Een halfje intimiteit? Dat is dan €47,50!

Het doet natuurlijk veel meer met ons dan we denken, al die nieuwe technologie die ons omringt. Langzaam begint een beetje bewustzijn door te sijpelen over welke invloed zaken als social media en de continue aanwezigheid van internet hebben op de wijze waarop we onze identiteit of sociale relaties vormen. Prima, zolang we maar niet vervallen in technofilie of technofobie, maar het gebruiken om een dialoog aan te gaan en te overdenken welke invloed we de nieuwe technologie willen geven. Niet alleen dingen die nu al in ons dagelijks bestaan aanwezig zijn, maar ook zaken als nanotechnologie, quantified self of internet of things; toekomstscenario’s die zich razendsnel bewegen richting ons leven van alledag.

Een van de zaken die aan het veranderen is onder de aanwezigheid van nieuwe technologie is intimiteit. Wat betekent dat nu eigenlijk nog? Is een intiem gesprek een avond praten met een goede vriend en een flesje wijn, of kan dat ook via de facebookchat of whatsapp tegenwoordig? Over intimiteit en vriendschap en onze invulling van intiem kapitaal, zoals Stine Jenssen dat noemt, blogde ik al eerder . Maar gisteravond las ik een interessant artikel met sociologe Arlie Hochschild in de Groene Amsterdammer over haar nieuwste boek The Outsourced Self: Intimate Life in Market Times. Een boek over hoe Amerikanen steeds meer aspecten van hun persoonlijke leven aan de markt uitbesteden en hoe ze nieuwe grenzen trekken tussen wat persoonlijk gebonden is en wat niet. Denk aan huwelijksplanners, nanny’s, bejaardenverzorgers, de hondenuitlaatservice of datingcoaches. Hochschild stelt dat het ‘outsourcen van het zelf’ op massale schaal gebeurt. En dat we hierdoor van producenten van intieme ervaringen,langzaamaan steeds meer in de rol van consumenten zijn aan het vervallen.

backtothetribe-530x322

Afb. Koert van Mensvoort/NextNature

‘Iedere intieme ervaring lijkt in de Amerikaanse service-industrie een verhandelbaar goed te zijn geworden. [..] Het is waarschijnlijk dat deze services alleen maar verder zullen uitbreiden in een wereld die gemeenschapszin ondermijnt, overheidsinstellingen in diskrediet brengt, non-profitinstellingen marginaliseert, en gelooft in de superioriteit van alles wat te koop is. Een zelfvervullend mechanisme treedt in werking: hoe meer angstig en geïsoleerd we zijn, en hoe minder hulp we ontvangen van niet-marktgerelateerde bronnen, hoe meer we verleid worden om dat gat te vullen met aanbod van de markt. De markt is nu aanwezig in onze slaapkamers, aan onze ontbijttafels, in ons liefdesleven, vervlochten in ons diepste plezier en verdriet. En hoe meer de markt de belangrijkste speler is, hoe meer verslaafd we raken aan wat de markt verkoopt, en hoe meer overtuigd we raken dat we behoefte hebben aan betaalde expertise en dat we gewoon een nóg grotere service-supermarkt moeten bouwen. […] Het herwaarderen van zorg en van gemeenschap is cruciaal, maar omdat we leven in een individualistische maatschappij zien we niet dat er sprake is van een groter probleem. Of we denken dat, als er al een probleem is, dit ons persoonlijke probleem is.’

Waar een cultuur ontstaat, zijn er gelukkig ook altijd tegenbewegingen. Is die gemeenschapszin wel echt zo verloren, zoals Hochschild beschrijft? En zijn we dus voor onze intieme ervaringen steeds meer aan het kapitalisme overgeleverd? Dan moet Wethouder van financiën, onderwijs en jeugdzorg Pieter Hilhorst de boodschap toch niet goed hebben begrepen toen hij twee weken terug op een feest van de BKB academie alle aanwezigen opriep om hem hun netwerk tot zijn beschikking te stellen, zodat hij het kan ‘kapen’. En met kapen doelde Hilhorst op het koppelen van mensen in nood aan een mentor, iemand die mensen, organisaties of bedrijven in zijn netwerk heeft die van dienst kunnen zijn bij het oplossen van het probleem. Eenzelfde principe wordt toegepast bij Eigen Kracht, waar vrienden en familie juist weer worden gemobiliseerd om hulp te bieden bij levensproblemen voordat de hulpbehoevende in het anonieme zorgsysteem terecht komt. Of kijk eens naar een leennetwerk als Peerby, waar men elkaar op buurtniveau weer kan gaan vinden om van elkaar die waterpomptang of boor te lenen in plaats van weer een nieuwe apparaat aan te moeten schaffen. Overal ontstaan er nieuwe communities, nieuwe vormen van gemeenschap die de intieme ervaringen weliswaar op een andere manier opvangen dan voorheen, maar niet minder persoonlijk. Back to the tribe, zoals Koert van Mensvoort dat eens noemde in een artikel op de webblog NextNature of een proces van glokalisering zoals Michiel Schwartz dat noemt in zijn boek Sustainism.

Hoewel ik het van harte met Hochschild eens ben dat ons begrip van intimiteit aan het veranderen is, gaat deze verandering (gelukkig) wel minstens twee kanten uit.

Bron: De Groene Amsterdammer

Mijn BKB-academie-genoot Kristel Jeuring blogde overigens vandaag dat hoewel er  nieuwe soorten gemeenschappen ontstaan, er genoeg werk overblijft. Lees haar blog en droom, maar vooral denk met haar mee!

Leave a Reply