5 #3

Het concept? 5 tips voor artikelen, boeken of lezingen die in mijn opinie ‘timeless and timely’ zijn. Zaken die het waard zijn om even een slowweb momentje in te lassen in het hectische bestaan waarin alles op tweetspeed moet en blogjes maximaal 400 woorden mogen bevatten.

In deze editie: Nicolas Carr over de filter-bubble van Google, Farhad Manjoo over de (on)zin van het slimmer maken van gebruiksvoorwerpen, Ryan Holiday over de gevaren van het gebruik van blogs als nieuwsbron, Whitney McNamara over een zinvolle invulling van de term ‘digital natives’ en Adam Gopnik weet het huidige debat binnen nieuwe technologie binnen één longread samen te vatten.


Foto: Getty

The Searchers- Nicolas Carr – Nicolas Carr is één van de meeste bekende internetsceptici. Hoewel ik Carrs denken over het internet meestal wat bekrompen vind, kan de vent wel schrijven. Je hebt me sowieso al ongeveer als je er een gedicht van Robert Frost instopt. Carr betoogt in deze blog dat de personalisatie van Google ons in een filter bubble stopt. Al eerder verwoord door Eli Pariser in zijn bekende TED-talk en geen nieuwe gedachte dus, wel goed en poëtisch opgeschreven. 

When we talk about “searching” these days, we’re almost always talking about using Google to find something online. That’s quite a twist for a word that has long carried existential connotations, that has been bound up in our sense of what it means to be conscious and alive. We don’t just search for car keys or missing socks. We search for truth and meaning, for love, for transcendence, for peace, for ourselves. To be human is to be a searcher.

Google searches have always been more cut and dried, keyed as they are to particular words or phrases. But in its original conception, the Google search engine did transport us into a messy and confusing world—the world of the web—with the intent of helping us make some sense of it. It pushed us outward, away from ourselves. It was a means of exploration. That’s much less the case now. Google’s conception of searching has changed markedly since those early days, and that means our own idea of what it means to search is changing as well. Google’s goal is no longer to read the web. It’s to read us.

Farhad Manjoo – Why are smart appliances so stupid? – Farhad Manjoo van de bekende blog Slate schreef een uitstekend stukje over onze obsessie met het slimmer maken van gebruiksvoorwerpen. Iets wat zinloos is totdat je werkelijk een netwerk – of in populaire termen: internet of things – over je leefomgeving hebt liggen want de intelligentie, die zit hem juist in de interactie en communicatie tussen verschillende gebruiksvoorwerpen. In z’n eentje kan je koelkast niet zoveel met z’n touchscreen, dan is het niets meer dan een Ipad die niet echt op een handige manier ergens opgeplakt zit.

But I don’t quite agree that we should keep our appliances dumb and simple. The real problem with smart devices isn’t that they’re trying to be smart but that they’re not nearly smart enough. I would love to have a refrigerator that was legitimately intelligent, not one that put on airs because it got gussied up with a touch screen.

I want smarts that improve and automate the performance of my appliances, not just let me control them with my phone. But none of the smart appliances on the market today are smart enough to do this sort of thing. And it’s not really their fault. The real problem is the stuff in the rest of the world—the food, pots, and clothes that interact with our appliances—don’t have any sort of intelligence embedded in them. Smart appliances are stupid because the world is holding them back.

Ryan Holiday – Trust Me, I’m Lying – Z’n boek heb ik inmiddels op m’n wishlist gezet, maar hierbij alvast een razendinteressante lezing van de meester media manipulator op de Latijns Amerikaanse Next Web conferentie in 2012. Holiday betoogt dat er een heel gevaarlijke dynamiek is ontstaan bij het maken van nieuws.  Traditionele nieuwsmedia nemen namelijk niet alleen steeds vaker blogs en social media als bronnen, maar checken deze bovendien niet goed genoeg omdat ze willen meegaan in het brengen van nieuws op tweetspeed. Hedendaagse journalistiek moet beter in de gaten krijgen hoe blogs werken, zo stelt Holiday. Blogs gaat het namelijk niet zozeer om trust and truth, maar vooral om trafic. Deze werking van het medium houdt al een selectieprincipe in waarop iets nieuwswaardig wordt bevonden en criteria hoe het nieuws gebracht wordt (uitvergroot, in tweetbare onliners).

We live in the future – De blogger Whitney McNamara graaft eens dieper door op een trendterm die maar al te graag door marketeers gebruikt wordt: digital natives. In plaats van dat de term gebruikt wordt voor een cohort mensen die zijn opgegroeid met het internet, krijgt de term een meer zinvolle invulling wanneer je kijkt hoe de invulling van de term verandert met de tijd mee, zo stelt hij.

The most obvious issue in designating people as ”digital natives” is that “digital” isn’t a fixed monolithic entity. Being comfortable with a filmless camera doesn’t necessarily imply the same degree of comfort with a Kindle, SnapChat, a Makerbot, or Reddit. “Digital” isn’t a coherent thing, but rather a thread that is being woven through an ever larger part of our day-to-day lives.

As with the broader digital, the Internet is not monolithic nor static. It’s not much of a stretch to characterize the Internet as a city full of neighborhoods: at any point in time the city is adding new suburbs, has neighborhoods that have remained largely unchanged for years, others that are undergoing rapid gentrification, and some experiencing slow decline. It’s always in the process of becoming something else.

Adam Gopnik – How the internet gets inside us – Volgens technologiejournalist bij Vrij Nederland Maurits Martijn, één van de beste journalistieke stukken die hij ooit heeft gelezen over nieuwe technologie en dat onderschrijf ik graag. Gopnik weet op sublieme wijze de posities in het huidige debat te omschrijven, bespreekt deze aan de hand van enkele voorvechters en plaatst hier zijn kritische kanttekeningen bij:

[..] call them the Never-Betters, the Better-Nevers, and the Ever-Wasers. The Never-Betters believe that we’re on the brink of a new utopia, where information will be free and democratic, news will be made from the bottom up, love will reign, and cookies will bake themselves. The Better-Nevers think that we would have been better off if the whole thing had never happened, that the world that is coming to an end is superior to the one that is taking its place, and that, at a minimum, books and magazines create private space for minds in ways that twenty-second bursts of information don’t. The Ever-Wasers insist that at any moment in modernity something like this is going on, and that a new way of organizing data and connecting users is always thrilling to some and chilling to others—that something like this is going on is exactly what makes it a modern moment. One’s hopes rest with the Never-Betters; one’s head with the Ever-Wasers; and one’s heart? Well, twenty or so books in, one’s heart tends to move toward the Better-Nevers, and then bounce back toward someplace that looks more like home.

For the Internet screen has always been like the palantír in Tolkien’s “Lord of the Rings”—the “seeing stone” that lets the wizards see the entire world. Its gift is great; the wizard can see it all. Its risk is real: evil things will register more vividly than the great mass of dull good. The peril isn’t that users lose their knowledge of the world. It’s that they can lose all sense of proportion. You can come to think that the armies of Mordor are not just vast and scary, which they are, but limitless and undefeatable, which they aren’t. Thoughts are bigger than the things that deliver them.

Meer leeshonger? In de eerdere nummers van deze webserie 5 #1 en 5 #2 kun je meer tips voor interessante longreads vinden.

Leave a Reply