Rupsje Nooitgenoeg Maarten Baas

Officieel gepresenteerd in Pakhuis de Zwijger en ook deze week te vinden in de schappen heeft het jubileumnummer van de nieuwste Items het thema: Revaluation. Hiermee wordt niet alleen heel slim een kans geboden wordt om terug te kijken, maar ook voor het creëren van nieuwe visies voor de toekomst vanuit deze terugblik. Hoewel er genoeg inspirerend materiaal in staat – lees bijvoorbeeld het interview met architect Lars van Spuybroek waarin hij een pleidooi houdt om een nieuw concept van schoonheid te ontwikkelen vanuit het gotisch ornament – vond ik met name het korte interview met de welbekende Nederlandse sterdesigner Maarten Baas over hoe zijn favoriete boek zijn professionele ontwikkeling heeft beïnvloed prachtig.

Ruspje Nooitgenoeg is het werk dat Baas noemt. Een kinderboekje uit 1969 waarin een ruspje uitgroeit tot een prachtige vlinder en hiertoe enorm veel moet eten, zelfs dwars door de pagina’s van het boek heen. Een boek dat samen met de gedetailleerde geïllustreerde werken van Rien Poortvliet over het leven van de kabouter en later de boeken van Thea Beckman mijn favoriete kinderboeken vormde.

Sinds zijn afstuderen aan de Designacademy in 2002 met zijn collectie Smoke, waarvoor hij designklassiekers compleet transformeerde door ze in brand te steken, ze op moment van verkolen te blussen en daarna te behandelden met epoxyhars waardoor ze weer gewoon bruikbaar zijn, is Baas niet alleen een publiekslieveling van designminnend Nederland geworden, maar doet hij het ook goed in de binnen- en buitenlandse designscène zelf. Zo werd Smoke direct ingelijfd bij het grote label Moooi en reisde langs allerlei grote designexposities. In 2009 werd Baas zelfs uitgeroepen tot designer van het jaar. En dat startte blijkbaar dus allemaal bij Rupsje Nooitgenoeg. Baas ziet in elk geval de volgende overeenkomsten:

‘ Hij (lees: Rupsje Nooitgenoeg) lijkt geen angst te hebben, ondanks de enorme transformatie waar hij op af stevent. Hij gaat gewoon maar eten, zonder te weten waar het naartoe zal leiden. Zo schijnbaar doelloos op je instinct afgaan wordt, buiten de wereld van de kinderboekjes, niet altijd genoeg op zijn waarde geschat. Ondanks de verleiding van rationeel, planmatig of logisch denken heb ik in mijn werk altijd vertrouwd op intuite. Ik probeer, zowel op lange als op korte termijn, per moment te voelen welke kant het op gaat. Niet alleen omdat het een prettige manier van werken is, maar ook omdat ik geloof dat het tot goede vormgeving leidt.’

 

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=9eDvk6GCwC4[/youtube]

De vastberadenheid en open nieuwsgierigheid waarmee Baas Rupsje Nooitgenoeg beschrijft is ook tekenend voor zijn eigen werkwijze. In al zijn ontwerpen komt een afkeer van massaproductie naar voren, en een alternatief in de vorm van een terugkeer naar menselijke maten. Dat betekent niet alleen een heroverweging van wat nu mooi of lelijk is, zoals Smoke al laat zien, maar ook het op de helling zetten van zogenaamde geijkte concepten. Zie bijvoorbeeld zijn gekke project ‘Hey chair, be a bookshelf‘, waarin schijnbaar achteloos bij elkaar gegooide tweedehands meubelen een soort disfunctionele boekenkast vormen of het project Real Time waarin Baas ‘real time’ films van het verstrijken van de tijd heeft gemaakt die als klok kunnen dienen. Hoe dan ook, in het werk van Baas is altijd een bepaald vakmanschap te vinden, al is dat ook niet echt op de geijkte wijze: op het eerste gezicht straalt het eerder een bepaalde knulligheid uit dan een prachtige afwerking. De hand van de ontwerper moet zichbaar blijven. En dus zie je in Clay furniture uit 2006, wat in het algemeen als de opvolger van Smoke wordt beschouwd, soms letterlijk de vingerafdrukken van Baas erin staan. Hierdoor gooit Baas niet alleen heel wat heilige huisjes om, maar vooral ook de blik van de kijker weer open voor nieuwe interpretaties, iets wat hij zelf als volgt verwoordt in de vergelijking met Rupsje Nooitgenoeg:

‘Het ruspje eet zich dwars door fruit, kaas, worst, ijs en snoep heen. Het leuke daarvan vind ik dat je vanuit een andere invalshoek naar al dat aangevreten voedsel kijkt. Vanaf het moment dat ik het boekje gelezen had was het weliswaar jammer voor mij als er een beestje aan mijn appel had gezeten, maar toch ook fijn voor dat beestje om zo’n hoeveelheid lekkers gekregen te hebben. Het verhaal laat zien, dat je idee van hoe iets hoort te zijn, van wat gaaf of beschadigd is ,positief of negatief, slechts een eenzijdige interpretatie is.’

 

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=46UYoM4hsT0[/youtube]

Hoewel de koppelingen die Baas in het korte interview over het boek met zijn werk maakt af en toe enigszins kunstmatig aandoen, ben ik bereid daar overheen te kijken. Als ode aan alle Rupsjes Nooitgenoeg, die met teveel nodeloze kritiek nooit de kans krijgen om tot een prachtige vlinder te ontpoppen.

Bron citaten: Items, nummer 7: bladzijde 79

**Het format van het interview deed me overigens zijdelings denken aan de blog van Erwin Reijers waarin hij uit foto’s van interviews de boekenkastinhoud van de al dan niet belezen geïnterviewde destileert. Een staaltje literaire gluur-iek die waar alvast een mooie uitleg van wordt gegeven in dit NRC-artikel.

 

Leave a Reply