5 #6

Het concept? 5 tips voor artikelen, boeken of lezingen die in mijn opinie ‘timeless and timely’ zijn. Zaken die het waard zijn om even een slowweb momentje in te lassen in het hectische bestaan waarin alles op tweetspeed moet en blogjes maximaal 400 woorden mogen bevatten.

In deze editie: Jonathan Safran Foer bepleit aandacht voor waarden als empathie en sociale verbondenheid bij de ontwikkeling van nieuwe technologie en Paul Miller ontdekt door een jaar offline te zijn, dat hij zich meer mens voelt als hij online is. Pete Mortensen stelt dat big data pas wat waard is als er context bij gegenereerd wordt, Samuel Arbesman bepleit ‘long data’ in plaats van ‘big data’ en Kenneth Cukier stelt dat niet privacy ons grootste probleem zal worden in een big data tijdperk, maar de (on)mogelijkheid tot voorspelbaarheid.

SLowweb

How not to be alone – Jonathan Safran Foer – De welbekende schrijver Jonathan Safran Foer beschrijft hoe nieuwe technologie, oorspronkelijk geschapen om menselijk contact te vergemakkelijken,  ons nu een te gemakkelijke comfortzone biedt waarin men zich liever terugtrekt dan daadwerkelijk empathie en aandacht te bieden aan anderen op de moeilijke momenten in het leven.  Een mooi pleidooi voor het prioriteren van menselijke waarden in onze omgang met nieuwe technologie, dat enigszins doet denken aan het bekende boek van Sherry Turkle ‘Alone Together’.

Technology celebrates connectedness, but encourages retreat. The phone didn’t make me avoid the human connection, but it did make ignoring her easier in that moment, and more likely, by comfortably encouraging me to forget my choice to do so. My daily use of technological communication has been shaping me into someone more likely to forget others. The flow of water carves rock, a little bit at a time. And our personhood is carved, too, by the flow of our habits. […]Each step “forward” has made it easier, just a little, to avoid the emotional work of being present, to convey information rather than humanity.

Most of the time, most people are not crying in public, but everyone is always in need of something that another person can give, be it undivided attention, a kind word or deep empathy. There is no better use of a life than to be attentive to such needs. There are as many ways to do this as there are kinds of loneliness, but all of them require attentiveness, all of them require the hard work of emotional computation and corporeal compassion. All of them require the human processing of the only animal who risks “getting it wrong” and whose dreams provide shelters and vaccines and words to crying strangers.

The future of technology isn’t mobile, it’s contextual – Pete Mortensen – De toekomst? Overal wordt big data gefluisterd. En hoewel we steeds beter worden in algoritmes te creëren om uit zulke databases patronen te halen, hebben dergelijke patronen pas betekenis als ze gekoppeld kunnen worden aan de juiste context. Fastcodesign schrijft dan ook compleet terecht dat contextual computing de ware toekomst zal zijn.

In the coming years, there will be a shift toward what is now known as contextual computing, defined in large part by Georgia Tech researchers Anind Dey andGregory Abowd about a decade ago. Always-present computers, able to sense the objective and subjective aspects of a given situation, will augment our ability to perceive and act in the moment based on where we are, who we’re with, and our past experiences. These are our sixth, seventh, and eighth senses. [..] Mobile technology isn’t interesting because it’s a new form factor. It’s interesting because it’s always with the user and because it’s equipped with sensors.

Stop Hyping Big Data and Start Paying Attention to ‘Long Data’ – Samuel Arbesman

– In aanvulling op bovenstaand stuk van Pete Mortensen dat pleit voor contextual computing in plaats van big data, stelt Samuel Arbesman op de site van Wired dat we ons niet zozeer moeten concentreren op big data, maar op long data. Datasets die een lange tijdsspanne omvatten om zo de juiste context te creëren. Een pleidooi voor kwaliteit in dataverzameling, als prettige adempauze in een ontwikkeling die momenteel te zeer geleid wordt door een nadruk op kwantiteit.

Long data shows us how our species has changed, revealing especially its youth and recency. Want data on the number of countries every half-century since the fall of the Roman Empire? That’s only about thirty data points. But insights from long data can also be brought to bear today — on everything from how markets change to how our current policies can affect the world over the really long term.

Big data may tell us what we need to know for hype cycles today. But long data can reach into our past … and help us lay a path to our future.

The manifest destiny of big data – Kenneth Cukier– Cukier is de data-analyst van The Economist en schreef onlangs het boek Big Data: A revolution that will transform how we live, work and think. De data-expert geeft in onderstaande talk een mooie inleiding op big data. Vooral de laatste vijf minuten zijn interessant waarin hij o.a bespreekt dat privacy is niet zozeer het belangrijkste issue in big data, maar ‘propensity’. 

This refers to the idea that algorithms may be making predictions about what we are likely to do, and we may find that we’re penalised before we’ve actually committed the infraction. So big data may assign a 95% likelihood that a certain person will shoplift, or default on a loan, or fail to survive a surgical operation. We’ll need to sanctify human agency and freewill.

I’m still here: back online after a year without the internet – Paul Miller– Redacteur van The Verge, Paul Miller, besloot vorig jaar als experiment een jaar offline te leven. Zijn verwachtingen? Meer aandacht, meer rust, een betere concentratie, betere sociale contacten. Kortom; Millers hypothese was dat z’n leven een stuk zou verbeteren door zijn afwezigheid van het internet. Resultaat na een jaar? Niet onverdeeld positief. Na een aanvankelijk positieve start, ontdekt Miller dat zijn online leven, met alle problemen die daarbij komen kijken, eigenlijk niet eens zo gek veel verschilt van zijn offline leven. Sterker nog: dat hij zich zelfs meer mens voelt als hij online is.

My plan was to leave the internet and therefore find the “real” Paul and get in touch with the “real” world, but the real Paul and the real world are already inextricably linked to the internet. Not to say that my life wasn’t different without the internet, just that it wasn’t real life.

What I do know is that I can’t blame the internet, or any circumstance, for my problems. I have many of the same priorities I had before I left the internet: family, friends, work, learning. And I have no guarantee I’ll stick with them when I get back on the internet — I probably won’t, to be honest. But at least I’ll know that it’s not the internet’s fault. I’ll know who’s responsible, and who can fix it.

I wanted to figure out what the internet was “doing to me,” so I could fight back. But the internet isn’t an individual pursuit, it’s something we do with each other. The internet is where people are.

 

Leave a Reply