Ons begrip van geluk brengt ons in de problemen bij Virtual Reality

In tech-kunst zie je een groot schrikbeeld verschijnen rondom Virtual Reality. Mensen die met hun VRbrillen op hun neus compleet opgezogen zijn door de virtuele wereld, en daarmee afgesloten voor alles en iedereen in de ‘echte’ wereld. Virtual reality als potentiele nieuwe verslaving van de toekomst. Want waarom zou je leven in die weerbarstige, saaie alledaagse realiteit als je iets veel spannenders onder handbereik hebt? Of, zelfs beter, als je in Virtual Reality je ultieme geluk kunt vinden?

Om niet in de problemen te raken met de aantrekkingskracht van Virtual Reality moeten we ons begrip van geluk veranderen. Dit wordt mooi geïllustreerd door het filosofische dilemma van de ervaringsmachine. Dit is een machine die is aangesloten op je hersenen en een rijke virtuele wereld creëert die niet te onderscheiden is van de echte wereld. Hierdoor kan de machine alle gewenste gevoelens en ervaringen opwekken. Een leven met de man van je dromen? Met één druk op de knop is het geregeld. Een succesvolle carrière? Het perfecte lichaam? De machine kan elke ervaring die je in de echte wereld kunt hebben – met bijbehorende gevoelens – kopiëren.

En nu het dilemma. De Australische filosoof Mark Rowlands beschrijft het in z’n boek ‘Alles wat ik weet, weet ik van TV ‘ (2006) als volgt:

De ingewikkelde neurale aansluiting die bij deze machine hoort, leidt ertoe dat je nooit meer ontkoppeld kunt worden als je eenmaal bent aangesloten. Je moet dus kiezen. Je kunt de echte wereld verzaken ten gunste van een wereld waarin je al je gevoelens en ervaringen in de hand hebt, maar waarin je nooit iets dóét. Je kunt ook in de echte wereld met al haar mislukkingen en complexiteit en ellende blijven, waarin je echter wel het vermogen behoudt te handelen met het oog op je gewenste leven. Voelen tegenover handelen, daar draait het bij de ervaringsmachine om. Je kunt elk denkbaar gevoel krijgen, maar alleen als je het vermogen opoffert om ooit nog iets te dóén. Wat kies je?

Rowlands beschrijft dat wat je kiest beïnvloed zal zijn voor je begrip van wat geluk is. Als je je niet laat aansluiten, dan moet dat volgens hem wel komen doordat je gevoelens zonder daden nep vindt. En daar zit de crux.

Onze moderne maatschappij draait om het nastreven van geluk. Maar wat is dat dan? Ons begrip van geluk is gestoeld op het begrip van geluk dat René Decartes heeft geïntroduceerd. Toen deze in de 17de eeuw ons lichaam van onze geest snijdde, werd geluk synoniem met gevoel. Gevoelens die in ons bestaan. Door het geluk naar binnen te verplaatsen, sneed Decartes de nauwe band door tussen geluk en handelen.

Als je besluit je niet te laten aansluiten, dan heb je misschien een geluksbegrip dat meer aansluit op het heersende concept van geluk vóór Decartes’ grote snijmachine: geluk is een manier van zijn.

De Griekse filosoof Aristoteles was hiervan de grote adept. Ronson beschrijft dit premoderne geluksbegrip als volgt:

“Voor Aristoteles is geluk niet primair een manier van voelen, maar een manier van zijn. En de specifieke manier van zijn is leven in overeenstemming met de rede, die wordt omschreven als ‘het midden in relatie tot ons’, Het gaat hier niet om het soort warme, donzige gevoelens dat de meeste mensen geluk zouden noemen. Nee, het gaat erom dat we leren zodanig met het leven om te gaan dat we de juiste dingen voelen, en dus de juiste dingen doen, in de juiste omstandigheden. Geluk is in wezen geen manier van voelen, maar een manier om met de wereld om te gaan, waarbij gevoel en daad niet gescheiden kunnen worden.”

Wat uit het filosofisch dilemma van de ervaringsmachine blijkt is dat niet alleen de uitwerking van technologie ons in de problemen kan brengen, maar met name de wisselwerking met onze normen en waarden, die wellicht gevormd zijn op een wereld van eeuwen geleden. Technologie als virtual reality kan een goede wake up call zijn om onszelf ook weer even onder de loep te nemen. Om zo niet alleen beter om te kunnen gaan met technologie, maar ook met onszelf.