Het her als duurzaam ontwerp: lezing Tracy Metz Oerol

De windkracht 8 die tijdens het eerste weekend van Oerol het woord voerde heeft me vaak de adem benomen, maar bracht gelukkig ook enkele mooie dingen mee. Zo waaide Tracy Metz, kunstcritica gespecialiseerd in ruimtelijke ordening, aan voor een lezing over duurzaamheid.

Het ‘her’

Terwijl de wind zowel binnen als buiten flink doorwaait, brengt Metz ook een frisse wind met zich mee in de vorm van een pleidooi voor een nieuwe vorm van duurzaam ontwerpen. Metz presenteert een visueel rijk plaatje opgebouwd rondom het woord ´her’, waarmee ze niet zozeer op zichzelf of een ander vrouwelijk persoon doelt, alswel op verschillende aspecten van hergebruik. Vanuit de gedachte dat hoe onze omgeving tot stand komt grote veranderingen aan het ondergaan is, pleit Metz ervoor om te kijken wat we al hebben: ‘Wat er was, is, en kan worden’. Om haar lezing, bestaande uit vele voorbeelden, structuur te geven, koppelt Metz het ‘her’ aan verschillende andere woorden:

Hergebruik

Het uitgangspunt dat Metz hiermee beoogt is het ervan uitgaan wat er (lokaal) aan mogelijkheden bestaat en vooral ook te kijken wat voor nieuwe kansen binnen deze bestaande mogelijkheden te ontdekken zijn. Dat vergt een andere attitude in ontwerpen: waar eerst gedacht wordt vanuit de vorm/het ontwerp zelf en dan pas in materialen die dit ontwerp kunnen realiseren, wordt in dit nieuwe perspectief de concrete uitgangssituatie van de beschikbare materialen het beginpunt van het ontwerp. Metz wijst er ook nog even op dat hergebruik in feite beter voor het milieu is dan recyclen, waar toch weer onverwachts veel energie verloren kan gaan aan vervoers/verwerkkosten

Herstellen

Metz stelt dat Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog zo welvarend is geworden dat we makkelijk dingen weggooien. Nu zit dit probleem niet alleen in onze consumptie-attitude, maar ook in het productieproces dat het steeds moeilijker maakt om dingen te laten repareren, zeker als je de bon kwijt bent. Volgens Metz is het dan ook cruciaal om te zoeken naar mogelijkheden om producten een nieuw leven te geven, iets wat volgens haar bijvoorbeeld te vinden is het het Repaircafé, een initiatief dat inmiddels in 35 steden te vinden is waar mensen hun kapotte voorwerpen gratis kunnen laten repareren door vrijwilligers.

Herbouwen

Metz haalt hiervoor het Volkskrant gebouw in Amsterdam aan dat met haar hernieuwde broedplaatsfunctie nieuwe vormen van economische bedrijvigheid heeft kunnen genereren en zo heeft kunnen zorgen voor ‘een transformatie van iets wat uit de gratie is gevallen in iets wat weer begeerlijk is’

Herwaarderen

Dit begrip behelst voor Metz zowel een hernieuwd doordenken wat economische waarde heeft als een opnieuw leren waarderen van dingen. Ze noemt hierbij de ontstellende hoeveelheid erfgoed die momenteel leegstaat. Zo komen volgens haar bijvoorbeeld twee kerken per week vrij en staan er as we speak 7,2 miljoen kantoren leeg in Nederland. Voor Metz is het een kwestie van het opnieuw in elkaar passen van vraag en aanbod, een oplossing waar de nieuwe masteropleiding voorvloeiend uit het project Vacant NL dat twee jaar geleden op de Venetië Biennale de leegstand in Nederland op sterke wijze wist te visualiseren, hopelijk nieuwe oplossingen voor kan aandragen.

Herontwerpen

De al eerder genoemde nieuwe ontwerpattitude die nodig is, licht Metz verder toe met het voorbeeld van het project dat Droog Design dit jaar op de Salone del Mobile presenteerde. Material Matters is meer een denkexperiment dan een serie concrete producten en bestaat eigenlijk uit de vraag: Hoe zou een meubelbeurs eruit zien in een systeem waar de belasting niet wordt geheven op inkomen, maar op materiaal en grondstoffen? Droog presenteerde 20 fictieve bedrijven die laten zien wat het betekent als materiaal als kostbaarheid opnieuw wordt geherwaardeerd en voorin het ontwerpproces wordt geplaatst in plaats van slechts als uitwerking van een concept te functioneren

Herbestemmen

Metz roemt bij dit punt kort de rijke traditie van herbestemmen die Nederland volgens haar heeft. Waarom niet een oud conservatorium in Amsterdam heruitvinden tot een vijfsterrenhotel dat zo ook nog eens een toegevoegde waarde kan bieden in het creëren van een unieke belevenis van een hotelkamer?

Herzien

Ook bij dit punt ziet Metz weer twee toepassingen. Allereerst benadrukt ze dat herzien een corrigeren en verbeteren inhoudt, maar daarnaast pleit ze ook voor de invulling van dit begrip als ‘dingen met nieuwe ogen zien’. Fantasie blijkt een onontbeerlijk onderdeel hiervan: Om echt verder te kunnen denken in nieuwe functionele toepassingen is een flinke dosis een noodzakelijk onderdeel van het ontwerpproces. Zonder een greintje fantasie (en wellicht ook: durf) was de beruchte Highline in New York anders vast niet uitgegroeid tot één van de meest gewaardeerde en bijzondere parkomgevingen in de wereld.

Hernemen

Metz stelt dat we met nieuwe ogen moeten gaan kijken naar onze omgeving: ‘Niet: wat kunnen we toevoegen? Maar: wat kunnen we hernemen?’

Zitten op je oude kroket

Waar Metz door middel van haar woordspelletje al enkele interessante overwegingen naar voren brengt, wordt in het toespitsen van dit pleidooi voor ‘Her’ op het Oerol- paviljoen duidelijk wat deze nieuwe manier van ontwerpen concreet inhoudt. Het paviljoen, ontworpen door studio Elmo Vermijs en Arie van Ziel, is niet alleen geheel gemaakt van restmaterialen, maar leunt vooral op lokale kennis en expertise. Zo is oud frituurvet gebruikt om de resten steigerhout waaruit het paviljoen is opgebouwd een nieuw leven te geven, een van de ideeën die zijn genereerd uit gesprekken met lokale fabrikanten.

Elmo Vermijs vertelt hoe een uitgangspunt van ‘Her’ ook een complete verandering van het ontwerpproces betekent:

‘Waar bij een traditioneel ontwerp de tijd en het budget gaat zitten in het materiaal, gaat het nu vooral zitten in de research vooraf om in kaart te brengen waar de lokale rijkdom verscholen ligt. Dat is niet erg, ik geef liever geld uit aan kennis en mensen dan aan materialen want dat betekent niet alleen duurzaamheid, maar ook een opbouw van sociaal kapitaal.’

Duurzaam ontwerpen is sociaal design

Zo benadrukt Vermijs bijvoorbeeld dat met het paviljoen niet alleen gezocht is naar een nieuwe vorm van duurzaam ontwerpen, maar dat hiermee ook hernieuwde sociale banden zijn ontstaan van de lokale bevolking met het Oerol Festival:

‘Inwoners van Terschelling hebben meestal niet meer zoveel met Oerol. Door ze een eigen plek, letterlijk en figuurlijk, te geven op het festival, kan ook deze relatie weer hernieuwde energie ingeblazen worden.’

Foto’s door Sandra Zrnic

Leave a Reply