Homo Ludens 2.0

Sebastian Olma maakte me naar aanleiding van mijn blog ‘Work hard, play harder‘ over de innovatieve kracht van spel voor culturele systemen, erop attent dat de term Homo Ludens, waarmee ik mijn blogje afsloot tevens de titel is van een zeer interessant boek over spel geschreven door de Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga.

Hoewel het boek al in 1938 geschreven is, in een tijd die overigens begrijpelijkerwijs niet al te veel met spel op had, wordt het blijkbaar nog steeds veel gebruikt bij het bestuderen van spellen en speelse systemen (en heeft zich trouwens zelfs geworteld in ons dagelijks taalgebruik in het woord ‘ludiek’ dat van ludens afstamt). Dat komt door het bijzondere uitgangspunt dat Huizinga inneemt: “De voorstelling die in het hier volgende wordt ontvouwd is deze: cultuur komt op in spelvorm, cultuur wordt aanvankelijk gespeeld’ (Huizinga, 1938, pagina 45).

Kortom, Huizinga beschouwt spel niet zozeer als onderdeel van een cultuur, maar de cultuur zelf wordt in de vorm van een spel gecreëerd: “Met het spelelement der cultuur wordt hier niet bedoeld, dat onder de verschillende activiteiten van het culturele leven de spelen een belangrijke plaats innemen, ook niet dat cultuur door een proces van evolutie uit spel zou voortkomen, in dier voege dat iets wat oorspronkelijk spel was, later zou overgaan in iets wat niet meer spel was en cultuur mag heten” (Huizinga, 1938, pagina 45).

Volgens Huizinga is het spel dus bij uitstek uitdrukking van de menselijke vrijheid, omdat het doel op zichzelf heeft voor het welzijn van de gemeenschap. Huizinga gaat zelfs zo ver te stellen dat menselijke beschaving en cultuur als in religieuze rituelen, kunst, rechtspraak en filosofie uitsluitend als spel mogelijk is. Daarom spelen we, in weerwil van het niet-serieuze, alsof-karakter van het spel, met ‘heilige ernst’.

Naar aanleiding van het onderzoeksprogramma Playful Identities: from narrative to ludic identity construction dat hij de afgelopen vijf jaar uitvoerde met Valerie Frissen en Joost Raessens naar het bestaan van de spelende mens in de hedendaagse samenleving, de zogenaamde Homo Ludens 2.o., schrijft Jos de Mul in een recent artikel in de Volkskrant dan ook dat ‘ Huizinga’s Homo Ludens beleeft een wedergeboorte in het tijdvak van Twitter, de iPad en Call of Duty’. [..] In de hedendaagse ‘experience economy’ staat niet alleen de vrijetijdsbesteding – sport, funshopping, pretparkbezoek, talentenjachtprogramma’s op tv – in het teken van het spel, ook serieuze zaken als werk dienen vooral ‘fun’ te zijn.’

Hij haalt de socioloog Zygmunt Bauman aan die stelt dat in onze postmoderne cultuur speelsheid niet langer is voorbehouden aan de jeugd, maar een levenslange houding geworden. En vanuit die houding wordt de hele wereld een spel.

De Mul stelt in zijn artikel dat in de geschiedenis ‘perioden en culturen met een dergelijke speelse wereldbeschouwing’ zich afwisselen met perioden waarin een dergelijke speelse houding als futiel wordt beschouwd: ‘Zo zien we in de Europese cultuur dat na de ernst van de Verlichting (‘Ik zou zo graag verstandig wezen’), het spel in de Romantiek weer op de voorgrond trad. De industriële revolutie, die in de negentiende eeuw zijn beslag kreeg, leek echter weer een abrupt einde te maken aan het romantische speelkwartier, en ook de eerste helft van de twintigste eeuw, getekend door twee gruwelijke wereldoorlogen, leek er weinig reden tot spelen.’

Hoewel De Mul de ludeficering van bijvoorbeeld Warcraft dus plaatst in een bredere lijn, stelt hij ook wel kritische vragen bij de recente invloed van de computer op het spel. In zijn woorden: ‘Homo Ludens 2.0 speelt namelijk niet alleen met, door en via de computer, maar wordt niet in de laatste plaats ook door de computer gespeeld.[..] Bovendien voegen de meeste gebruikers zich, alle enthousiaste geluiden over het creatieve Web 2.0 ten spijt, in vastgestelde formats.De half miljard Facebookpagina’s en de eindeloze stroom tweets getuigen in veel gevallen van een troosteloze uniformiteit en nietszeggendheid. Dat alles was nu niet direct wat de tegencultuur in gedachten had toen zij de Spelende Mens van de Toekomst verkondigde.’

Het artikel van de Mul maakt duidelijk dat het spel weliswaar nog steeds een belangrijke kracht van culturele innovatie is, maar dat dit niet zonder ambiguïteit te bezien valt. Om af te sluiten met een prachtige quote uit zijn artikel: ‘Het spel is de hoogste uitdrukking van menselijke vrijheid, en houdt ons tegelijkertijd in zijn ban.’

Leave a Reply