Wij, de webkinderen

Vele namen met nog meer duidingen. Generatie Einstein, een generatie opgegroeid in gebroken gezinnen en vrije opvoedingen, welbekend met de computer die deze vooral gebruikt voor sociale interactie zoals chatten, zelf publiceren en sharing. Generatie Y, creatief en intuïtief, geboren in tijden van hoogconjunctuur en dus behoorlijk verwend, op zoek naar verdieping en gemeenschap en wars van presetatiedrift en tomeloze ambitie. Generatie Z, anti-hedonistisch, conformistisch en realistisch en vooral gericht op settelen. Generatie C, wegwijs in de digitale wereld en daardoor makkelijk in het zelf plaatsen van online content. Generatie Blah! die vooral omschreven kan worden als saaie twintigers die op hun ouders willen lijken, veel drinken en als slaven van de vrije markt succes belangrijker vinden dan sexy zijn. Hoe dan ook, zonder het tot een ingewikkelde wiskundesom te hoeven maken, het feit blijft dat er tegenwoordig hele cohorten kinderen zijn die met de computer zijn opgegroeid, daardoor zijn getekend en hierdoor op een compleet andere wijze met zaken omgaan dan hun ouders.

Webkinderen, noemt de Poolse dichter en schrijver Piotr Czerski hen in zijn manifest ‘Wij, kinderen van het netwerk’ dat hij eerder dit jaar in de krant ‘My, dzieci sieci’ publiceerde en nu dankzij een vertaling in het Nederlands van Stijn Meurkens afgelopen week ook in de NRC Next te lezen viel. Webkinderen als generatie wiens normen en waarden voortvloeien uit de continue online aanwezigheid:

‘Het Internet is voor ons niet iets dat buiten de werkelijkheid ligt, maar maakt er onderdeel van uit: een onzichtbare, maar altijd aanwezige laag, verweven met de fysieke omgeving. Wij maken geen gebruik van het Internet, wij leven op en met het Internet.’

‘Technologieën verschijnen en verdwijnen vervolgens weer in de periferie, websites worden gebouwd, bloeien en komen te overlijden, maar het Web gaat door, omdat wij het Web vormen; wij, communicerend met elkaar op een manier die voor ons heel normaal is, intenser en efficiënter dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid.’

Don Tapscott haalt zijn boek Grown up digital acht karaktistieken aan die deze generatie webkinderen fundamenteel onderscheidt:

‘They prize freedom and freedom of choice. They want to customize things, and make them their own. They’re natural collaborators, who enjoy a conversation, not a lecture. They’ll scrutinize you and your organization. They insist on integrity. They want to have fun, even at work and school. Speed is normal. Innovation is part of life.

Identiteit

Waar een nieuwe technologie natuurlijk altijd tot grote beïnvloeding leidt, heeft de invoer van de webtechnologie en de mogelijkheden die dit met zich meebrengt zeer ingrijpende gevolgen voor de manier waarop we onze identiteit vormen en de werkelijkheid zien. Zoals Czerski uittekent in zijn manifesto:

‘We hebben geen impuls vanuit de werkelijkheid meegekregen, maar meer een metamorfose van die werkelijkheid zelf. Wat ons verbindt is geen gezamenlijke, beperkte culturele context, maar het geloof dat we die context zelf kunnen definiëren en dat die een gevolg is van vrije keuze.’

‘We kiezen zelf onze identiteit, en dragen die uit naar anderen. belangrijker voor het definiëren van wie we zijn dan tradities, geschiedkundige verhalen, sociale status, afkomst, of zelfs de taal die we spreken. Uit de overvloed aan culturele uitingen kiezen we die, die het beste bij ons passen.’

Belangrijk is dat hij hierin een bepaalde gelaagdheid in opmerkt. Sommige dingen die onze identiteit definieren zetten we groots op facebook of op onze blog, andere dingen bespreken we in een forum, afgesloten voor de grote massa, of in privemails naar vrienden: ‘Daarom vinden we dat cultuur tegelijkertijd globaliseert en individualiseert’. Opmerkelijk is deze gelaagdheid wel, gezien de kritiek die vaak wordt geleverd op de achteloze online omgang met het vrijgeven van persoonlijke informatie en hiermee met privacy.

Informatie

Een ander aspect dat de webkinderen tekent is de enorme hoeveelheid informatie die online beschikbaar is. Zoals Bas Savenije in zijn artikel ‘Maakt Google ons dom?‘ stelt:

‘De internetgeneratie is vertrouwd met een overdaad aan informatie. Doordat ze “digitaal” zijn opgegroeid, hebben ze mentale vaardigheden ontwikkeld die ze nodig hebben om met deze overdaad om te gaan, zoals het scannen van informatie en snel switchen tussen verschillende informatiebronnen’.

Czerski sluit zich in zijn manifesto hierbij aan en beschrijft tegelijk de grote gevolgen hiervan voor onze vorming van kennis:

‘We weten dat we de informatie die we nodig hebben op veel plekken gaan vinden, we weten hoe we er moeten komen, we weten hoe we hun geloofwaardigheid moeten beoordelen. Voor ons is het Web een soort van gedeeld collectief geheugen, we hoeven geen experts te zijn, details te onthouden  We weten hoe we moeten concurreren en we vinden het leuk om dat te doen, maar onze competitie, ons verlangen om anders te zijn, is gebaseerd op kennis, op de mogelijkheid om informatie te interpreteren en te verwerken, en niet op de monopolisatie ervan.’ 

Hoewel de webkinderen door het internet waarschijnlijk meer lezen dan hun ouders deden, doen ze dit op een compleet andere manier:

‘De nieuwe informatietechnologie heeft met zich meegebracht dat de oude vormen van langdurig concentreren en nadenken zijn vervangen door geestelijke rusteloosheid waarmee we voortdurend heen en weer schieten tussen e-mails, hyperlinkteksten en beelden in een wereldwijde jungle met elektronische content’, zoals Bas Savenije stelt. Is dit slechte ontwikkeling zoals Nicolas Carr in zijn artikelIs Google making us stupid? bevraagt?

Savenije haalt in zijn artikel mediafilosoof Jos de Mul aan die een nieuwe soort onder de webkinderen ziet ontstaan, de homo zappens: ‘De huidige ADD’er lijkt op de jager-verzamelaar. Maar misschien maken we wel een cognitieve transformatie mee waarvoor de jager met zijn diffuse aandacht beter is uitgerust. Ze zouden dus wel eens in de voorhoede terecht kunnen komen. En de hedendaagse boer zal zich moeten aanpassen aan de jachtige wereld van de computer’.

Morgen deel 2 van dit manifesto waarin de aspecten ‘persoonlijke waardering versus copyright’ en de verschillende snelheden van naast elkaar bestaande culturele systemen besproken zullen worden.

3 thoughts on “Wij, de webkinderen

  1. Pingback: Curated Culture Wij, de webkinderen: deel 2

  2. Pingback: Curated Culture De webkinderen: onderwijs 2.0.

  3. Pingback: Millennials: De generatie die alles gaat veranderen | Curated Culture

Leave a Reply