Tokyo plog – Drrruk

Ik begon m’n dag met uit te vogelen hoe ik m’n naam in het Japans schrijf. Dat blijkt zoiets te zijn. Mits de hotelstaf me niet voor de gek heeft gehouden en er langstekelige vieze vis of zoiets staat.

In de supermarkt kwam ik erachter dat de hondenvoerafdeling en de koekjes naast elkaar staan en je af en toe wel heel goed moet kijken om ze te kunnen onderscheiden. Deze dubieuze variant heb ik uiteindelijk toch maar niet gekocht.


Ze hebben hier trouwens de kortste roltrapjes ooit. Vast geen fan van koffers sjouwen (wie wel..?), de slapjanussen.

En kijk eens wat een swag deze mini-mensjes hebben!

  
Ook om 11 uur ‘s ochtends draaien de speelhallen al op volle toeren. En je kunt er o.a. deze lesbische poppetjes voor op je trouwtaart winnen. Ik geef toe: het is slechts echt nuttig voor een beperkte doelgroep, maar tof is het wel.

  Na dit uiterst enerverende begin wandelde ik naar Muji-Jingo, de grootste Shinto- tempel van Tokyo en ook de meest bezochte zo bleek toen ik op het plein stond. Geen greintje zen te vinden hier, alleen veel selfie-nemende toeristen, schoolklassen en gestresste bewakers.

Daarentegen waren de paleistuinen weer heel erg rustig en mooi. Reden? Je moet er een beetje geld voor betalen en zelfs dat schijntje geld houdt de meeste mensen tegen. Triest, maar mijn geluk zodat ik in alle rust van de iristuin kon genieten.

    

Toen stokte ik op het fenomeen ‘Zondaglunch’ in Tokyo. Dat er in New York overal rijen zijn wist ik, maar ook hier zag je continue mensen geduldig wachten op een plekje in een overvol café. Precies wat je wilt doen met je vrije dag.

  
M’n normale tactiek – de app Foursquare openen en het hoogste gescoorde cafeetje in de buurt uitkiezen – faalde duidelijk dus ik besloot het weer eens na lange tijd, app-loos, op m’n naakte hersentjes te proberen. En dat lukte vrij aardig. Dit, en dat op een terrasje in de zon…dat is pas een unicum in Tokyo waar terrasjes non-existent zijn.

Ook ging ik nog even gluren bij het Yoyogi park waar op zondag volgens mij de halve stad zit te picknicken. Het is voor het eerst dat ik Japanners zo uitgelaten zag en qua lawaai haalde het ook wel niveau Vondelpark. Het maakte dat ik zo snel vertrok dat ik niet eens een foto ervan maakte, last staan een geluidsopname. Loïs Lane hier was even geïrriteerd.

Nog een unicum trouwens: aan de randen van het park vond ik de eerste daklozen, die hier in een soort community samenleven. Wel uiteraard op de bekende uiterst rustige en georganiseerde Japanse manier.


  Van de daklozen naar de boetiekjeswijk Omotesando waar miniwinkels van een paar vierkante meters groot allerlei hippige dingen verkopen.


  
Ik zag in een galerie nog een toffe expo van de kunstenares Itotoiti die oa deze interpretaties van streetwear maakte. Ik beschouwde het als een stukje duiding over de connectie tussen Japanse binnen-en buitenwereld, maar dat kan weer komen doordat ik de teksten op de bordjes niet kon lezen.


En daarna…werd ik even bevangen door de enorme drukte-hel die Tokyo ook kan zijn als je op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent. In Shibuya was het topdrukte – denk Kalverstraat op zaterdag maal 10x. Waar de Japanners zich hier geen greintje van aan leken te trekken drong het vol door m’n zenschild heen en heb ik zo snel als ik kon – dat heet: cm voor cm – de aftocht geblazen.

Maar laten we daarmee niet eindigen, dat zou zonde zijn. Dus hierbij wat nofilter-zen-opeentakje: