Trendspotting: De kerk van klimaatverandering

Klimaatverandering is iets dat niet alleen grote praktische uitdagingen op ons bordje legt, maar ook een enorme spirituele omslag lijkt te vergen. Hoe verhouden we ons op een andere manier naar de natuur? Wie zijn wij dan nog?

Daarom is het wellicht ook niet gek dat juist voor die spirituele uitdaging, een aloud middel om de hoek komt kijken: de kerk.

Innovatiestudio dr Monk heeft in Ghana een kerk van klimaatverandering opgericht. Hun redenering:

In Ghana, one of our homes, climate change is no longer a theoretical problem. The sea is eating the land, the rain is brutal and unpredictable, the heat is scorching… Yet awareness about what to do in the face of change, is missing.

Also in Ghana, churches are a hit! Because we all need spirituality, and because we have always been a collective. Churches are meeting points with clear rules on how to be pure and do good.

Opvallend des te meer omdat natuurfilosofen geloven dat het Christendom grotendeels verantwoordelijk is voor deze ecologische crisis:

Westerse wetenschap en technologie zijn gebouwd op de christelijke leer van de verhouding tussen mens en natuur. Die leer zegt dat we geen deel zijn van de natuur, maar boven haar staan. We zijn superieur en kunnen de natuur naar believen gebruiken. Meer wetenschap en meer technologie gaan ons niet helpen in de ecologische crisis. We hebben een nieuwe religie nodig, of moeten onze oude opnieuw doordenken.

Dat was de boodschap van de Amerikaanse historicus Lynn White junior op de jaarvergadering van de AAAS (American Association for the Advancement of Science, een grote vereniging van wetenschappers). Dat was in december 1966!

Door bijbelse motieven als de zondeval uit de hof van Eden, de zondevloed en de lineaire manier van denken is de mens eigenlijk “voorgeprogrammeerd om de vruchten te plukken van het land, te heersen over al wat leeft en wildernis te bestrijden”.

Als er nu wordt gepraat over een christelijke visie op de relatie mens en natuur, valt al snel het woord rentmeesterschap: de mens die over Gods Schepping zou moeten waken. In de Bijbel vind je het woord rentmeester wel, maar niet in die betekenis. De mens krijgt in Genesis 1 van God de opdracht vruchtbaar te zijn, talrijk te worden en te heersen over de vissen van de zee, de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen. Alle zaaddragende planten en vruchtbomen zijn hem tot voedsel (groene planten zijn diervoeder). De mens nam een bijzondere positie in, maar deed zijn medeschepselen geen geweld aan.

Helaas bleef het daar niet bij, zegt Boersema. Bepalend voor het christelijk denken, zegt hij, is de zondeval. “Men heeft heel lang gedacht dat de mens in aanleg een goede relatie had met de natuur, en door de zondeval die goede relatie heeft verstoord.” God plaatste de mens in de tuin van Eden. Die kwam daar niets tekort en leefde in harmonie, maar kon de verleiding niet weerstaan naar goddelijk niveau te reiken door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, wat God verboden had.

De straf die God laat volgen is ingrijpend. De relatie tussen man en vrouw wordt ongemakkelijk, er komt schaamte in. Het baren van kinderen wordt pijnlijk. En de aarde wordt weerbarstig, ze geeft niet meer vanzelf haar vruchten af, de mens moet er hard voor werken. Boersema: “Het is geen totale ommekeer, maar alles is een kwartslag gedraaid. Dat wordt later versterkt door de zondvloed die God over de aarde laat gaan omdat hij ziet dat de mens er een puinhoop van maakt. Die zondvloed is een herschepping. Mens en natuur krijgen een tweede kans, maar in een andere verhouding: minder harmonieus. De natuur moet vrezen voor de mens, maar zij wordt – in Genesis 9 – beschermd door een verbond met God.

De natuur heeft nu twee gezichten gekregen: goede natuur en vijandige natuur. Goede natuur zijn de gedomesticeerde dieren en planten, die de mens dienen. Vijandige natuur is de wildernis, die hem bedreigt. Je vindt het woord wildernis in de Bijbel niet in positieve zin. Volken en mensen die zich niet gedragen worden geregeld de wildernis ingestuurd, dus goed toeven kan het daar niet zijn. […]

Daar komt een typisch bijbels motief bij, zegt Boersema: lineair denken. In de Oudheid hadden tijd en universum begin noch eind. De volken buiten Israël dachten circulair: het leven voltrok zich in cirkels. In het christendom is met de Schepping het idee verankerd dat de geschiedenis zich in een lijn zou voltrekken.

Boersema: “Als de geschiedenis een lijn is, dan opent zich de mogelijkheid dat de toekomst beter is dan het heden. En nu die mogelijkheid er is, wordt het een plicht daarvoor te zorgen. De mens moet vooruitgang bewerkstelligen. En dat heeft hij gedaan: onze levensomstandigheden zijn in twee eeuwen zoveel verbeterd, dat we honderd worden en niet al voor ons veertigste overlijden. Het beteugelen van de wildernis, van die vijandige natuur, is onderdeel van dat vooruitgangsdenken.”