre relationship with them. We make them rely on user input. […‘It’s time to teach our powerful machines to sense the world more like we do. The technology exists, it’s prevalent, and yet it remains mostly unused in the consumer marketplace.
Computers die de wereld zien door zintuigen…mmm…wat bedoelt Krishna hiermee? Vooral dat we bij het ontwerpen van User Experience design uit moeten gaan van het observeren van zaken die daadwerkelijk gebeuren en daar een technologie rondom creëren.
Onbevooroordeeld naar de werkelijkheid kijken, in plaats van alles al in de context van een schermpje te plaatsen:
For the last few decades in making digital products, we’ve been drawing rectangles (screen representations) and wondering how we can solve problems inside these lazy rectangles. Instead, a more interesting sandbox is to start with the typical process of our customers.
Krishna geeft het voorbeeld van ontwerpers van Ford die het opviel dat sommige automobilisten, terwijl ze met hun handen vol boodschappen de achterklep open probeerden te doen, hun been uitstaken onder de bumper. Dat bracht ze op het idee om dit ‘typical process’ te omarmen, een set sensoren onder de bumper aan te brengen die een schop van het been kunnen herkennen en daarop de achterklep automatisch openen. Deze goedkope sensoren werden één van de meest gewilde features van bepaalde Ford auto’s.
Of kijk naar het plaatje hierboven. Een tekening van de app Lockitron die het probleem probeert op te lossen dat mensen vaak hun sleutel verliezen. De eerste oplossing was sloten die met een app geopend konden worden. Dat resulteerde in twaalf stappen waarin je eerst je telefoon uit je zak moest pakken, ontgrendelen, de app moest openen, je code invoeren e.d. om maar die deur open te krijgen. Raad eens hoeveel mensen er echt blij waren met deze oplossing?
Dus in de tweede versie van hun ontwerp gooide Lockitron de boel grondig om. Geen twaalf stappen meer, maar een slim slot dat automatisch communiceert met je telefoon in je broekzak zodat jij niets meer hoeft te doen en de deur vanzelf voor je opengaat.

De oplossing: achterzak-apps

Back-pocket apps, dat is volgens Krishna de oplossing voor onze groeiende aversie tegen aandachtsverslindende technologie die ons niet dient, maar onze evenzeer groeiende honger naar technologie die ons leven kan verbeteren en vergemakkelijken. Apps die aan het werk zijn terwijl je telefoon rustig in je achterzak zit. Jij hoeft er geen aandacht aan te besteden, je tech werkt voor jou.
Lockitron, die ik hierboven al noemde, gebruikt dus Bluetooth om met je deurslot te communiceren. En Krishna geeft ook het voorbeeld van Ginger.io, een app voor mensen die zwaar depressief zijn. Zonder te interfereren met hun dagelijks leven is Ginger.io op de achtergrond continue signalen aan het zoeken hoe het met je gaat: heb je je huis verlaten of familie of vrienden gebeld of geappt?
Zelf moest ik aan Amazon Go denken. Een supermarkt waarvan het eerste filiaal op 5 december opende, waarin je rustig shopt terwijl je telefoon in je achterzak bijhoudt wat je allemaal in je mandje hebt gestopt, weer bij nader inzien hebt teruggelegd en automatisch afrekent. Jij hoeft nergens aan te denken, behalve aan wat je voor je avondeten wilt maken. Forbes noemt het dan ook: Amazon Go is about payments, not grocery.
Of aan IFTTT (If This Then That), waarmee je ‘recepten’ creëert om het ene stukje software met het andere stukje software te laten communiceren. Als ik bijvoorbeeld een foto post op m’n Instagram, wordt ie automatisch doorgeplaatst op m’n website.
Krishna voorziet dat deze automatische software-to-software technologie de toekomst gaat zijn waardoor onze digitale klusjeslijst een stuk korter wordt, en technologie eindelijk weer gaat doen waar het voor bedoeld is: ons van dienst zijn.

De stad als domein voor drones, maar van wie is de lucht dan?

Drones zullen sneller dan je denkt opduiken in het straatbeeld van de stad. Voor Stadsleven schreef ik een blog over de vraag die hiermee opkomt: van wie is eigenlijk de lucht boven de stad? Moeten we bang zijn voor privatisering van ons luchtruim?

We leven al bijna in dronecity

Een stad vol drones als vogels in de lucht, kun jij het je voorstellen? Dat is de toekomst die designstudio Superflux voor zich ziet in de korte film Drone Aviary, die overigens helemaal gefilmd is met een drone.

Hoe ver staat dit kunstproject eigenlijk nog af van de realiteit? Waar drones oorspronkelijk als wapen gebruikt werden, en nu geliefd zijn bij hobbyisten, is de komende generatie drones helemaal toegerust om ook de stad van dienst te kunnen zijn. Met lichtgewicht radio’s en camera’s, en krachtige lithium batterijen hebben de huidige professionele drones al vele mogelijkheden. Maar de échte grote stap gaat kunstmatige intelligentie zijn: als drones autonoom kunnen vliegen – dus zonder een menselijke bestuurder nodig te hebben.

Drones kunnen dan allerlei publieke taken, zoals van de politie of zorg, overnemen of aanvullen. Zo wil de gemeente Enschede graag drones inzetten als toezichthouder om de campus van de Universiteit Twente en bedrijventerreinen te laten bewaken door een autonome drone. Als er een melding is van brand of inbraak, vliegt de drone er automatisch heen om beelden te maken, die live naar de meldkamer gestuurd kunnen worden. De Amerikaanse politie gaat een stap verder. Deze is momenteel samen met fabrikant Taser International aan het onderzoeken of drones met stroomstootwapens uit te rusten zijn. In North Dakota mag de politie al sinds vorig jaar boven de hele staat drones gewapend met tasers, traangas en zelfs rubberen kogels inzetten, zolang het wapen niet dodelijk is.

Ook in de zorg kunnen drones van betekenis zijn. Drones kunnen wegen monitoren en ambulance personeel waarschuwen bij ongelukken. Of er kan een ambulance drone naartoe worden gestuurd, zoals onderstaand ontwerp van de TU Delft, die niet alleen sneller de plek van het ongeval kan bereiken doordat deze er rechtstreeks naartoe kan vliegen, maar ook moeilijker bereikbare plekken aankan. Daarom zien bedrijven niet alleen mogelijkheden voor dit soort drones in steden, maar vooral in landen als Rwanda waar de wegen notoir slecht zijn en de afstanden groot. Zo brengt de drone van Zipline, een startup uit Silicon Valley, al bloed naar klinieken op het platteland en maakte de beroemde architect Norman Foster vorig jaar op de architectuurbiënnale in Venetië furore met zijn ontwerp voor een mobiel dronevliegveld waar drones kunnen worden op- en ingeladen.

Commerciële partijen zien toekomst in de drone stad

Niet gek dus dat grote commerciële partijen zoals Amazon en Google hun pijlen richten op drones. Amazon ontwikkelt momenteel tal van drones die pakketjes moeten gaan bezorgen. Deze drones zijn geschikt voor verschillende situaties, zoals drones die bij droog weer vliegen of in de regen, in dorpen of in steden en die landen in achtertuinen of tegen flatgebouwen. Google werkt sinds 2012 aan Project Wing, ook een bezorgdrone, die verticaal kan opstijgen en landen. Project Wing moet in 2017 gaan lanceren. Ook Amazon is druk bezig met testvluchten in Canada, Australië en sinds kort ook in het Verenigd Koninkrijk. Ondertussen zijn ook al patenten aangevraagd voor een soort zeppelin in de lucht als vliegend warenhuis waarvanuit de drones bevoorraad kunnen worden (Amazon) en een karretje op wieltjes die de pakketjes uit de lucht kan ‘vangen’ en zo veilig tot je voordeur kan rijden (Google).

In onderstaande video zie je de ultieme nachtmerrie van drone-commercie. Dronevertising’ was een trial campagne bedacht door het Russische bureau Hungry Boys voor de Chinese noodlebar Wokker. Posters met reclame voor noodle- en rijstgerechten zweefden op drones voor de ramen van kantoren in Moskou’s financiële district, gericht op lunchtijd wanneer zoals de claim luidde ‘veel mensen vergeten om te stoppen met werken om te eten’.

Komt onze publieke lucht ruimte in het geding?

Nu de ontwikkeling van commerciële drones zo’n vlucht heeft genomen, beginnen mensen zich zorgen te maken of steden wel goed genoeg de publieke belangen behartigen en zich niet blindstaren op de grote beloftes van de bedrijven.

Onderzoekers Bradley L. Garrett en Adam Fish schreven 12 december een bijdrage voor The Guardian waarin ze het sluipende gevaar van de privatisering van ons luchtruim bespreken. Waar de regels voor het vliegen van drones in het Verenigd Koningrijk (net als in Nederland) helder en gelijk voor iedereen waren (namelijk drones moeten in het zicht van de piloot blijven, 50 meter verwijderd van mensen, gebouwen en vliegvelden), krijgen commerciële bedrijven als Amazon en Google nu opeens toestemming om wél testvluchten met hun autonome drones (waar dus geen piloot bij betrokken is) uit te voeren.

“Urban airspace is being radically reshaped by the proliferation of drones – a process which is quickly slicing the air into private strips. Urban citizens are at risk of losing access to a valuable public resource as corporations are given prioritisation in the skies above our heads.”

Bovendien is onlangs aangekondigd dat bezorgingen per drone worden toegestaan aan de inwoners van the Spire in Londen, een wolkenkrabber in aanbouw van 800 miljoen vlakbij de Canary Werf, waar de woningen zoals je kunt raden vooral voorbestemd zijn voor de rijkeren der aarde:

“This would require an exemption to the CAA rules about flying in congested areas. Just as skyscrapers have become a visible marker of social inequality in the UK, the ability to fly will also be granted according to privilege, further solidifying the relationship between height and power in the capital.”

En dat de gevaren van privatisering van het stedelijk luchtruim mogelijk nog verder kunnen reiken, hebben Garrett en Fish zelf ervaren tijdens hun eigen dronevlucht:

“Lifting off from a grassy, flat expanse next to the river Thames, we quickly vaulted to the height of a 30-storey building and began capturing slow, sweeping images from a bird’s-eye view. But then a security guard emerged from the building and ran towards us. “You can’t fly that here,” he yelled. We were keeping the drone within our line of sight, as per Civil Aviation Authority (CAA) regulations, and my co-flyer Adam Fish responded: “Sorry but we can. We checked the regs and we are 50 metres from the building, and this isn’t a congested area.” Adam showed him a map. Then the security guard looked up at the drone hovering over the building, and said: “Yeah, but we own it.” “You own what?” Adam replied. “The air, mate. We own the air.”

Het recht om te disconnecten

Franse werknemers hebben nu the right to disconnect

Vanaf 1 januari heeft Frankrijk een wet aangenomen die bedrijven met meer dan 50 werknemers verplicht om een ‘disconnection’ beleid te hebben rondom communicatie na werkuren en in vakanties. Kortom: zodra je het kantoor uitwandelt kun je je email vergeten en je smartphone negeren.
De Franse minister van werk, Myriam El Khomri, hoopt dat de wet de gezondheidsgevaren van ‘info-obesitas’ tegengaat. Steeds meer studies tonen de gevolgen van een ‘altijd-aan’ werkcultuur, die ervoor zorgt dat werknemers niet genoeg rusten en herstellen van het werk. Zo toonde de Franse researchgroep Eleas aan dat meer dan 1/3de van Franse werknemers hun smartphones gebruiken om buiten werktijd te werken, terwijl 60% van de werknemers de wet steunen.
Ook de Universiteit van Brits Columbië vond in een studie dat werknemers die hun emails slechts drie keer per dag checkten minder stress hadden. De Colorado State University bewees het omgekeerde: dat werknemers van wie verwacht werd om na werktijden hun email en telefoon te beantwoorden, verhoogde stress haddenTwee weken geleden schreef ik al over de gevolgen van de continious partial attention, de term die Linda Stone hiervoor gebruikt.

Bedrijven die willen dat je emailloos op vakantie bent

Frankrijk mag dan wel het eerste land zijn dat officieel dit heeft vastgelegd in de wet, er zijn andere landen die ook bezig zijn met beleid hieromtrent. Zo zijn Japanse ambtenaren verplicht om hun werk voor 8 uur ’s avonds af te hebben. Daarna mag je blijven zitten werken, maar sta je wel onder toezicht van een strikt overwerk-preventie-team. En in Duitsland hebben managers een wettelijk verbod om tijdens vakanties hun werknemers te contacten.
Ook verschillende bedrijven hebben al ‘right to disconnect’ beleid. Zo hebben de 100.000 werknemers van de Duitse autofabrikant Daimler de emailfunctie ‘Mail on Holiday’ die automatisch alle inkomende mails tijdens vakantie delete zodat je na je vakantie kunt beginnen met een lekker lege inbox. Volkswagen heeft een beperkte emailserver in de avonden en weekenden en managers van de verzekeringsmaatschappij Allianz Frankrijk met 10.000 werknemers, hebben strikte orders om geen emails te sturen na 6 uur ’s avonds. Ook mogen ze trouwens geen vergaderingen op de late namiddag organiseren. De 7 campussen van de KEDGE Business School laten netjes weten bij mails na 7 uur ’s avonds dat de werknemer ‘out of schedule’ is en je hem of haar pas weer de volgende dag kunt bereiken. Ook hebben ze vastgelegd in hun beleid dat het ontvangen van excessief veel emails een misbruik is waarvoor je als werknemer naar hun human resources afdeling kunt stappen.

Ook recht op verveling, pech en te laat komen

Je kunt je afvragen of de ‘right to disconnect’ een eerste stap is naar digitale burgerrechten. Waar zouden we nog meer recht op hebben bijvoorbeeld? Sidney Vollmer, host van de podcast Digitalisme, beschreef vorig jaar 22 rechten die we volgens hem kwijtraken door digitale technologie. Onze technologie biedt ons vele kansen, maar zet daarmee wel vaak een nieuwe standaard. Zo hebben we volgens hem recht op:
  • * Het recht op verveling: Iedere burger heeft het recht op nietsdoen. Op dromerig uit het raam staren naar ons vlakke, vlakke land in plaats van naar een scherm.
  • * Het recht op pech en toeval: We hebben recht op de toevallige bijkomstigheden die ons leven onvoorspelbaarder maken, die nu door onze smartphones wordt weggenomen, zoals een regenbui.
  • * Het recht op verdwaling: De kortste route van A naar B is geen plicht. We hebben het recht om zélf de route uit te zoeken.
  • * Het recht op te laat komen: We hoeven niet binnen vijf minuten de ander een bericht te sturen om onze vertraging aan te kondigen.
* Het recht op intuïtie: Hoezeer het algoritme ook zegt dat we behoefte hebben aan X, moeten daten met Y, boek Z gelezen zou moeten worden: we hebben het recht algoritmische suggesties naast ons neer te leggen. En voor onze eigen, stomme, ongeïnformeerde, puberale, achteloze, hopeloze keuze te gaan.

Kunnen landen wel een disconnect-standaard zetten?

Wat de Franse wet interessant maakt, is niet alleen dat het een standaard zet voor wat belangrijke culturele waarden zijn en welke plek technologie daarin moet innemen. Maar de wet toont tussen de regels ook de moeilijkheden hiermee. Want: wiens standaard is dit eigenlijk? Hoe kun je als land, cultuur of bedrijf een standaard zetten voor individueel smartphonegebruik?
Dit dilemma wordt goed beschreven door journalist Carly Hoilman die beschrijft hoe de wet vrijheid kan betekenen voor de moeder die zo ’s avonds haar aandacht volledig kan richten op haar drie bloedjes van kinderen (die ondertussen alleen maar zitten te snapchatten met hun vriendjes, maar goed…), maar juist een beperking van vrijheid voor de 23-jarige ambitieuze werknemer die vrije tijd in overvloed heeft en graag overuren wil maken om sneller te kunnen stijgen op de carrièreladder.
Under this provision, individuals like the 23-year-old bachelor could be flagged for violating company policy. In order to comply with the new restrictions, he would have to forego his comparative advantage (i.e. more free time and less out-of-office obligations), and the company would cease to benefit from his (completely voluntary) additional labor.
De ‘right to disconnect’ is ingebed in een werkcultuur waar veel mensen juist profiteren van de flexibiliteit en het ‘work anytime, anywhere’ juist als vrijheid ervaren. (Laat staan het aantal werknemers dat samenwerkt met collega’s uit verschillende tijdzones). Werk heeft nu een andere invulling dan voor voorgaande generaties: werk is zingeving geworden, een onderdeel van je identiteit. Is daar zomaar een on/off knop op te zetten?

Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Is onze aandacht wel echt aan het verdwijnen?

Volgens Patricia McDonald, chief strategy officer bij Isobar, is er in het urenlange bingewatching in elk geval bewijs dat onze aandachtsspanne nog niet aan erosie onderhevig is:

We hear a lot about ever diminishing attention spans and the need to instantly engage the swipe right generation whose brains have been reshaped on a diet of Twitter, Tinder and Snapchat.

Yet in parallel, Netflix data shows that half of House of Cards viewers consumed an entire season in just one week, and that a majority of viewers immerse themselves in just one show at a time. Even a casual glance at the TV content that dominates our popular culture shows that complexity – overlapping narratives, expansive casts, elaborate mythologies – is no barrier to engagement. The average YouTube viewing session on mobile is now 40 minutes long.

So perhaps rather than delivering on expectations, we should raise them. Perhaps rather than ruthlessly simplifying, we could believe that our audiences can cope with complexity. If you can follow the plot of Game of Thrones, there’s a decent chance you can follow the pros and cons, ins and outs of richly nuanced political questions. (bron)

Interessante techtrend: Aural Augmented Reality

Vorig jaar haalde ik in m’n nieuwsbrief ook al het designbureau FROG aan met hun 15 voorspellingen voor 2016. Hun voorspellingen waren toen erg leuk, maar soms nogal far-fetched (bijvoorbeeld filmrecensies die zouden worden geschreven door je hartslag te meten). Dus voor 2017 zijn ze ietwat dichter bij de realiteit gebleven. In het kader van deze nieuwsbrief vind ik twee voorspellingen erg interessant:
  • Dat technologie steeds meer in je omgeving gaat zitten (hallo Internet of Things) is niet nieuw; wel dat deze tech-omgevingen dan mogelijk met elkaar kunnen gaan communiceren om op deze manier zo goed mogelijk voor ‘hun mensen’ te kunnen gaan zorgen. FROG geeft het voorbeeld van een zelfrijdende auto die ervoor kan zorgen dat bij een aanrijding van achteren de stoplichten van het kruispunt op rood komen te staan, zodat er niet nog meer ongelukken gebeuren. En zo kan ik me nog meer tech-omgevingen voorstellen die interessant zijn om aan elkaar te schakelen. Wat gaat dit opleveren? Een verzorgende tech-wereld die ruimte laat om onze aandacht te besteden aan zaken die écht belangrijk voor ons zijn? Zeker is in elk geval dat onze technologie hier misschien al klaar voor is, maar de beveiliging ervan nog lang niet

frog-augmented-audio

  • Weet je nog dat ik schreef over hoe cyborgantropoloog Amber Case pleit voor ambient awareness: technologie die in plaats van ons overvolle visuele blikveld, gebruik gaat maken van onze andere zintuigen om met ons te communiceren? Nou, de ontwikkeling van Audio User Interface (zoals FROG het proces beschrijft waarbij notificaties via je oren binnen gaan stromen) zou hiervoor wel eens interessant kunnen zijn (of een regelrechte nachtmerrie als ze het niet gaan afstemmen op een relatieve schaal van aandacht) . WIRED heeft het trouwens in hun vooruitblik van techtrends over Aural Augmented Reality waarmee ‘real-time’ bijvoorbeeld een vertaling van het Japans naar Nederlands kan plaatsvinden of je jezelf een perfecte gitaarpartij à la Slash hoort spelen terwijl je loopt te stuntelen. Maar buiten deze ‘trucjes’ kun je het ook gebruiken om geluiden uit te filteren, je aandacht te focussen en zo meer mindful te zijn volgens de voorstanders van AAR.

Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Linda Stone – Essential Self i.p.v. Quantified Self technologie

Vind je het niet gek dat als we het hebben over de invloed van technologie, we het zelden hebben over ons lichaam? Volgens de denker van de week, Linda Stone, hangen ons denkvermogen en aandacht niet alleen onlosmakelijk samen met ons gebruik van onze technologie, maar wordt dit ook indirect gemedieerd door hoe onze technologie onze lichaamshouding en ademhaling beïnvloedt en wij ons hele lichaam vergeten. 
Stone, die jarenlang hoge posities binnen Apple en Microsoft bekleedde, kwam door observaties in haar eigen leven tot haar inzichten. Opeens merkte ze dat ze tijdens het lezen van haar email vaak haar adem inhield, en ging ze op basis daarvan onderzoeken wat dit voor consequenties kon hebben. En toen ze in 2004 na een operatie aan haar kaak getroffen werd door trigeminal neuralgia, een chronische – vaak grote – pijn van je kaak tot aan je hersenen, werd ze zich er pas van bewust hoezeer technologie gericht is op gezondheid – en dan vooral analytische concepten van wat gezondheid zou moeten zijn – in plaats van de wijsheid die al in het lichaam verscholen zit. Tijd om die wijsheid weer een goede plek te geven in onze relatie met technologie! 

Essential Self i.p.v. Quantified Self technologie

quantified-self-essential-self
Wat we nodig hebben om in te tappen in de wijsheid die ons lichaam ons te bieden heeft bij het verbeteren van onze relatie met technologie, is ’Essential Self Technology’, een verbastering van Quantified Self technology – het bijhouden van je gedrag d.m.v. technologie.
De Quantified Self beweging ontstond in de late jaren 2000 als een reactie op een gemis: gedrag kon je alleen in een lab meten en dat waren vaak ingewikkelde en dure testen. De eerste generatie QS technologie zoals de Fitbit of Nike Fuelband was daarmee een grote stap voorwaarts: hiermee werden gezondheids- en fitnessdata beschikbaar voor consumenten.
Het probleem met QS technologie is volgens Stone vooral wat het NIET is: het is niet JOU.
QS is all about sensors like scales and accelerometers. These sensors produce numbers; the numbers must be interpreted by your thinking brain; and only then can they inform decisions about your body. It’s all several steps removed from your lived experience.
To put it another way: a fitness-tracking watch can tell you how far you’ve walked today, but it can’t tell you how you feel. What if the self your devices are quantifying isn’t the same person who feels hungry or sated, energetic or tired, happy or sad? What if it isn’t your essential self? And why are we collecting all this data, anyway? Is it helping us bring meaning into our lives?
Volgens Stone moeten we dus van Quantified Self naar Essential Self technologie gaan:
“that pure sense of presence”—what our bodies are telling us about our experience in the physical world right now, without displays and readouts and spreadsheets in the way.“
En dat betekent dus bijvoorbeeld wel een meter die je ademhaling in de gaten houdt, maar dat vervolgens niet verwerkt tot een prestatie waar je vooruitgang op kunt maken en kunt vergelijken met anderen.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.

Linda Stone: Zet je lichaam in i.p.v. tirannieke technologie

Vind je het niet gek dat als we het hebben over de invloed van technologie, we het zelden hebben over ons lichaam? Volgens de denker van de week, Linda Stone, hangen ons denkvermogen en aandacht niet alleen onlosmakelijk samen met ons gebruik van onze technologie, maar wordt dit ook indirect gemedieerd door hoe onze technologie onze lichaamshouding en ademhaling beïnvloedt en wij ons hele lichaam vergeten. 
Stone, die jarenlang hoge posities binnen Apple en Microsoft bekleedde, kwam door observaties in haar eigen leven tot haar inzichten. Opeens merkte ze dat ze tijdens het lezen van haar email vaak haar adem inhield, en ging ze op basis daarvan onderzoeken wat dit voor consequenties kon hebben. En toen ze in 2004 na een operatie aan haar kaak getroffen werd door trigeminal neuralgia, een chronische – vaak grote – pijn van je kaak tot aan je hersenen, werd ze zich er pas van bewust hoezeer technologie gericht is op gezondheid – en dan vooral analytische concepten van wat gezondheid zou moeten zijn – in plaats van de wijsheid die al in het lichaam verscholen zit. Tijd om die wijsheid weer een goede plek te geven in onze relatie met technologie! 

Zet je lichaam in i.p.v. tirannieke technologie

dog-temptation
Nu Stone bekend is geworden door haar onderzoek naar aandacht en technologie, vragen veel mensen haar om advies hoeveel tijd ze dan voor een scherm moeten doorbrengen of hoeveel pauze ze moeten nemen. Dit is haar advies:
My response is always the same: How do you feel? Your body is wiser than your mind in these matters.The challenge is, most of us, especially those engaged with technology in some way, tend to favor the inclinations of the mind. The mind, for many of us, is often tyrannical towards the body.
Het probleem is volgens Stone dat we onze gebroken relatie rondom aandacht met technologie proberen te verbeteren door ons (gezond) verstand in te zetten. Een veel gebruikte methode is bijvoorbeeld het inzetten van programma’s als Freedom of RescueTime die tijdelijk bepaalde websites of toegang tot de wifi blokkeren, kortom: verleidelijke afleiding blokkeren.
Volgens Stone heb je daarmee wellicht een tijdelijke oplossing om productief te zijn, maar verbeter je daarmee niet op diepere wijze je relatie met technologie. Je leert niets over wanneer of hoe je aandacht aan je ontsnapt en past dezelfde dwang toe als wanneer je je er op wilskracht doorheen zou sleuren:
[..] With technologies like Freedom, we take away, from our mind, the role of tyrant, and re-assign that role to the technology. The technology then dictates to the mind. The mind then dictates to the body. Meanwhile, the body that senses and feels, that turns out to offer more wisdom than the finest mind could even imagine, is ignored.
Wat we nodig hebben volgens Stone is dus conscious computing: technieken en technologie die ons bewust maken van ons lichaam, waardoor we kunnen zien hoe we reageren op bijvoorbeeld email en daarnaar kunnen handelen. Zolang we even machine-achtig met onszelf blijven omgaan als onze technologie dat met ons doet, gaat er niets fundamenteels veranderen.
Dit bericht komt uit m’n wekelijkse nieuwsbrief ‘CTRL, ALT, DELETE’ waarin ik elke week onderzoek hoe we een betere relatie kunnen krijgen met onze tech. Herontwerp van ons tech én van onszelf: hoe doe je dat? Ook de nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in.