5 #5

Het concept? 5 tips voor artikelen, boeken of lezingen die in mijn opinie ‘timeless and timely’ zijn. Zaken die het waard zijn om even een slowweb momentje in te lassen in het hectische bestaan waarin alles op tweetspeed moet en blogjes maximaal 400 woorden mogen bevatten.

In deze editie: Ellis Hamburger schetst een nieuwe generatie die niet meer geïnteresseerd is in Facebook maar haar heil zoekt in andere platforms, Maria Popova pleit voor de stem van de ‘celebrator’ ipv de ‘criticus’ door middel van cureren, Umair Haque waarschuwt voor het gevaar van oversimplicitatie in TED-denken, Matthijs Bouw en Michiel de Lange betogen dat een smart city ook altijd een social city zou moeten zijn, en Woodrow Hartzorg en Evan Selinger geven een meer genuanceerd antwoord op de Just Quit! respons van het Facebook-dilemma.

SLowweb

The age of brag is over. Why Facebook might be losing teens – Ellis Hamburger – Hamburgers stuk is veelbesproken, en veelbekritiseerd door de groten op het gebied van nieuwe technologieschrijverij. Kritiek: Sinds wanneer kan het bevragen van je jongere zusje als serieuze onderzoeksjournalistiek beschouwd worden? Maar ook veel instemmende geluiden waren te horen. Waar in elk geval iedereen het over eens lijkt te zijn is dat Hamburger hier ergens pijnlijk raakt schiet en hoewel niet vanuit de meest betrouwbare onderbouwing, toch kraakhelder een nieuwe ontwikkeling in het gebruik van Facebook weet te schetsen bij de jongere generatie.

I think kids are less self-conscious about trying to be cool than marketers would like to think,” she said. When Facebook launched, it was cool to expose details about yourself, like what movies you like, what you’re doing right now, and who you’re in a relationship with. It was, dare I say, exhilarating — being able to share freely with the world without having to learn how to code or even how to apply a MySpace theme.

At some point, adding these details, like hundreds of photos from a recent vacation and status updates about your new job amounted to bragging — force-feeding Facebook friends information they didn’t ask for. What was once cool was now uncool. Worse yet, it started to feel like work. Maybe the burden of constantly constructing immaculate digital profiles of ourselves is tiring.

Select, shape, celebrate. The critic’s calling is to elevate the good and ignore the bad – Maria Popova – Popova zou je een meestercurator kunnen noemen, met haar belachelijke werkritme van 450 uur per maand en vele websites waarop ze meerdere malen per dag de meest prachtige vondsten laat verschijnen. In deze blog vergelijkt ze dit proces van cureren met een impliciete vorm van cultuurkritiek. Waar de positieve stem van de  ‘celebrator’ vaak wordt bekritiseerd als naief, ziet Popova dit juist als verbeterde en volledige vervanging van de eeuwig sceptische criticus.

But in conceiving of criticism as a value system for what is “good” or “bad,” worthy or unworthy, there is another, implicit shape “criticism” can take—a celebration of the good by systematic omission of the bad. To put in front of the reader only works that are worthy, and to celebrate those with a consistent editorial standard, is to create a framework for what “good” means, and thus to implicitly outline the “bad,” the unworthy, by way of negative space around the good. The celebrator then becomes a critic without being critical—at least not with the abrasive connotations the term has come to bear—yet upholds the standards of “good” and “bad” work with just as much rigor.

Let’s save great ideas from the idea industry – Umair Haque – Haque bekritieert in zijn blog het zogenaamde TED-denken dat volgens hem een groot gevaar vormt voor onze perceptie van de zogenaamde Grote Ideeën die de kracht hebben om mensenlevens te veranderen. Om even meteen duidelijk te maken: met TED-denken refereert hij niet zozeer naar de beroemde wereldwijd gehouden conferenties, als naar het obsessieve verlangen tot simplificatie en directe oplossingen. Een zeer relevante en terechte observatie in een tijd waarin innovatiecirkels steeds korter worden en zaken steeds meer op hun meetbare waarde beoordeeld worden. Oh, en Haquej heeft het ook nog ergens over een orgasme-machine. Maar ook buiten dat zeer het lezen waard.

The idea of our age is that Great Ideas can be simplified, reduced, made into convenient, disposable nuggets of infotainment — be they 18-minute talks, 800-word blog posts, or 140 character bursts. But can they — really? Could Aristotle really deliver the resounding, history-redefining message of the Nicomachean Ethics in…eighteen minutes? Or a series of “thought leader” blog posts on LinkedIn? Or would that, in a very real sense, cheat you and I of the power and purpose, the meaning and message, the very import and impact of the larger body of work?

Great Ideas, then, don’t merely easily please us with their immediate utility — often, they break our hearts with desperate futility; with both the aching impossibility and sure inevitability of the trials and tests of human life. But that’s precisely what makes them Great.

De hackable wereldstad – Matthijs Bouw en Michiel de Lange – Door het internet of things dat mensen niet alleen directer in verband brengt met apparaten, maar ook met hun leefomgeving, worden steden steeds slimmer. Ofja, slimmer? Wat houdt dat eigenlijk in? Bouw en de Lange beargumenteren dat een stad pas met recht een ‘smart’ city genoemd mag worden, als dat ‘smart’ ook een ‘social’ element bevat. Ook interessant in deze context is het commentaar van de beroemde socioloog Richard Sennet in the Guardian van december: No one likes a city that’s too smart.

De vraag is vooral hoe we deze nieuwe technologieën in gaan zetten. Enerzijds vormen lokale overheden, technologiebedrijven en kennisinstellingen consortia om steden met informatica tot ‘smart cities’ om te vormen. Hierbij worden digitale technologieën ingezet om stedelijke processen te optimaliseren en efficiënter te maken zoals mobiliteit en gezondheidszorg. Anderzijds nemen burgers en cultureel-maatschappelijke organisaties steeds vaker het heft in eigen handen. Voortbordurend op de online ethiek van do-it-yourself (DIY) eigenen zij zich de stad toe en ondernemen ze collectieve acties: van samen stadstuintjes verzorgen tot het opzetten van sensornetwerken voor gedistribueerde metingen van geluidsoverlast of luchtkwaliteit.

Wij menen dat deze ontwikkelingen nog teveel losstaan van elkaar om een duurzaam toekomstperspectief te bieden voor stedelijke transformatie. De smart city vertrekt teveel vanuit een technische, nuttige visie op wat de goede stad is maar vergeet hierbij vaak de publieke zaak en de verscheidenheid aan identiteiten van burgers. Andersom zijn bottom-up initiatieven in de ‘social city’ vaak te versnipperd. Ze haken onvoldoende aan bij institutionele partijen en ontberen zo slagkracht en schaalbaarheid.

Quitters never win. The costs of leaving social media – The Atlantic Just quit! Is steeds vaker het antwoord op klachten over privacygevoeligheden van social media als Facebook of Twitter. Dat dit ‘If you can’t stand the heat, get out of the kitchen‘ argument toch niet helemaal hout snijdt of in elk geval wat nuance verdient, tonen The Atlantic journalisten Woodrow Hartzorg en Evan Selinger. Is een dergelijke individuele oplossing uberhaupt nog wel mogelijk in een tijd waarin social media tot diep in de genen is doorgedrongen?

First, abandoning the social web is not a surefire remedy. The efficacy of abandoning social media can be questioned when others are free to share information about you on a platform long after you’ve left. Even those who have quit the social web have an interest in the preservation of its obscurity.

Second, while abandoning a single social technology might seem easy, this “love it or leave it” strategy — which demands extreme caution and foresight from users and punishes them for their naivete — isn’t sustainable without great cost in the aggregate. [..] The third problem is that the “just leave” response is predicated on the questionable idea that alternative social technologies will voluntarily protect their new users in areas their competitors did not.

Today, we are in danger of developing a “Facebook Eye”: our brains always looking for moments where the ephemeral blur of lived experience might best be translated into a Facebook post; one that will draw the most comments and “likes.”

Facebook fixates the present as always a future past. By this I mean that social media users have become always aware of the present as something we can post online that will be consumed by others. Are we becoming so concerned about posting our lives on Facebook that we forget to live our lives in the here-and-now? Think of a time when you took a trip holding a camera in your hand and then think of when you did the same without the camera. The experience is slightly different. We have a different attachment to our present when we are not concerned with documenting.

 

 

Leave a Reply