NOP- Sensing Spaces

De 18de avond in het vijfjarig bestaan van het Nijmeegs Ontwerp Platform droeg het thema ‘Sensing Spaces’.  Wat daarbij nu voor te stellen? Nils van Keulen van Tinker Imagineers en tevens één van de sprekers van deze avond verwoordde het in elk geval als volgt:

Bij ‘Sensing Spaces’ denk ik aan je zintuigen prikkelen, maar ook aan ‘it needs to make sense’. Als ontwerper heb je dus ook de taak een functie te geven aan een ruimte of de functie van een ruimte naar boven te halen en een ruimte zo vorm te geven dat het ook aan deze functie voldoet. Sensing Spaces gaat dus niet alleen over de beleving van ruimte, maar ook over de relevantie van ruimtes. 

Dat de invulling van deze relevantie zeer divers kan zijn, bewezen de drie sprekers van deze avond.

Richard Vijgen – The Deleted City

Allereerst kwam Richard Vijgen aan het woord. Als informatieontwerper houdt hij zich bezig met het visualiseren van complexe hoeveelheden data. Hierbij gaat hij parametrisch te werk: ‘Mijn werk komt tot stand door programmeren, niet door te zoeken naar een eindproduct, maar door regels te ontwerpen om een proces tot stand te brengen’. Maar data, gaat dat over ruimtes? Met zijn project ‘The Deleted City’ bewijst Vijgen dat dit inderdaad het geval kan zijn, en dat het combineren van deze twee dingen zelfs van meerwaarde voor elkaar kan zijn. The Deleted City is een digitale archeologie van de wereld van Geocities, midden jaren 90 een immens populaire site. Als website was Geocities gemodelleerd naar een stad, waarbij verschillende thema’s als wijken te beschouwen waren en de zogenaamde netizens (een samentrekking van internet en burger) een stukje grond toebedeeld kregen in die wijken waarop je je huisje/website kon bouwen. De bedoeling was dat zo samen gebouwd kon worden aan een ‘stad’ doordat ieder zijn eigen kennis/expertise/passies kon toevoegen. Vijgen verwoordt deze utopische droom als volgt: ‘Men gebruikte in de begintijd van het internet metaforen als de digitale snelweg, een bibliotheek en voor de internetgebruiker de netizen, waarin benadrukt werd dat je deel kon nemen aan een project waarmee je kon samenwerken tot een betere wereld. U kunt zich mijn teleurstelling dan ook voorstellen toen ik eindelijk een internetaansluiting had.’

In de tijd dat de andere, nu nog steeds populaire metafoor van het sociale netwerk voor het internet opkwam, werd Geocities verkocht aan Yahoo. Met deze koop vertrokken de netizins en binnen korte tijd was Yahoo in bezit van een spookstad. Een spookstad die na een tijdje dan ook zonder pardon door Yahoo gewist werd: 35 miljoen websites, een decennium aan kennis en expertschap. Gelukkig, zo vertelt Vijgen, is er een backup gemaakt, een bestandje van 650 GB dat hem slechts zes luttele maanden kosten om te downloaden. Aan de hand van dit bestand heeft Vijgen een reconstructie gemaakt van Geocities als een digitaal pompeï:

[vimeo]http://vimeo.com/29523075[/vimeo]

Omtrent zijn motivatie voor dit immense project vertelt Vijgen dat Geocities een historisch document is van het beginpunt van het internet, iets wat zeker in deze tijd nu het internet volwassen is geworden uiterst belangrijk is om te bewaren en als spiegel voor te houden bij ons huidige internetgebruik:

‘Het Internet is tussen 1995 en nu volwassen geworden, en daarmee ook van karakter veranderd. Van netizen naar user, van utopische wereld waar je aan kunt bijdragen, naar een product dat je consumeert. Er zijn maar twee industrieen die hun klanten als gebruikers aanduiden: software-ontwikkelaars en drugsdealers.’

Door de data van Geocities tot een ruimtelijke beleving om te vormen hoopt Vijgen dat de relevantie hiervan voor de kijkers duidelijk wordt: ‘Als je je in een virtuele stad begeeft, ben je meer bewust van allerlei autoritaire/totalitaire trekjes die je in de ruimte van cyberspace gewoon voor lief zou nemen’

Akko Goldenbeld – Stadsmuziek

Waar de ruimtelijke visualisering van data dus duidelijk meerwaarde kan hebben voor een bewuste beleving van cyberspace, toont de tweede spreker van de avond ook een ongebruikelijke verbeelding van ruimte: in muziek. Akko Goldenbeld combineert zijn liefde voor design en muziek in zijn afstudeerproject Stadsmuziek waarmee hij in 2010 is afgestudeerd aan de Designacademy bij de richting Public Space. Waar design in publieke ruimte ook vaak autoritaire trekjes kan vertonen van een ontwerper/stedenbouwkundige die zijn visie van bovenaf oplegt, kiest Goldenbeld er bewust voor om te blijven bij de daadwerkelijke kenmerken van een ruimte en deze op een verrassende manier zichtbaar te maken. Gestart vanuit een onderzoek naar het geluid van een stad, waarbij Goldenbeld door verschillende fases heenging, van een opname van verkeersborden, tot een bankje als gitaar, tot de stad als platenspeler, kwam hij uiteindelijk uit bij de pianola: een maquette omgebouwd tot rol waarbij in het ronddraaien de gebouwen tonen aanslaan op een piano waardoor de luisteraars de structuur van een stad op een heel andere manier kunnen beleven.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=XdE_L-cOwM0[/youtube]

Het creeën van een pianola blijkt een uiterst nauwkeurig werkje waar veel tijd mee is gemoeid. Goldenbeld kiest eerst een stuk van de stad uit waarbij hij de parameters van Noord naar Zuid aanhoudt en het Westen laat dienen als lage, en het Oosten als hoge tonen. Vervolgens schaalt hij de hoogtes van de gebouwen, waarbij de maximale hoogte vijf cm kan zijn. Een proces wat alles bij elkaar een maand kan innemen. Goldenbeld maakte voor zijn afstuderen Eindhoven, maar is inmiddels ook al te gast geweest in VPRO Vrije Geluiden waarvoor hij ‘Amsterdam’ maakte. Een stad die aanmerkelijk anders klinkt dan het ‘rommelige’ Eindhoven: ‘Amsterdam heeft een oude stadstructuur, allemaal diagonalen die naast elkaar staan’. 

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=jK_6M-PltdQ[/youtube]

Voor de toekomst zou Goldenbeld zijn project graag verder ontwikkelen: ‘Ik zou graag eens met stedenbouwkundigen om de tafel gaan zitten om te kijken hoe je vanuit het perspectief van Stadsmuziek tot nieuwe inzichten omtrent het inrichten van de stad kan komen. En verder ben ik ook wel nieuwsgierig naar de omgekeerde kant van Stadsmuziek, het bouwen van een maquette uit een muziekstuk. Hoe zou Bach het architectonisch bijvoorbeeld bedoeld hebben?’

Nils van Keulen – Tinker Imagineers

De derde spreker van de avond, Nils van Keulen van het bureau Tinker Imagineers, benadrukt het ‘ruimte geven aan de ruimte’. Als designbureau is de filosofie van Tinker om ruimte niet alleen letterlijk op te vatten, maar vooral ook als een ruimte in je hoofd die je kunt delen met anderen: ‘Bij het ontwerpen van een ruimte spelen we met ideëen die bij anderen, de bedrijven waarvoor we ontwerpen, leven – we zijn zelf helemaal niet zo creatief. Het gaat om de juiste vragen stellen. Wat wil je met die ruimte? Een groot gebaar maken? Dat mensen met elkaar in contact komen?’

Van Keulen maakt dan ook een onderscheid in diverse soorten ruimtes die verschillende functies kunnen hebben. Zo onderscheidt hij visuele, verhalende, sociale, creatieve, actieve en belevingsruimtes. Hij is echter de eerste om te benadrukken dat een dergelijk onderscheid slechts als werkconcept moet worden opgevat en vooral niet als vaste regels:

Tegenwoordig zijn ruimtes niet meer als vaste plekken te beschouwen, ruimtes vloeien in elkaar over. Ruimtes zijn niet meer te definieren als hier hebben we een restaurant of een bibliotheek.Bibliotheken zijn vaak heel erg leuke koffieplekken, musea zijn vaak de best restaurants. Dergelijke hybride ruimtes waarin dingen in elkaar overvloeien zijn erg prikkelend voor me als ontwerper. ‘

Kortom: de nadruk bij het ontwerpen van een ruimte is verschoven van het ontwerpen van een vaste identiteit van een ruimte, naar je richten op de ervaring van de bezoekers van een ruimte. Van Keulen werkt, zoals gezegd, met zes soorten ruimtes die elk deze ervaring van de bezoeker anders invullen.  Zo staat in een verhalende ruimte bijvoorbeeld informatie en educatie centraal, een overdracht waarbij de ruimte zelf een actieve rol speelt. In de actieve ruimte echter wordt deze actie juist bij de toeschouwer neergelegd door interactie en levendigheid aan te zwengelen.

Van Keulen toont met vele voorbeelden uit zijn werk hoe hij een invulling ziet van de verschillende soorten ruimtes. Zo toont hij met één van de zes paviljoens die Tinker voor de Floriade Earthwalk 2012 creëerde hoe een sociale ruimte tot stand kan komen. In ‘Nederland bloeit’ kan een bezoeker de land-en tuinbouw leren kennen. Een sector die voor de meeste stedelingen steeds verder van hen afstaat. In plaats van het product centraal te stellen, heeft Tinker er dan ook bewust voor gekozen om de focus te leggen op de passie van de telers, en hun verhalen letterlijk zichtbaar te maken in het paviljoen in mini-documentaires en de mogelijkheid tot het voeren van een dialoog tussen tuinder en publiek.

Zoals de drie sprekers van ‘Sensing Spaces’ hebben laten zien is het ontwerpen van een ruimte altijd een dialoog, waarbij geluisterd moet worden naar de elementen van de ruimte zelf, de behoeftes van het publiek en de maatschappelijke context. Ruimte kan reflecteren, en een ervaring bieden waardoor dingen in een nieuw perspectief komen te staan. En daarmee betekent ‘Sensing Spaces’ vooral het aanvoelen van alle mogelijkheden die in de ogenschijnlijk lege ruimtes om ons heen verscholen liggen.

Fotografie: Sandra Zrnic

Leave a Reply