5 #4

Het concept? 5 tips voor artikelen, boeken of lezingen die in mijn opinie ‘timeless and timely’ zijn. Zaken die het waard zijn om even een slowweb momentje in te lassen in het hectische bestaan waarin alles op tweetspeed moet en blogjes maximaal 400 woorden mogen bevatten.

In deze editie: Evgeny Morozov stelt dat het slimmer maken van apparaten weinig zin heeft als we niet eerst bedenken wat ‘slim’ in dient te houden, Tracy Metz beschrijft hoe digitale middelen ons idee van wat een stad is veranderen, Rob Wijnberg nieuwste boek werpt een kritische blik op één van meest onbekritiseerde maatschappelijk mechanismen: het nieuws, Ashutosh Jogalekar bevraagt of een genie nog wel kan bestaan in de huidige tijd en Robert Caraway waarschuwt voor de illusie van objectiviteit in de analyse van big data.

SLowweb

Foto: Getty

Is smart making us dumb? – Evgeny Morozov – Internetscepticus Morozov waarschuwt voor de consequenties van twee belangrijke ontwikkelingen die hij signaleert: het feit dat apparaten steeds slimmer worden en zich hierdoor van passieve naar actieve gebruiksvoorwerpen ontwikkelen die je continu bekritiseren en feedback geven. Deze feedback kan vervolgens gekoppeld worden aan sociale controle op Facebook en Twitter doordat deze apparaten steeds vaker zijn aangesloten op het internet: het fameuze ‘internet of things’. Niet genoeg gezond voedsel in je koelkast? Ga maar schuld belijden bij de automatisch doorgestuurde foto op Facebook die al je vrienden ondertussen allang hebben gezien. Zijn dit soort ontwikkelingen nu werkelijk een smart move? Morozov betwijfelt het en stelt dat we in elk geval op de eerste plaats moeten bedenken wat ‘slim’ nu echt inhoudt bij een apparaat voordat we ‘slimme’ apparaten creëren.

These devices can give us useful feedback, but they can also share everything they know about our habits with institutions whose interests are not identical with our own. Insurance companies already offer significant discounts to drivers who agree to install smart sensors in order to monitor their driving habits. How long will it be before customers can’t get auto insurance without surrendering to such surveillance? And how long will it be before the self-tracking of our health (weight, diet, steps taken in a day) graduates from being a recreational novelty to a virtual requirement?

How can we avoid completely surrendering to the new technology? The key is learning to differentiate between “good smart” and “bad smart.” Devices that are “good smart” leave us in complete control of the situation and seek to enhance our decision-making by providing more information. […] Technologies that are “bad smart,” by contrast, make certain choices and behaviors impossible.

It’s great when the things around us run smoothly, but it’s even better when they don’t do so by default. That, after all, is how we gain the space to make decisions—many of them undoubtedly wrongheaded—and, through trial and error, to mature into responsible adults, tolerant of compromise and complexity.

De digitale stedeling. Nieuwe media veranderen de stad. – Tracy Metz  – Journaliste Tracy Metz maakt sinds januari de maandelijkse talkshow-serie Stadsleven waarin ze het leven in de hedendaagse stad onder de loep neemt. Aanstaande maandag onderzoekt ze met haar gast Martijn de Waal hoe digitale technieken het leven in de stad, en ook vooral ons idee van de stad, veranderen. In haar stuk in de Groene Amsterdammer van deze week geeft ze alvast een mooi voorproefje wat we kunnen verwachten.

Hebben al die virtuele verbanden het gemeenschapsgevoel vervangen, of zijn we nu juist beter aangesloten op allerlei communities? Zijn we oppervlakkiger geworteld, of juist dieper? ‘Deze urban media stellen ons voor de filosofische vraag hoe de stad als gemeenschap functioneert’, zegt de Waal. ‘Software is ook ideologie. De technologie is tot nu toe gericht op jou als individu: jouw interesses, jouw profiel, het vinden van gelijkgestemden.’ Dat mooie gladde platte toverdoosje in je broekzak of je handtas biedt toegang tot de wereld en sluit je tegelijkertijd op in een zogenaamde filter bubble. Al die likes en Foursquare check-ins leiden jou met soortgelijke anderen naar dezelfde cafés, feesten, winkels.

Dit noemt De Waal de libertaire gedachte. Daartegenover plaatst hij de republikeinse gedachte: de stad biedt je de vrijheid om je eigen levenswijze te kiezen, maar je hebt ook de plicht je in die stad tot anderen te verhouden. ‘De urban media kunnen beide visies stimuleren. In eerste instantie dragen ze bij aan verder individualisering en liberalisering van de stedelijke samenleving. Hoe zal dat in de toekomst gaan, hoe zal de software worden ontwikkeld? Die kan ervoor zorgen dat we alleen mensen ontmoeten die net zo zijn als wij, of kan juist burgerschap en solidariteit bevorderen. Daarmee blazen ze ook nieuw leven in het klassieke republikeinse ideaal van de stad als open democratische “gemeenschap van vreemden”.’

De nieuwsfabriek. Hoe media ons wereldbeeld vervormen – Rob Wijnberg –  Hij was de jongste hoofdredacteur van Nederland die de jongste krant van Nederland probeerde om te vormen naar een medium dat de tand des tijds wel kan doorstaan en uiteindelijk ontslagen werd omdat het allemaal toch newsier moest. Maar dat betekent niet dat Wijnberg er voortaan genoeg van heeft. Binnenkort komt zijn eigen krant uit en vorige week verscheen zijn boek waarin  hij het medium nieuws kritisch onder de loep neemt en alvast een voorschot neemt op zijn ideeën voor een goede krant die past in deze tijd.

Dat gebrek aan interesse in aard, effect en consumptie van nieuws komt vermoedelijk voort uit het feit dat nieuws zo alomtegenwoordig is dat het ons nauwelijks opvalt dat we erdoor worden omringd. Nieuws is bovendien te sociaal geaccepteerd om een kritische analyse ervan te ontlokken. Nieuws is er gewoon, zoals de lucht die we ademen of de grond waarop we staan. Aan nieuws is niets verdachts: het is slechts een weergave van ‘wat er gebeurt in de wereld’, wordt vaak gedacht. Het idee dat nieuws iets is wat we ‘innemen’ en dat vervolgens iets ‘met ons doet’ komt meestal niet in ons op. [..] Die cruciale rol van het nieuws in de maatschappij betekent echter niet dat het kritiekloos geconsumeerd zou moeten worden, zoals nu vaak gebeurt. Nieuws is niet zomaar een blik op de wereld. Het is een zeer specifieke, vaak beperkende en soms zelfs misleidende blik, die een kritische blik terugverdient.

Is the age of the scientific genius over? – Ashutosh Jogalekar– Zullen de komende eeuw nog genieën bestaan of zijn de Einsteins, Newtons en Darwins uitgestorven? Jogalekar bespreekt en nuanceert een artikel van de psycholoog Dean Keith Simonton, verschenen in de Nature waarin deze stelt dat de tijd van het individuele genie dat op grote hoogte ver verheven boven het gepeupel stond. voorbij is in een tijd waarin ontwikkelingen als ‘big data’ of ‘the internet of things’ een collectieve intelligentie vereisen.

Simonton argues against the future existence of geniuses by recourse to two things; discipline creation and revolution, both of which he thinks will be increasingly scarce in the future. On the first count, he may be right when he says that no new basic disciplines are probably going to be founded in the coming few decades. Most of the research that took place in the last few decades was an offshoot of the basic disciplines of physics, chemistry and biology. Nanotechnology, synthetic biology, biophysics and neuroscience will continue to make great advances, but none of them will constitute the invention of a new fundamental field. The second point made in the piece is that new revolutions even in existing fields may be scarce. One of Kuhn’s central thesis was that new paradigms are created when existing ones enter a crisis.Simonton thinks that – with the exception of physics – we don’t face crisis in current science that would trigger new revolutions.

Even assuming that there are revolutions to be made, what’s the possibility that they will be made by single individuals? This is the well-known “low hanging fruit” theory, with the added axiom that low hanging fruit can be plucked by lone individuals.[..] We are almost certainly past the romantic age when lawyers, clergymen, tax officials and doctors could tinker around in their laboratories in their spare time to discover the inner workings of life and matter. The sheer cost and scope of implementing projects like the Large Hadron Collider or the Human Genome Project is such that it’s beyond the scope of individuals, no matter how smart they are.[..] More importantly though, while individual genius may be scarce, collective genius may still thrive, and in fact the evidence indicates that it does.

Robert Carraway – Meeting the big data challenge: don’t be objective – Als professor in kwantitatieve analyse werpt Carraway een kritische blik op een methode van analyse die de komende jaren een dominante plek zal gaan innemen in (wetenschappelijk) onderzoek: het analyseren van big data. Kortgezegd: door ontwikkelingen als de computer en het internet kun je in plaats van tien boeken te analyseren nu tienduizend boeken doorlopen op bepaalde patronen. Als nieuwe techniek laat dit nog vele vragen open. Welke consequenties heeft dat voor de vragen die we kunnen stellen en hoe moeten we deze vragen insteken om tot goede resultaten te komen? Carraway waarschuwt ons alvast voor één ding: denk niet in objectiviteit en je komt al een heel eind.

When we think of “Big Data” and “Analysis”, we often think of “rational” or “objective” decision making.  Data and rational analysis offer the hope that we can be less subjective in our consideration of alternatives and potential courses of action, thereby freeing us from the many biases we bring to the table.  We can tilt even more away from intuition and toward analytical rigor.  “Let the numbers speak for themselves” is an oft heard mantra. I argue that the existence of Big Data and more rational, analytical tools and frameworks places more—not less—weight on the role of intuition. The choice of how to analyze Big Data should almost never start with “pick a tool, and use it”.  It should invariably start with: pick a belief, and then challenge it.  The choice of appropriate analytical tool (and data) should be driven by: what could change my mind?  This requires both (1) a belief (I sound pretty Bayesian here, no?) and (2) a clear understanding of how the results of applying a specific analytical tool might refute that belief.  This requires the ability to see clearly a priori the conflict that would be created by possible results of the analysis.

Meer leeshonger? In de eerdere nummers van deze webserie 5 #15 #2 en 5#3 kun je meer tips voor interessante longreads vinden.

 

Leave a Reply