Basic Instincts: Mode tussen gootsteenontstoppers

Mode tentoonstellen tussen gootsteenontstoppers? De kracht van Nederlandse mode laten definiëren door design, fotografie en architectuur? De nieuwste tentoonstelling van Premsela, Basic Instincts, bestaat uit niet al te voor de hand liggende keuzes, maar werkt juist door haar onconventionaliteit.

Van 2 juni tot en met 29 juli vormt de statige Eusebiuskerk in Arnhem het decor van Basic Instincts, een tentoonstelling met als doel Nederland als modeland op de kaart te zetten. Aan de ondertitel ‘Nederlandse mode in context’ is al af te lezen dat hiervoor een bijzondere benadering is gekozen. Waar in de tentoonstelling namelijk weliswaar de vijf modeontwerpers Monique van Heist, Iris van Herpen, Klavers van Engelen, Anne de Grijff en Oda Pausma centraal staan, zijn hun ontwerpen te midden van allerlei designobjecten, fotografie, kunst, architectuur en film geplaatst.

Multidisciplinaire landschappen
Zo ontstaan vijf gesamtkunstwerken, ofwel landschappen zoals ze door het curatorenteam worden genoemd, die de reikwijdte van Nederlandse mode moeten overstijgen door nadruk te leggen op de conceptkant en het creatieproces. Zo worden enkele van Monique van Heists stukken uit de collectie Hellofashion, een doorlopende collectie die niet gebonden is aan seizoenen en waar Heist voordurend stukken aan toevoegt, gecombineerd met het werk True Colors van Lex Pott.

Potts werk toont een natuurlijk kleurenpalet vanuit de oxidatie van zijn gebruikte metalen, waarmee hij net als Van Heist werkt vanuit dat wat al bestaat, in plaats van iets geheel nieuws te ontwerpen. Dat alles wordt toegelicht onder de beroemde slogan van de Designacademy: ‘Why design another chair?’. Op dezelfde manier worden de ontwerpen van Klavers van Engelen, een modeduo dat ontwerpt vanuit de stof in plaats vanuit tekeningen, samengeplaatst met de Kaarsrecht Kruk van Pascal Smelik. Hij creëert een aluminium kruk door vloeibaar kaarsvet in een bad met koud water te spuiten, en ontwikkelt zo ook een alternatieve manier van ‘tekenen’.

‘Dutch’ is differentie en open mindedness
De gecreëerde context moet zo niet alleen de essentie van de getoonde modeontwerpen naar boven halen, maar ook een bepaalde visie meegeven op Nederlandse mode als geheel. Zoals de hoofdredactrice van Elle, Cécile Narinx, in haar opening van de tentoonstelling zegt: ‘Leg een Bas Kosters naast een Alexander van Slobbe, een Iris van Herpen naast een Sjaak Hullekes en je vraagt je af: wat verbindt deze ontwerpen? Zodra je ze echter naast Nederlands design en architectuur zet kun je duidelijkere rode draden zien.’ Multidisciplinariteit en een open mindedness naar andere disciplines, dat is precies de kern van de Nederlandse mode-identiteit volgens curator José Klap van Zoo Magazine: ‘De oorspronkelijke briefing van Premsela was het creëren van een concept om mode en design te combineren, maar voor ons stond eigenlijk al vanaf het begin vast dat dit niet te doen was zonder fotografie en design bij elkaar te brengen.’

Waar vanaf augustus 2010 ellenlange lijsten werden gemaakt door Zoo Magazine om zo een selectie te maken voor mode-ontwerpers, werden de uiteindelijke knopen doorgehakt en thema’s bepaald door een buitenlands selectieteam. Een tweede bijzondere, maar bewuste keuze. Klap vertelt: ‘Nederlandse identiteit wordt altijd gecommuniceerd van binnen naar buiten toe. Nu wilden we het buiten ook betrekken bij het definitieproces wat Nederlandse mode nu zo bijzonder maakt.’ De keuze viel op het Frans-Italiaanse curatorenduo Mosign, dat geen moeite had met de opdracht.

Luca Marchetti vertelt: ‘Jullie Nederlanders zijn altijd zo sceptisch over het vaststellen van een Nederlandse identiteit, maar voor mij is het duidelijk dat de kracht van Nederlandse mode juist in haar diversheid zit. Dutch is difference.’ Hij wijst op de vele ogenschijnlijk buitenlands aandoende namen van de ontwerpers die opgenomen zijn in de tentoonstelling: ‘In Frankrijk of Italië zou je nooit een dergelijke tentoonstelling kunnen maken. Die hebben een heel andere modetraditie die veel sterker naar binnen toe gericht is.’ Maar Marchetti stelt tevens dat de multidisciplinariteit niet alleen kenmerkend is voor Nederlandse mode, maar ook voor hoe mode als discipline in het geheel werkt: ‘Design en architectuur hebben een veel sterker theoretisch discours, mode haalt altijd haar inspiratie van buitenaf.’

Not the usual suspects
De derde onorthodoxe keuze is om een tentoonstelling over Nederlandse mode te laten beginnen in het buitenland (Berlijn diende als startpunt), waarbij Nederland slechts als tussenstop dient voordat het geheel weer doorvliegt naar China en Moskou. Els van der Plas, directrice van Premsela, legt echter uit dat Basic Instincts onderdeel vormt van een vierjarig economisch samenwerkingsverband: ‘Dutch Design Fashion and Architecture (DutchDFA) richt zich op het versterken van de positie van de Nederlandse creatieve industrie in het buitenland, door niet alleen culturele relaties aan te knopen, maar ook handelsrelaties.’

Hoewel de subsidie van het programma eind 2012 afloopt, betekent dit volgens Van der Plas zeker niet het einde van de samenwerking: ‘Dit is zo’n unieke samenwerking, dit moeten we niet alleen door geld laten regeren, we moeten gewoon doorgaan.’ Hoewel de tentoonstelling dus op het communiceren van de Nederlandse mode-identiteit naar het buitenland gericht is, is er volgens Van der Plas nog genoeg interessants te ontdekken voor de Nederlandse bezoekers: ‘Het mooie aan deze tentoonstelling is dat het een aha-erlebnis vormt van enkele welbekende ontwerpen, maar dat het niet alleen bestaat uit de usual suspects, zodat er nog genoeg te ontdekken valt.’

[vimeo]http://vimeo.com/43534048[/vimeo]

Mode als ervaring
En genoeg te ontdekken is er zeker. Er zijn zelfs zoveel invloeden dat het voor de toeschouwer niet meer mogelijk is om deze op een verstandelijke manier bij elkaar te brengen. Iets wat ook helemaal niet de bedoeling is. Marchetti stelt: ‘We wilden niet zozeer duidelijke mode-identiteiten neerzetten. Als toeschouwer is het vooral de bedoeling dat je je onderdompelt in de landschappen en ze ervaart.’ En dat lukt zeker in de landschappen als Perspectives of Metropolitan Sleek waarin de minimalistische stadsmode van Anne de Grijff hangt te midden van tientallen rechte spiegels die de toeschouwer telkens op zichzelf terugspiegelen. Of je het nu helemaal eens bent met het concept van de stad als streven naar perfectie dat hiermee moet worden verbeeld of niet, het landschap bezit genoeg esthetische draagkracht om als vorm op zichzelf te kunnen staan.

Bij het samenbrengen van zoveel invloeden lijkt balans dan ook het codewoord te zijn. Binnen de landschappen zelf is deze balans in orde, ofwel door sterke esthetische samenhang zoals in Perspectives of Metropolitan Sleek, ofwel door thematische samenhang zoals in Un-designed en Soft Future. Bij de tentoonstelling als geheel voelt deze balans echter af en toe wat wankelig aan. Doordat de landschappen aparte werelden vormen, zijn de banden met de multimedia-installatie Panopticum en de fotografie minder hecht, waardoor deze soms verloren raken. Hoewel ze zeker van toegevoegde waarde blijven in de creatie van het diverse, rijke beeld van de Nederlandse mode, is het jammer dat de verbindingen met de landschappen niet wat directer zijn gelegd.

Basic Instinctsis een ambitieuze tentoonstelling die door het tonen van de intuïtieve ontdekkingsreis van de ontwerpers de intuïtie van de toeschouwers hard laat werken. Maar wat nu typisch Nederlandse mode is? Als toeschouwer heb je hiervan aan het einde van de tentoonstelling geen eenduidig antwoord op. En gelukkig maar.

fotografie: Lizzy Kalisvaart/Sandra Zrnic

Deze reportage werd eerder gepubliceerd op 8Weekly

Leave a Reply