De ethische smart city – Interview Peter-Paul Verbeek

Ik interviewde techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek voor Stadsleven ‘De digitale ander’. Volgens hem moeten we de invloed van het digitale domein op de analoge stad met een bredere blik bekijken en ethiek hierin leidend laten zijn. 

“We denken nog in veel te beperkte zin over technologie en haar invloed in de stad”. Peter- Paul Verbeek, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit Twente, pleit ervoor om ethiek een fundamentele rol te geven in ons denken rondom de invloed van technologie. Elke nieuwe technologie roept morele en sociale vragen op, maar door de toenemende verwevenheid van mens en technologie hebben technologieën steeds meer invloed op de moraal zelf. De kaders waarmee we ethisch oordelen veranderen door de techniek, zoals Verbeek beschrijft in zijn laatste boek in zijn laatste boek Op de vleugels van Icarus. Hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen‘.

Technologische geletterdheid: ethiek leren lezen

“Er zit veel ethiek in de ingebouwde wereld en zeker ook in de stad waar technologie een steeds grotere plek krijgt. De ethische implicaties van technologie zijn groot. Er zitten – soms schokkende – vooroordelen achter die we boven de tafel moeten krijgen, maar deze gaan nu nog grotendeels aan mensen voorbij”, stelt Verbeek. Zo zijn er winkelcentra met gezichtsherkenningscamera’s die alarm slaan op veelplegers. De software daarvan heeft een bias naar donkere huidskleuren omdat deze minder contrastrijk zijn en vaker als positief gerekend worden.

Verbeek vindt het dan ook een belangrijk gegeven dat mensen beter toegerust worden om technologie te lezen. “Ik denk dat dit een onlosmakelijk onderdeel moet zijn van burgerschap, hoe je als mondig en participerend burger kunt deelnemen aan de maatschappij. Technologie is niet alleen een middel tot een doel: het verandert ook fundamenteel hoe we tot dat doel komen en of dat doel überhaupt nog als relevant ervaren wordt. Technologische geletterdheid moet dus veel verder gaan dan kinderen programmeren aanleren. We moeten de normen en waarden achter technologie leren herkennen en die naast onze eigen meetlat leggen.”

Tunnelblik bij denken rondom smart city

Het debat rondom nieuwe technologie is gepolariseerd: verder dan een risicoanalyse of gejuich over de mogelijkheden komt men veelal niet. Een dergelijke tunnelblik zie je ook in het denken over de smart city stelt Verbeek:  “Allereerst wordt de discussie rondom de smart city heel instrumenteel ingevuld. Bovendien vind ik dat de discussie rondom openbare ruimte in de stad teveel gefocust is op privacy. Dan beperk je de discussie tot individueel niveau. Als je alleen over gezichtscamera’s in winkelcentra denkt in de zin van bedreiging van privacy, dan mis je de kern. Die is namelijk: wat doet de aanwezigheid van camera’s met het functioneren van onze publieke ruimte? De echte vraag is: hoe willen we elkaar ontmoeten in de stad? Nog minder aandacht gaat naar de vraag: hoe verandert deze technologie hoe ik de openbare ruimte ervaar?”

Datacity

Privacy in openbare ruimte: een discussie van alle tijden

Niet alleen vindt Verbeek dat privacy een te zware nadruk krijgt in de discussie rondom de smart city, hij benadrukt ook dat de scheidslijn tussen privé en publieke ruimte iets is dat niet is voorbehouden aan het leven in de smart city: “Ja, we zullen op een nieuwe manier onze privéruimte gaan vinden. Maar dit is een proces van alle tijden. Straatverlichting hebben mensen toentertijd ook als een inbreuk op hun privé ervaren. Het is niet gek dat daar een spanning bijhoort, elke technologie stelt deze grens weer opnieuw aan de orde. Mensen zijn altijd als privé-entiteit aanwezig in de publieke ruimte.”

Bovendien, zo stelt Verbeek, moeten we ook niet vergeten dat er een ‘new normal’ zal ontstaan. ” Er komen onvermijdbaar nieuwe normen en waarden rondom wat je als privé beschouwt en wat niet. Als er van iedereen allerlei gegevens online beschikbaar zijn, wordt dat normaal. Dit is onderdeel van een leerproces, wat we alleen maar goed kunnen ingaan als we doorzien wat de invloed is van de technologie zodat je inzicht krijgt in wat voor dimensies van het openbare en individuele leven op het spel staan.”

Normen en waarden als uitgangspunt

Normen en waarden moeten het uitgangspunt worden bij het denken over technologie in de stad. In wat voor stad willen we leven? Wat vinden we daar belangrijk in? Er zijn nu bijvoorbeeld weinig dwingende manieren waarop mensen genavigeerd worden door de stad. Maar dat gaat veranderen volgens Verbeek: “Een Google zelfsturende auto laat je misschien alleen de meest efficiënte route nemen. Dat haalt de pluraliteit uit de stad weg, iets wat ik in elk geval als centrale waarde van publieke ruimte beschouw. En als je zwartrijden wilt inperken door technologie te ontwerpen waarvoor je op het perron moet inchecken zodat je niet meer zonder kaartje de trein in kunt komen, dan moet je ook je handtekening zetten onder het feit dat het station als ontmoetingsruimte gaat veranderen. En bovendien bedenken dat je dat ook op een andere manier kunt ontwerpen: door in te checken in de trein. Je kunt niet denken: ‘dan maar geen Googlecar’. Dat is gewoon geen optie. Dus we moeten wel gaan nadenken over hoe de diversiteit in mensen ook gereflecteerd wordt in deze technologie die onze publieke ruimte vormgeeft.”