Mens/robot. Het ongemakkelijk gevoel van caredroids

Op het International Film Festival Rotterdam is een veelbelovende documentaire in première gegaan. De film ‘Ik ben Alice’ (de Engelse vertaling hiervan ‘Alice Cares’ doet overigens naar mijn mening beter recht aan de inhoud) brengt de ongemakkelijke relatie in beeld die we hebben met de integratie van robots in onze samenleving.

‘Ik ben Alice’ gaat over de caredroid (zorgrobot) Alice. Caredroids zijn een vorm van sociale robotica die vooral in de gezondsheidszorg toegepast wordt en gericht is op communicatie en interactie om zo mensen te helpen die in deze gebieden beperkt zijn. Caredroids worden bijvoorbeeld ingezet bij dementerende of autistische patiënten. Zie mijn blog die hier eerder over schreef.

Bent u eenzaam mevrouw? Conversatie met een robot

In de film ‘Ik ben Alice’ wordt het robotmeisje bij wijze van proef geplaatst bij drie oudere mensen, een specifieke doelgroep waar ontwikkelaars van caredroids toekomst in zien, niet in de minste plaats omdat dat natuurlijk een enorm groeiende groep is in de zorg. Je ziet de vrouwen gezellig met de robot uit wandelen gaan, samen het WK kijken en fitness oefeningen doen. Maar ook samen foto’s kijken van de overleden echtgenoot, of een gesprek voeren over hoe eenzaam de vrouwen zich voelen. En daarmee wordt de boel toch een tikkeltje ongemakkelijk. Is dit nu een echt gesprek waar we naar kijken? Is dit nu intimiteit? Is dit een echte relatie waar de vrouwen zorg en aandacht uit kunnen krijgen? Is een robot in staat tot empathie of een conversatie? En als dit verschilt van onze traditionele opvattingen over intimiteit, zorg en empathie: waarin verschilt dit dan en is de zorgsector wel een goede plek om hiermee te experimenteren?

Van slaaf naar medemens/robot

Een ander ongemakkelijk gevoel bekruipt bij de positie die de caredroid inneemt. In films, zelfs de onheilsfilms, zien we een beeld van robots in een dienende functie, als slaven, zoals mooi beschreven door Kees Driessen in zijn essay De vermijdbare opstand der robots:

Zo lopen de films vooruit. Ze tonen ons wat we robots in de toekomst zullen laten doen: vooral saai, zwaar, vies en gevaarlijk werk. Als soldaat of, zoals in I Robot, pakketbezorger, hondenuitlater en vuilnisman. Als mijnwerkers, zoals in Blade Runner. Als prostituees en gladiatoren, zoals in A.I.. Kortom: als slaven. Passend genoeg werd het woord ‘robot’ in 1921 voor het eerst gemunt door Karel Čapek in zijn toneelstuk R.U.R.: Rosumovi Univerzální Roboti, naar het Tsjechische woord voor dwangarbeid. Of ze ons nu blijmoedig dienen, zoals C3PO en R2D2 in Star Wars (1977-2005), of weerspannig, zoals de androïden in Blade Runner en een reeks anderen, ze blijven onze ondergeschikten.

Sociale robots zoals caredroids overstijgen deze positie van slaaf. Natuurlijk slaat de balans niet direct door naar de andere kant: robots als onze meester. Met een druk op de knop is een robot immers het zwijgen op te leggen. Maar een makkelijk onderscheidbare topdown verhouding is er ook niet meer. Stel je voor: een caredroid voert in een verpleegtehuis een gesprek met een dementerende vrouw over haar verleden terwijl de schoonmaker even rondom hen snel de vloer kuist. Wie is mens, wie is robot?