Trendrapport Philips: nieuwe tijd breekt aan – Relationisme – hoe gaat de mens zich tot natuur verhouden?

Op de Dutch Design Week 2019 zag ik een interessant trendrapport van Philips in samenwerking met studenten van de Design Academy en TU Eindhoven.

Philips gaat ervanuit dat we door klimaatverandering, de negatieve impact die dat heeft op onze leefomgeving en afnemende macht van bestuurlijke organisaties wereldwijd, in een nieuw tijdperk komen. Een tijdperk dat beheerst zal worden door een onderliggende filosofie van Relationisme:

Being thoughtful, and increse awareness, knowledge and intuition about the relationships of all phenomena in complex dynamic systems

Ter vergelijking, eerst werd de menselijke tijd beheerst volgens de volgende drie filosofieën:

    • Pre-modernisme: (Westers) geloof dat goden en geesten de toekomst en het leven na de dood bepalen, in agriculturele samenleving
    • Modernisme: Een tijd voornamelijk gedetermineerd door utopische toekomstvisies voortgedreven door technologische vooruitgang, onze industriële tijd
    • Post-modernisme: Een tijd waarin relativisme en het besef dat meerdere waarheden bestaan. Dingen zijn een continu experiment en uitproberen. De experience- en kennismaatschappij is het tijdvlak waarin Philips deze filosofie plaatst

In het tijdperk van Relationisme kunnen we volgens Philips terechtkomen in vier mogelijke toekomsten:

    • Sentio-centrism – Staat in teken van menselijke intelligentie, en gaat daarmee voorbij aan onze natuur (zowel ons lichaam als de natuur om ons heen). Denk hierbij aan zaken als singularity of een hive-mind
    • Anthropo-centrism – Hierin wordt de menselijke vooruitgang boven alles gesteld. Deze toekomst staat het meest op één lijn met onze huidige levens: de aarde en haar bronnen staan in teken van de mens, we passen onze leefomgeving om voor zoveel mogelijk menselijk welzijn te creëren. 
    • Resource-centrism – In deze toekomst staat duurzaamheid centraal – om een duurzame toekomst te garanderen moet de mens een stapje terug doen. Dit noemt Philips “coöperatief pragmatisme” en “egalitarianism”
    • Eco-centrism – In deze toekomst doet de mens de grootste stap terug tov de natuur. We worden weer volledig onderdeel van onze natuur, ipv erboven te staan als heersers

Meer welwillendheid voor tech in je lichaam

JWT Intelligence bericht in hun nieuwste trendreport ‘Beauty Tech Futures’ over een belangrijke kentering in de beautyindustrie. Waar voor consumenten 4 jaar geleden nog alles naturel/ natuurlijke producten moest zijn, uit angst voor onnatuurlijke vervuilende stoffen op en in het lichaam, is nu een comfortlevel met technologie bereikt: tech mag onder de huid kruipen:

Four years ago, the beauty industry was in the midst of a New Naturalrenaissance. In a trend fueled by rampant fear that the world around us—from the food we eat to the air we breathe—is filled with poisonous chemicals and toxins, beauty products were stripped back to their purest forms. Organic, farm-fresh ingredients and natural production processes were non-negotiable, base expectations for beauty consumers, while all things synthetic, manmade or genetically modified were shunned as hazardous and unhealthy.

Foto: Frank V. via Unsplash

But now, “natural” and “engineered” are no longer perceived as mutually exclusive. As new technologies emerge that replicate the services of the doctor’s office or manufacture biomimetic ingredients, the beauty industry is course-correcting. Skincare and beauty brands are turning to AI, machine learning and data analysis to bring unprecedented personalization and deep knowledge to beauty-conscious consumers.

Nieuwe vrienden maken via een app of huren voor de gelegenheid

Waar inmiddels het idee allang is doorbroken dat je liefde niet via een app zou kunnen vinden, is er nu een nieuwe generatie apps op de markt die zich richt op andere vormen van intimiteit: het huwelijk, vriendschap en het gezinsleven. Via apps onze relaties managen, kan dat wel?

Nieuwe vrienden maken via een app of huren voor de gelegenheid

2019, het jaar waarin in de bekende serie ‘Friends’ al 25 jaar oud is, maar onverminderd geliefd op Netflix. De aantrekkingskracht zit ongetwijfeld in de ongecompliceerde, onvoorwaardelijke, zorgeloze vriendschap tussen de zes eind-twintigers. Vrienden voor het leven.

Maar dat vrienden voor het leven…dat gaat steeds minder op. In een tijd waarin jonge mensen steeds vaker van baan, stad of levensstijl veranderen, is het logisch dat je vaker nieuwe vrienden nodig hebt, vond Olivia June Poole, oprichter van één van de eerste apps exclusief gericht op het vinden van vriendschap. Zo ontstond in 2016 Hey!Vina, een app speciaal voor vrouwen die nieuwe vrienden zoeken.

“Het is super makkelijk om een date te vinden op het internet, maar waarom is het niet net zo makkelijk om nieuwe vrienden te maken?” vertelt Olivia June Poole, de mede-oprichter en directeur van Hey! VINA. “We bouwden deze app om een oplossing te vinden voor vrouwen die verhuizen, reizen of van baan veranderen, en dus van leefstijl en levensfase veranderen. Gedurende ons volwassen leven gaan we naar een hoop plekken die onze bestaande vriendschappen niet altijd ondersteunen en dan wordt het tijd om onze kringen uit te breiden.” (bron)

Na Hey!Vina ontstonden al snel andere vriendschapsapps:

Niet veel later investeerde Match Group, het bedrijf dat eigenaar is van de populaire datingapp Tinder en datingsite Match.com, in Hey!Vina. Andere grote namen in de techindustrie keken mee en begonnen ook vriendschapsservices aan te bieden. Datingapp Bumble, een bedrijf van voormalige Tindermedewerkster Whitney Wolfe Herd, kondigde Bumble BFF aan, een functie binnen de app speciaal voor vriendschappelijke contacten. Greg Orlowski, een van de oprichters van bezorgservice Deliveroo, begon Peanut, een app die moeders met elkaar in contact moet brengen. En Nextdoor, een app die mensen in contact brengt die naast elkaar of bij elkaar in de buurt wonen, heeft 285 miljoen dollar aan investeringen opgehaald. (bron)

Enorm taboe op vriendschapsapps

Apps die je helpen om nieuwe vrienden te vinden, net als datingapps. Het klinkt niet zo onlogisch. Maar journalist Selma Franssen stuit in haar onderzoek naar vriendschapapps op een enorm taboe. Nog meer dan bij datingapps mag je niet te eager lijken. Als je aangeeft dat je graag vrienden wil maken, word je al snel gezien als een loser. Wat moet er wel mis met je zijn dat je die vrienden niet al hebt? We zijn kortom onderhevig aan het romantisch idee dat vriendschappen organisch moeten groeien:

Communicatiewetenschapster Elisabeth Timmermans, die promoveerde op onderzoek rond online datingapps:

‘Veel mensen knappen erop af als iemand expliciet in zijn of haar profiel vermeldt op zoek te zijn naar een date of relatie. Dan lijkt het alsof die persoon erop gebrand is een relatie te vinden en dat het niet zoveel uitmaakt met wie dat dan is. Bij het online zoeken naar vriendschap geldt dat ook. Als je aangeeft op zoek te zijn naar vriendschap, dan vragen mensen zich af wat er met je scheelt. Geen of te weinig vrienden hebben vinden we al snel vreemd of abnormaal. Mensen hebben daar iets meer begrip voor als je in je profiel aangeeft dat je net verhuisd bent en nog niemand kent in je nieuwe woonplaats. Dat vinden we vrijblijvender, minder zielig.’

 

Dat merk ik [ Selma Franssen] ook tijdens mijn vriendschapsdate met Paula. Ons enige echt ongemakkelijke moment vindt plaats als ik tijdens ons eerste drankje tegen haar zeg dat ik al vijf jaar in Brussel woon. Paula is duidelijk verbaasd. Hoe kan het dat ik hier al zo lang ben en toch op een vriendschapsapp zit? Ik antwoord dat mensen komen en gaan in Brussel en dat een aantal van mijn vrienden op het punt staan om naar het buitenland te verhuizen. En dat ik het altijd leuk vind om nieuwe mensen te leren kennen. Dat klinkt al wat minder als een loser – maar ik merk wel meteen dat ik het gevoel heb dat ik mijn motieven moet uitleggen, wat bij online daten al veel minder het geval is

Vertindering van vriendschap

Het artikel van Franssen stipt ook interessante effecten aan van op zoek gaan naar nieuwe vrienden op de tindermanier. Want hoe beoordeel je bijvoorbeeld wanneer je iemand interessant genoeg als vriend vindt om een biertje mee te drinken? Als ik nadenk over mijn criteria en vrienden die ik al meer dan 15 jaar heb langs die lat leg, zouden er toch een paar het niet halen vrees ik. Selma Franssen merkt hetzelfde:

Ondanks de verschillen, merk ik dat ik me op Hey!Vina al snel begin te gedragen zoals op Tinder. Alle profielen die zich buiten mijn stad bevinden doe ik al meteen weg, want blijkbaar ben ik niet bereid om Brussel te verlaten voor nieuwe vrienden. Iedereen die naar ‘slechte’ muziek luistert of die een draagbare hond heeft, krijgt ook meteen een nee. Ik begin een Tinder-déjà-vu te krijgen, en dat was nu juist wat ik niet wilde.

 

Elisabeth Timmermans kijkt daar niet van op. ‘In een datingcontext zie je dat mensen door de visuele manier waarop datingapps werken, steeds meer naar uiterlijk kijken. Als je op dezelfde manier apps gaat maken voor vriendschappen, dan wordt uiterlijk ook daar weer heel belangrijk. En moeten we dat wel willen?’ Als ik er wat langer over nadenk, realiseer ik me dat als ik veel van mijn huidige onmisbare vrienden op deze manier had beoordeeld, we nooit vrienden waren geworden. Een van mijn liefste vriendinnen heeft nota bene een draagbare hond en ik zie haar daarom niet minder graag. Dat doet me afvragen of je eigenlijk wel op een app kunt beoordelen of iemand een goede vriend of vriendin zal zijn. En wat als die ander er anders over denkt en je wordt afgewezen op een vriendschapsapp?

Bovendien kan er nog een ander tindereffect versterkt worden in een vriendschapsapp: het feit dat je je behoorlijk afgewezen en eenzaam kunt voelen als je geen match vindt, geghost wordt, of toch geen echte klik voelt tijdens de dates. Zoals Elisabeth Timmermans stelt: “Dat mensen niet seksueel of romantisch tot je aangetrokken zijn is een ding, maar wat als iemand zelfs geen vrienden met je wil zijn?”

Photo by Noorulabdeen Ahmad on Unsplash

Rentafriend: vrienden huren voor een avondje

Misschien is een zakelijkere aanpak om nieuwe vrienden te vinden dan beter. Huur een vriend is een trend die vanuit Japan zich over de wereld aan het verspreiden is. Rentafriend is een website waar je – jawel – een vriend kunt huren. 10 Jaar geleden opgezet naar het model van de Japanse verhuurindustrie. In Japan is het al ‘normaal’ dat je een vriend huurt die bijvoorbeeld met je meegaat naar een bruiloft zodat je niet alleen hoeft. In Nederland lijken zulke praktijken nog ondenkbaar, maar inmiddels zijn er al 1000 vrienden te huur op RentaFriend van de 621.000 professionele vrienden wereldwijd.

Journalist Kimberly van Heiningen besloot een poging te wagen en huurde Ling in voor een avondje tapas eten in Utrecht:

Ik sluit een betaald abonnement af om ‘vrienden’ een bericht te kunnen sturen. Je kunt zoeken op stad (Utrecht), leeftijd (tussen de 21 en 40) , gender (vrouw) en seksuele voorkeur (maakt me niets uit). De website voorziet weliswaar alleen in platonische relaties, maar een gay best friend op afroep kan dus gewoon. Natuurlijk kun je ook zien voor welke activiteiten je potentiële vriend te porren is en of dit een beetje matcht met jouw verwachtingen. Lings activiteitenarsenaal is uitgebreider dan de tapaskaart in het restaurant. Van persoonlijk advies (al dan niet telefonisch) tot het meegaan naar familiegelegenheden en je vergezellen in een luchtballon.

Hoewel het een gezellige avond is, stuit van Heiningen op de verwarrende vorm van sociale interactie die tussen een zakelijke overeenkomst en vriendschap inhangt.

We praten over de gebruikelijke koetjes en kalfjes, eten onze tapas en hebben het hartstikke leuk. Al voelt het toch een beetje anders. Gezelligheid kent bij mij normaal gesproken echt geen tijd en nu heb ik toch de stipte deadline van tien uur in mijn hoofd. […]

 

Mijn hersenen weten zich in elk geval geen raad met de gehuurde vriend-etiquette, voor zover die al bestaat. Enerzijds probeer ik Ling juist op haar gemak te stellen, anderzijds pik ik zonder te vragen het laatste gambakroketje in. […]

 

Journalist Selma Franssen schreef het boek Vriendschap in tijden van eenzaamheid en noemt het inhuren van vrienden vooral heel verwarrend. ‘Het geldaspect zorgt ervoor dat je eisen kunt stellen die je niet aan je normale vrienden stelt. Moet diegene lachen om al jouw grappen? En wanneer jij hem of haar een luisterend oor biedt, krijg je dan korting?’

Dus ja, kun je vriendschap echt inhuren? Is vriendschap vooral een kwestie van gemeenschappelijke interesses, een gedeeld gevoel voor humor, nabijheid/gelegenheid en een welwillendheid van twee kanten? Van Heiningen ervaart in elk geval een gebrek aan een bepaald aspect van vriendschap dat de vriendenverhuurindustrie niet biedt:

Ze reageert alleen niet helemaal zoals mijn vrienden zouden doen. Die zouden zeggen dat X inderdaad wel een lul was en Y van vijf jaar geleden helemaal. Dat soort commentaar kan Ling niet geven, simpelweg omdat ze de voorkennis niet heeft. En juist het kennen van elkaars voorgeschiedenis is zo belangrijk voor het gevoel van onderlinge verbondenheid […]

Lees ook de eerdere blogs uit deze serie:

Post-city: de toekomst van de stad ligt in het platteland

Leven in steden is jarenlang de dominante trend geweest. Maar twee belangrijke namen – trendwatcher Li Edelkoort en architect Rem Koolhaas – stellen nu dat dat voorbij is. We gaan een geografische verschuiving zien naar middelgrote en kleinere steden. Ook het platteland zal niet alleen steeds meer in de belangstelling komen te staan, maar enorme veranderingen doormaken. Hoe ziet een post-city samenleving eruit?

De grote uittocht uit de stad 

Leven in de stad stond voor een vrij leven met vele mogelijkheden. Maar inmiddels is deze romantische visie van leven in de stad doorgeprikt voor veel mensen: leven in de stad is vooral te duur geworden. Dat maakt dat de trek uit de stad naar kleinere steden en dorpen in gang is gezet, stelt trendwatcher Li Edelkoort in dit interview in Elle:

Wat doorslaggevend wordt, is ons vertrek uit de stad, want steden raken te vervuild en worden te duur. In New York is het echt dramatisch. Je bestelt een kop koffie, een croissant, en dan ben je alweer twintig dollar verder. Je ziet daar winkelstraten leeglopen door te hoge huren. Bleecker Street is nu bijna een ghost town: er rijden nauwelijks taxi’s, er lopen geen mensen meer, broodjeswinkels gaan weg.

Opvallend is dat in deze opkomende kleinere steden en dorpjes juist allerlei initiatieven ontstaan die eerst aan de grotere steden voorbehouden waren en het leven in de grote stad juist interessant maakten. Een levendige restaurantscene bijvoorbeeld. In Japan is bijvoorbeeld een actief overheidsbeleid op chiho sosei – creating life in the countryside, waarbij kleine voorheen slaperige stadjes als Kamiyama zich ontwikkelen tot creatieve hubs met microbrouwerijen.

Kamiyama bierbrouwerij

Edelkoort denkt dan ook dat de combinatie betaalbaar wonen, gezonde leefstijl met stedelijke mogelijkheden een belangrijke geografische verschuiving zal veroorzaken van stad naar platteland:

Terwijl in Essaouira, een klein stadje in Marokko, laatst juist drie nieuwe conceptstores ontstonden. Toen bedacht ik hoe vreemd het eigenlijk is dat de grote steden aan het afbouwen zijn, en er in opkomende stadjes en dorpjes juist nieuwe initiatieven ontstaan. Dus ik denk dat er een andere geografische indeling komt. Het is nog een timide beweging, maar het zal groter worden. Een van mijn werknemers heeft al een Parijs-tarief en een Bretagne-tarief: als ik haar in Parijs laat werken, is ze duurder. Heel grappig. Zij kan natuurlijk meestal het werk in Bretagne doen en het naar me opsturen.’

Rem Koolhaas: het platteland wordt een productielandschap voor de stad

Van architect Rem Koolhaas opent februari 2020 de expositie ‘Countryside, the future’ in het Guggenheim museum. Je zou zeggen dat het platteland een apart onderwerp is voor een architect en echte stedenliefhebber – de naam van z’n architectuurfirma OMA is een afkorting van Office for Metropolitan Architecture. Maar Koolhaas signaleert in Archdaily een steeds grotere betekenis van het platteland – iets wat hij definieert als alles dat niet tot de stad behoort – voor de stad en een enorme verandering in ons landschap daardoor.

As described in Carolyn Steel’s “Hungry City,” the once-symbiotic relationship between urban and rural has morphed into a present-day where major cities can only function with the support of vast sways of rural, industrial landscapes. London, for example, requires a total amount of land approximately 293 times its own area to produce the necessary food, energy, water, and raw materials needed to sustain itself. With 68% of the world’s population expected to live in cities by 2050 (a figure currently at 55%), cities will devour ever-larger areas of land to support the ever-larger demands of their citizens.

Koolhaas schetst overigens wel een compleet ander beeld dan Li Edelkoort. Hij stelt dat waar het platteland eerst stond voor een ontsnapping uit de stad, relaxen en recreëren in een gezonde omgeving, het platteland in zijn visie dus een productielandschap wordt. Een omgeving gericht op zo efficiënt mogelijk de behoeften van de stad te bedienen:

While immediate reflections of “countryside” may evoke romantic images of sleepy villages, desolate mountains, or uninterrupted silence, many of these landscapes are alive and responsive to global flows of energy, food, finance, policy, ideas, and people. While cities concern themselves with the human experience, these landscapes operate on a macro scale generating millions of tons of food for supermarket shelves, raw metals to manufacture iPhones, wind farms to power them or data streams to activate them. (bron)

Robotdorpjes en landschap compleet ingericht op efficiëntie

In Koolhaas visie trekken dus niet meer mensen naar het platteland, maar juist naar de stad en ontstaat er daardoor een leegte op het platteland. Maar wie gaat dan deze voedselfabrieken en datacentra draaiende houden voor al die stadsbewoners?

Technologie en dan met name robots.

Koolhaas geeft het voorbeeld van het Tahoe-Reno Industrial Center in Nevada waar de reusachtige beige loodsen van Google en Tesla nu het dorre andschap domineren.

Over bouwvergunningen wordt niet moeilijk gedaan, de aanwas van gebouwen lijkt grotendeels zonder stedenbouwkundige planning te verlopen. „Dit zijn gebouwen die niet op de klassieke manier bewoond worden”, aldus Koolhaas. „Ze worden vooral ingenomen door machines en robots. Bepaalde elementen zijn helemaal verdwenen uit deze architectuur, zoals felle kleuren. Men leeft er in een beige wereld. En de enige menselijke achterblijvers zijn de beveiligers.” (nrc)

Satelietfoto van het Tahoe Reno Industrial Center

Een omgeving die vooral efficiënt moet zijn, en voornamelijk door robots wordt bestierd zal een heel anders architectonisch beeld opleveren. Robots hebben bijvoorbeeld geen straten of ramen nodig.

In deze situatie fungeren mensen niet meer perse als opdrachtgever. Er komen gebieden zo groot als New York waar hooguit 8000 mensen wonen. Zo kun je je onbekommerd overgeven aan een technologische esthetiek en hoef je niet in de eerste plaats te denken aan de menselijke maat. Een stedelijke omgeving veroorzaakt beperkingen in het denken, aldus Koolhaas. Met het platteland betreed je een nieuw gebied waar je niet vast zit aan een rolstoeltoegankelijkheid of waar je de kleur beige moet toepassen. Het opent nieuwe perspectieven voor de architectuur. (De Architect)

Het platteland vormt zich om naar een compleet functioneel landschap, waar geen rekening hoeft te worden gehouden met de menselijke maat. Koolhaas omschrijft het in een interview met The Financial Times als:

[…] a new sublime. A landscape totally dictated by function, data and engineering. The scale alters, the human becomes almost irrelevant. The paraphernalia of human habitation can be reduced. We are in a moment of transition now, in a half-human, half-machine architecture. Is this a post-city? If we articulate it properly it could be insanely beautiful.” (Financial Times)

 

Politici veranderen in memes, is dat iets goed of slechts?

Memes en gifjes spelen een steeds grotere rol bij berichtgeving over politiek op het internet, signaleert Amanda Hess in The New York Times. Wat doet dat voor onze beleving van politiek en de inhoud van de politieke boodschap?

 

Nieuwe manier van politiek beleven: Politici worden memes en burgers fans

Hess haalt in haar stuk veelvuldig memes aan rondom politica Elizabeth Warren die bijvoorbeeld vaak als Hermione Granger van de Harry Potter reeks wordt geportretteerd:

 

Ze ziet hierin een verschuiving van hoe wij politiek beleven. Niet meer via neutrale nieuwsberichten, maar via subjectieve – bijna emotionele – kaders. Je krijgt je politieke nieuws eerder bijvoorbeeld mee via social media en via satireshows. Deze nieuwe politieke beleving wordt dus getekend door een nieuwe esthetiek waar memes veelvuldig in gebruikt worden:

What is this strange chimera of presidential campaigning: a candidate’s head on pop culture’s body? It is the product of a great convergence between politics and culture, citizenship and commerce, ideology and aesthetics. Civic participation has been converted seamlessly into consumer practice. It is democracy reimagined as fandom, and it is now a dominant mode of experiencing politics.

Hess signaleert niet alleen een verandering in hoe je je politiek meekrijgt, en de vorm daarvan, maar ook hoe mensen zich vervolgens tot dat politieke nieuws en politici verhouden. Ze stelt dat mensen zich in de politieke meme-cultuur eerder als fans opstellen, dan als burgers:

Here, political engagement slips easily into the habits of consumption. President Trump’s fans follow him around the country like groupies, and Nancy Pelosi’s boosters fetishize her funnel-neck coat as a symbol of the #resistance. Candidates’ supporters now identify as stans— a term derived from the 2000 Eminem song about a fan who becomes so obsessed, he kills.

Memes leiden een eigen leven en weerspiegelen niet alleen de politiek, maar ook meningen over de politiek

Moet je daar als politica nu blij mee zijn dat er zoveel memes over je rondzwerven? Je zou het immers kunnen zien als gratis reclame, of wellicht zelfs als een nieuwe vorm van grassroots politics.

Maar Hess stelt dat de meme-cultuur een moeilijk te beheersen kracht is. Het licht  slechts bepaalde momenten, bepaalde standpunten of bepaalde eigenschappen van de politicus uit, waardoor die kunnen te komen overheersen. Zo geeft ze het voorbeeld dat de Hermione-meme bij Elizabeth Warren slechts haar gender en intelligentie benadrukt.

Je zou op zich kunnen stellen dat dit neutrale of flatterende dingen zijn, maar Hess stelt dat zelfs positieve memes schadelijk kunnen zijn omdat ze de politieke complexiteit van de boodschap van Warren kunnen verhullen:

Political stanning has a way of remapping the landscape of mainstream politics — maybe even overwriting physical reality itself. […]

 

On its surface, stuff like the spiriting of Warren’s image into the world of Harry Potter is an innocent internet parlor game. But the fan-fictioning of political candidates can be a dark art, too. The power to viscerally manipulate Warren’s image can be used to undermine her ideas rather than boost them. Take the “Elizabeth Warren always” meme that swept Twitter this summer: Though it warmly characterizes her as a relatably decent person (“Elizabeth Warren always replaces the toilet paper” and “Elizabeth Warren always boards with her correct boarding group”), it has a way of obscuring her political message. As Warren advocates progressive reforms, the meme is fundamentally conservative in its valorization of the polite competency of the individual. […]

 

When politicians are converted into culture, often the first thing that’s lost is the politics.

Een meme is dus een subjectieve weergave, waar ook altijd een laagje van de fan(cultuur) overheen ligt.

Whatever persona Elizabeth Warren hopes to project in her presidential campaign, it is probably not that of a child witch. But that is the persona that some of her biggest fans have chosen for her. […]

Fan culture’s political takeover is obviously accelerated by the internet, but it does not represent a replacement of corporate media or political machines. It’s more in negotiation with them. It isolates moments from the mainstream — like this week’s Democratic primary debate — and shoots them off in new directions, layered with additional meanings. […]

It’s not that a politician’s actual politics have become unimportant in these fandoms, but they have become sublimated into spectacle. A candidate’s political reputation — as a centrist or a radical, a liberal or a conservative, independent or corporate — helps inform the online personality that is built up around her, and from there it is inflated or distorted by cultural clues.

Politiek als meme-cultuur – meer toegankelijkheid, minder betrokkenheid?

De politieke meme-cultuur doet ook iets met hoe wij politiek beleven stelt Hess. Dat kan twee richtingen uitgaan. Allereerst zou je kunnen stellen dat het positief is omdat het laagdrempeligheid creëert waardoor nieuwe groepen zich actiever kunnen gaan verhouden tot politiek en mogelijk meer betrokkenheid genereert.

Enthusiastically memeing Elizabeth Warren into a treasured fantasy world drums up attention and energy that theoretically align with grass-roots campaigning. The media scholar Henry Jenkins has likened photoshopping a meme to writing a letter to the editor: just another mold for citizenship, cracked open to new groups.

Maar aan de andere kant kan politiek juist meer gaan aanvoelen als andere zaken die je via je media consumeert, een youtube-video die je op hebt staan tijdens je ontbijt, een instagrampost die je even liket. Zaken die je met een half oog bekijkt en niet echt een mening over vormt (en dat meestal ook niet hoeft). Op die manier zou je juist kunnen afvragen waar de actieve betrokkenheid blijft:

The point of translating politics into pop culture may be to make it more accessible, but it can also make politics feel oddly remote — as if it is all just a television show to watch, or a fantasy novel to read, or a game to play.  […]

 

The stanning of the presidency is a fresh form of civic engagement, but it is an agent of disengagement, too. It is a new way of seeing democracy, and of obscuring it. In 2019, the democratic nature of online creation masquerades as democracy itself.

Na dating apps komen nu de opvolgers: huwelijksapps

Waar inmiddels het idee allang is doorbroken dat je liefde niet via een app zou kunnen vinden, is er nu een nieuwe generatie apps op de markt die zich richt op andere vormen van intimiteit: het huwelijk, vriendschap en het gezinsleven. Via apps onze relaties managen, kan dat wel?

Na dating apps, is er nu de opvolger: de app voor je huwelijk

Voor de generatie die elkaar heeft leren kennen op dating apps als Tinder, en gewend is steeds meer aspecten van haar leven via de telefoon te doen, is het niet gek dat nu de opvolger ontstaan is: de relatieapp. Apps die je helpen om je huwelijk of lange termijn op de rails te houden:

There are now at least a dozen popular apps that cater exclusively to couples: Raft to sync schedules, Kindu for sex stuff, Honeydue for financial planning, Icebreak for conversation starters, You&Me to send messages, Fix a Fight for, well, fights, and Happy Couple, which gamifies getting to know each other. (Vox)

Natuurlijk is het makkelijk om hier sceptisch over te doen. Zeker over aspecten als reminders instellen om “remind me to express appreciation at 8 am”, of “remind me to text a message that makes my partner smile at 12 am”. Het komt klinisch, robotachtig over en eigenlijk heel erg volgens het solutionism-credo van Silicon Valley: there’s an app for that.

Screenshot van de app Lasting

Romantiek inplannen: is dat misschien juist handig?

Tegelijk doet het me ook denken aan een discussie die ik eens met een ex-vriendje had. Hij had werkelijk geen romantisch botje in z’n lijf, en ik ben juist nogal ontvankelijk voor romantische gebaren. Uitgedrukt in liefdestalen sprak ik kortom swahilisch voor hem. Je kunt je voorstellen hoe de discussie over dez09e verschillen tussen ons liep: hij gooide het op dat het gewoon niet in ‘m zat. Ik was echter niet voor één gat te vangen en stelde voor dat hij z’n romantische gebaren dan maar moest plannen en in z’n agenda moest zetten. Hij keek me aan alsof ik gek was. “Maar dan betekent het toch niets meer?” Dat was ik niet met hem eens: ik vond de zorgvuldig geplande structuur niets afdoen van het gebaar zelf en juist getuigen van z’n liefde voor me en respect voor mijn behoeftes.

Is het kortom tijd om onze definitie van romantiek, liefde en huwelijk uit te breiden? Wat zou ons dit opleveren?

But it’s hardly surprising that using a relationship app comes with a stigma like the responses to Welch’s original tweet. After all, shouldn’t love be easy? Isn’t that what we’re constantly told, that if you only find the right person, the rest should come naturally? And if it doesn’t, well, you chose wrong! Luckily, there are plenty of apps that will help you find someone better.

 

The irony, though, is that online dating used to carry a similar stigma, which has only recently begun to wane. Yet once we’ve found someone to settle down with, we’re supposed to know exactly what we’re doing, no help needed. With the divorce rate hovering between 40 and 50 percent, it’s clear that it’s not necessarily the case.  (Vox)

Lees ook de andere blogs uit deze serie:

Je huishouden als project, je gezin als team. Hoe apps als Slack het gezinsleven managen

Waar inmiddels het idee allang is doorbroken dat je liefde niet via een app zou kunnen vinden, is er nu een nieuwe generatie apps op de markt die zich richt op andere vormen van intimiteit: het huwelijk, vriendschap en het gezinsleven. Via apps onze relaties managen, kan dat wel?

Slack om je gezinsleven op de rails te houden

In online magazine The Atlantic verscheen van de zomer een interessant artikel “The slackification of the American Home. Stretched for time, some households are starting to operate more like businesses”.  Het artikel onderzoekt de trend waarbij steeds meer gezinnen naar projectmanagmenttools zoals Trello of Slack grijpen om hun drukke gezinsleven enigszins op de rails te kunnen houden. Zo worden niet alleen boodschappenlijstjes, maar ook takenlijstjes van de kiddo’s en het huiswerk erin gestopt zodat met één druk op de knop je precies kunt zien hoever elk gezinslid al is met z’n wekelijkse doelen:

Trello, a web-based project-management tool. Parker’s four children, ages 9 to 18, now use Trello, which is more typically used at work, to keep up with chores, to-do lists, shopping, and homework. “I use it every day to keep track of what schoolwork I need to do, or places I need to be, things to buy,” Hannah, her 15-year-old daughter, says.

 

Incorporating Trello, along with Gmail, into the Parker family’s life has been a godsend, in Tonya’s view. It streamlined family communication, helped keep everyone organized, and added a layer of accountability to tasks. Now, instead of wondering if her children forgot to do something, Parker says she can ask, “How are you doing on your checklist?”  […]

 

And Melanie Platte, a mom in Utah, says Trello has transformed her family life. After using it at work, she implemented it at home in 2016. “We do family meetings every Sunday where we review goals for the week, our to-do list, and activities coming up,” she says. “I track notes for the meeting [in Trello]. I have different sections, goals for the week, a to-do list.”

 

Slack – Scott Webb via Unsplash

Het artikel schetst verschillende mogelijke oorzaken voor het feit dat steeds meer gezinnen grijpen naar projectmanagementtools. Allereerst zijn zowel kinderen met hun buitenschools activiteiten en hobbies, als de ouders die steeds vaker beiden werken, drukker en meer on the move dan ooit. (Zie ook de blog: We worden ontbijtfamilies). Ook kan het een teken zijn van hoe werknemers steeds meer onder druk staan en daarom thuis ook nog vaak bereikbaar moeten zijn of even moeten werken:

Perhaps the desire to streamline home life is also a product of how much employers ask of today’s knowledge workers. “I see the use of business software within households as an effort to cope with feeling too stretched at work,” says Erin Kelly, a professor at MIT’s Sloan School of Management and a co-author of the forthcoming book Overload: How Good Jobs Went Bad and What We Can Do About It. She says that the “escalating demands” of many white-collar jobs leave workers (parents or not) increasingly frazzled and worn out—so the same tools that systematize their workdays might appeal as a way to cut down on the time they spend organizing life at home.

Je huishouden als een project, je gezin als een team

Het doet wellicht in eerste instantie wat bevreemdend aan, om je huishouden te runnen als een project en je gezinsleden als een team te behandelen. Maar in het artikel worden ook wetenschappers geciteerd die stellen dat in de kenniseconomie, de emotionele, organisatorische en sociale vaardigheden die je gebruikt op je werk en in je gezin wellicht niet meer zoveel verschillen:

“The membrane that divides work and family life is more porous than it’s ever been before,” says Bruce Feiler, a dad and the author of The Secrets of Happy Families. “So it makes total sense that these systems built for team building, problem solving, productivity, and communication that were invented in the workplace are migrating to the family space.” […]

 

Melissa Mazmanian, an informatics professor at UC Irvine, agrees. “The way that we imagine knowledge work and more and more kinds of work is really about coordination and collaboration across distance, across people’s different time commitments, managing attention, figuring out who’s going to do what when,” she says. “And that style of work … It’s very similar to family life, if you think about it.” Perhaps one’s children and direct reports are not so different after all.

Maar is dat wel zo? In een bedrijf zijn sociale vaardigheden gericht op productief zijn, transparant, afspraken maken etc. In een gezinscontext krijgt dat toch een rare dimensie zoals onderstaand voorbeeld laat zien van hoe een ouderpaar per email afspraken over de kinderen aan elkaar bevestigd:

[Emily] Oster, who is a contributing writer at The Atlantic, says she takes a “business-y approach” to other aspects of home life as well. After she and her husband arrive at a decision as parents, it’s not uncommon for one of them to send an email recap, something along the lines of “As per our earlier conversation, we have decided that the children will be enrolled in tennis camp over the summer. Please let me know if you want to follow up on this.” She acknowledges that such a note is “more like an email I think most people send at their jobs,” but says it helps minimize miscommunication and confusion about the many things she and her husband are juggling.

Is een dergelijke bevestigingsemail wel een neutraal handigheidje dat behalve helderheid verder geen effect heeft of verandert je relatie met je partner als je op deze manier communiceert over afspraken vraag ik me af? Het artikel sluit dan ook af met een voormalig app designer die z’n experiment met Slack toepassen op z’n gezin al snel stopte omdat hij de waarden die het systeem voorstaat – efficiëntie en productiviteit – niet vond passen bij zijn gezin en hij ruimte wilde voor dingen die niet in een app passen zoals spontane ideeën, en onverwachte emoties.

After some reflection, Fjällström has concluded that using Slack with his family made home life feel more like work. “It helped at that point in time because it felt like life was a bit messy … but life is supposed to be a little bit messy.” There are things, he recognizes, that productivity software doesn’t optimize for, such as carving out quality family time and allowing children to “feel all the emotions.” “That’s what we’re aiming for at the moment,” he said, “not structure.”

Lees ook andere blogs uit deze serie: