Ambacht als burgerschap – Richard Sennett

De socioloog Richard Sennett beschreef in 2009 in zijn boek The Craftsman hoe ambacht steeds meer in belang zal toenemen in onze samenleving en waardevolle kennis en vaardigheden met zich meebrengt voor het besturen ervan. Voor  Stadsleven ‘Made Here’ schreef ik een blog over deze ambacht als nieuw burgerschap.

Niels Helmink - Shopkeepers - Maison Hoeboer, 2004

Niels Helmink – Shopkeepers – Maison Hoeboer, 2004

Nieuwe sociale klasse: de makers

Hoogopgeleide werkers gaan plaatsmaken voor een ambachtelijk geschoolde middenklasse, zo stelt Sennett. Hierbij neemt hij overigens ambacht zeer breed: ook musici en koks behoren tot Sennetts ambachtslieden. Onze samenleving kan het grote aantal jongeren dat afstudeert aan een universiteit niet meer accommoderen; er is doodgewoon geen behoefte meer aan nog meer architecten of advocaten. Daarentegen neemt lager geschoold ambachtswerk in belang toe.

Met deze maatschappelijke ontwikkeling ziet Sennett een omslag in het denken over ambachtelijke opleidingen. Waar tegenwoordig een maakopleiding wordt gezien als een lagere trede op de maatschappelijke ladder dan een universitaire opleiding, pleit Sennett ervoor dat we erkennen dat het ambachtschap een eerzame keuze is. Ook de notie van een opleiding als motor van sociale mobiliteit komt te vervallen: als men eenmaal een ambacht meester is geworden is het immers niet mogelijk in staat door te groeien naar een hogere functie.

Niels Helmink- Shopkeepers - A. Hol Schoenen, 2007

Niels Helmink- Shopkeepers – A. Hol Schoenen, 2007

Maken als denken

Sennett stelt dat de nieuwe makersklasse een nieuw soort denken met zich meebrengt. Het ‘maken als denken’ betekent een vermogen tot weerbaarheid: al doende leren in te spelen op de onvoorziene omstandigheden en weerbarstige condities waarmee de ambachtsman in het werken met het materiaal wordt geconfronteerd:

The material world speaks back to us constantly, by its resistance, by its ambiguity, by the way it changes as circumstances change, and the enlightened are those able to enter into this dialogue and, by so doing, come to develop an intelligent hand.

Niels Helmink - Shopkeepers - Pince van der Aa, Horlogerie, 2007

Niels Helmink – Shopkeepers – Pince van der Aa, Horlogerie, 2007

Ook stelt Sennett dat het ambachtschap een gedwongen ‘mindfullness’ en ‘commitment’ met zich meebrengt, iets dat als tegenhanger dient voor onze gefragmenteerde en hectische levens van nu:

The best craftsmanship relies on a continuing involvement. It can take many years of practice for complex skills of making to become so deeply engrained that they are there, readily available, almost without the craftsmen being conscious of it. An obvious example is the glassblower, dependent on tried and trusted ways of using tools, organising body movements, understanding his idiosyncratic raw materials with a depth of involvement so complete the process of making becomes almost automatic.

Niels Helmink - Shopkeepers - Slagerij Bas Tol, 2007

Niels Helmink – Shopkeepers – Slagerij Bas Tol, 2007

Ambacht als burgerschap

Sennett ziet in ambachtschap een set aan vaardigheden die niet alleen iedereen kan leren, maar die ook nog eens ten goede zal komen aan de samenleving: het ambachtschap als nieuw burgerschap:

 [..] learning to work well enables people to govern themselves and so become good citizens

Niels Helmink - Shopkeepers - Het wielen - en bandenhuis,2007

Niels Helmink – Shopkeepers – Het wielen – en bandenhuis,2007

Hiermee sluit Sennett aan bij het Verlichtingsideaal dat ambacht, wanneer op de juiste manier gestimuleerd en getraind, kan uitgroeien tot een waardevolle publieke rol met onmisbare kennis om de samenleving te besturen:

And what is it that such persons know? They know how to negotiate between autonomy and authority (as one must in any workshop); how to work not against resistant forces but with them (as did the engineers who first drilled tunnels beneath the Thames); how to complete their tasks using “minimum force” (as do all chefs who must chop vegetables); how to meet people and things with sympathetic imagination (as does the glassblower whose “corporeal anticipation” lets her stay one step ahead of the molten glass); and above all they know how to play, for it is in play that we find “the origin of the dialogue the craftsman conducts with materials like clay and glass.

De foto’s bij deze blog zijn van Niels Helmink, meer van zijn serie authentieke ‘Shopkeepers’ is hier te zien.