What Design Can Do dag 1: Connecties maken met de handen in de poep

Het druilerige grijze weer op de ochtend van de eerste dag van de internationale conferentie What Design Can Do blijkt niet opgewassen tegen het felgeel en rood dat de Stadsschouwburg van Amsterdam tekent, ontmoetingsplaats voor optimistisch designminnend Nederland. Zoals moderator Lucas Verweij stelt in zijn introductie: What Design Can Do klinkt misschien wel als een vraag, maar is zeker ook voorzien van een uitroepteken. Een viering van de potentie van design.

Het thema van deze tweede editie is ‘connection‘. En daarmee wordt niet alleen gedoeld op het bij elkaar brengen van de ‘rijke Nederlandse designcultuur’, in de woorden van organisator Richard van der Laken, maar vooral ook op de rol van designers:

Designers operate from the very heart of society where they constantly connect with clients, the public, consumers, users, colleagues and others. That offers designers ample opportunity to take responsibility for change. Design is more than a nice vase. Design can offer alternatives, can solve problems, can break taboos.’

Hiermee wordt WDCD duidelijk neergezet als een oproep die niet alleen gericht is aan de creatieve industrie, maar vooral ook aan het grote publiek. Zij moet de impact die design kan hebben in het verbeteren van de wereld erkennen, en vooral: gaan gebruiken.

Een dergelijke visie resulteert in een dag waar vele lijnen bij elkaar worden gebracht. Van specifieke designdisciplines als landschaps- en fooddesigners, theoretische bespiegelingen over de plek van mode aan de hand van de punkcultuur, tot biocouture en straatdesign. Hoewel de presentaties visueel vaak sterk in orde zijn (het blijven per slot van rekening designers) had het rood van het logo wel iets meer aanwezig mogen zijn in de vorm van een sterkere rode draad. Nu bestaan te veel presentaties uit het presenteren van een project, terwijl een begin vanuit een visie op metaniveau niet alleen veel meer diepgang in de individuele presentaties had kunnen brengen, maar ook de conferentie zelf wat meer body had kunnen geven. Deze taak ligt nu bij de moderators Lucas Verweij en Manuel Toscado die zich uitstekend van deze taak kwijten, en met enkele vragen achteraf toch vaak enig verdiepend commentaar aan de presentatoren kunnen ontlokken.

Alles is design

Waar WDCD vooral een incrowdevenement is waar iedereen die iets betekent (of dat wil) in de designwereld aanwezig is, gaan de meeste presentaties over alledaagse zaken waar iedereen mee te maken heeft. Alles blijkt design. Zo maakt het Oostenrijkse fooddesigner-duo Martin Hablesreiter en Sonja Stummerer, beter bekend als Honey en Bunny, op lichtvoetige wijze duidelijk dat onze voedselconsumptie en eetpatronen in hoge mate design zijn, ook als ze niet in een rare vorm gegoten zijn of blauw fluorescerend licht uitstralen. Ooit erbij stil gestaan dat Emmentalerkaas rond is omdat deze dan makkelijk getransporteerd kan worden door te rollen? Of dat de bekende kaaskuipjes van de ‘koe die lacht’ gevormd zijn alsof ze uit een grotere kaas gesneden zijn zodat je als individuele kaaseter toch het gevoel krijgt dat je deel uitmaakt van een grotere familie? Of dat de Britten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog pas de hoognodige vis aten, toen het in een onherkenbaar rechthoekig vormpje gegoten werd (de welbekende visstick)? Vorm, textuur, geur, kleur…het draagt er allemaal aan bij dat we overduidelijk ontworpen voedsel zoals de vierkante plakjes ham (want wie heeft ooit een varken met vierkante pootjes gezien?) als natuurlijk ervaren. Honey en Bunny maken duidelijk dat design niet altijd zozeer om het ontwerpen van een concreet product gaat, maar eerder om het ontwerpen van een bewustwordingsproces, het afbreken van culturele mythes en doorbreken van taboes. In hun woorden:

Food is much more than nutrition. We do accept without thinking that we eat three times a day what somebody else has designed. We want to give people the knowledge so that you can choose what you want to eat. It’s interesting that concerning food and eating there are 100 unwritten rules and nobody asks why.

Mentale processen buiten de Apple-computer

Dat design eerder om het creëren van mentale processen gaat, blijkt ook door te werken in de rol van de designer zelf. In zijn inspirerende presentatie over Latijns-Amerikaans grafisch ‘straatdesign’, ofwel Popular de Lugo, stelt Esteban Ucros dat een designer eerder bezig is met ‘learning to observe rather than design stuff. Designers are not only good at making, but also good at seeing: we are the star collectors of the trivial, we can foster empathy‘. En daarvoor moet je je volgens Ucros in de wereld, en vooral buiten de geliefde Apple-computer, gaan begeven. Ucros ontdekte pas de ongewone subtiele schoonheid van de straatkunstenaars toen hij zijn eigen standaarden en methoden voor wat goed design is, durfde los te laten:

Remarkable examples of visual creativity never occurred to me, because I was busy working on the computer. The possibilities of design are still limited to the computer. Computers have become the standard for producing graphic design.

Een grootheid van Dutch Design bevestigt dit. Uit het vriendschappelijke interview van designjournalist Tracy Metz met sterdesigner Hella Jongerius komt naar voren dat het loslaten van je eigen standaarden van goed/slecht design zonder je handtekening te verliezen voorwaarde is voor het creëren van kwalitatief design. Jongerius benadrukt dat het belangrijk is om zo onbevooroordeeld mogelijk de wereld van een designopdracht in te stappen: ‘First step into the world, then you can extract ideas from it and develop them further.‘ Als Metz haar vraagt naar haar nieuwste project, het ontwerpen van de KLM business class, een samenwerking met o.a. Viktor & Rolf en Marcel Wanders, dat voor een designer die bekend staat om haar onaffe, ruwe designs toch een hoge mate van perfectie lijkt te bevatten, stelt Jongerius dat haar handtekening niet zozeer zit in de eindvorm, maar in de menselijke aanraking: ‘you should see it as the human touch, something which breaths, which has blood in it, to make connections.’

Van designgod naar menselijke blik

De connecties van WDCD zitten dus niet zozeer in het Eureka-moment van een geniale designer, maar in een open blik waardoor verbindingen gesignaleerd en aangegaan kunnen worden. Op WDCD dan ook geen visies rondom strakke esthetiek of juiste designmethodes. En ook trouwens een opvallende afwezigheid rondom technische interne thema’s als open source design. Design is iets sociaals en de designer iemand die bovenal start vanuit zijn mens-zijn. Zoals Daan Roosegaarde tijdens de Items-sessie stelt: ‘Designers are half priest, half entrepreneur: combining a vision and belief with a realization process.’

WDCD mocht dan met haar hoge toegangsprijs vooral een incrowdpubliek hebben, op het podium is een andere beweging zichtbaar. Designgoden dalen af. En beginnen op te bouwen vanuit het observeren van het alledaagse, met hun handen in de klei, of poep, zoals Ina Jurga toont in haar presentatie.

Fotografie: Leo Veger

Deze blogpost is eerder gepubliceerd op 8weekly

Leave a Reply