20×20 in Arnhem: Creatief doe-het-zelf design

Het presentatieconcept is door de vele pecha-kucha avonden inmiddels goed geïntregeerd: binnen 20 dia’s van 20 seconden je verhaal vertellen. Een dergelijke opzet geeft de presentatoren van de avond over het algemeen enige hoofdbrekens van te voren al dan niet klotsende oksels op het moment zelf (ondergetekende kan hierover meepraten), maar biedt aan het publiek vaak een prachtige avond in de vorm van vele visuele presentaties met puntige verhalen.

Zo ook niet anders bij de derde jaarlijkse 20×20 avond van Showroom Arnhem, een samenwerking van CASA, O.P.A. en G.A.N.G van 20 maart. Negen architecten, beelden kunstenaars en ontwerpers gingen aan de slag met het thema ‘Doe het zelf!’ en dat leverde een inspirerende avond op met een grote diversiteit aan presentaties.

‘Doe het zelf’ werd breed geïnterpreteerd door de sprekers van de avond. Zo refereerde beeldend kunstenaar Tim Breukers in zijn presentatie naar de ultieme doe-het-zelvers ‘Buurman en Buurman‘, vatte porselein designer Lenneke Wispelwey het thema op als ondernemerschap, de vrijheid en vooral de durf (grow some guts stond op één van haar dia’s) om als designer volledig je eigen weg te kunnen gaan en stelde beeldend kunstenaar Alphons ter Avest dat zijn drang tot het doe-het-zelven vooral voortkomt uit de ijver iets te willen begrijpen en samen te willen werken met anderen. De mobiele microarchitectuur in de vorm van capsule-hotels en artist-residencties in zeecontainers van REFUNC (Denis Oudendijk en Jan Körbes) en de gecrowdfunde broedplaatsen van Stortplaats voor Dromen waar creatieven een plekje kunnen vinden in een duurzame omgeving , maakten het diverse plaatje compleet.

Hoewel de kwaliteit van de gepresenteerde concepten over het algemeen hoog was sprongen enkele ideeën er extra uit door hun positieve creatieve insteek die soms verrassend goed bleek te leiden tot concrete projecten. Zo onderzocht Arjen de Groot van Atelier Gras! de mogelijkheid van stadslandbouw. Stel je voor dat een stad geheel in zijn eigen voedselproductie zou kunnen voorzien, wat is daarvoor nodig? Het blijkt dat de ontstellend kleine hoeveelheid grond van 9 vierkante meter voldoende is om een heel gezin een heel jaar van te laten eten (hoewel de Groot ruiterlijk toegeeft dat er heel wat meer tijd dan grond in gaat zitten). De Groot trachtte zelfs verder te denken hoe je los van de grond, wat toch een enigzins schaars goed blijft in een stad, een mogelijkheid kunt creeëren om te telen. Een krattensysteem van zakken met grond die op elk plat hard oppervalk geplaatst kunnen worden blijkt het antwoord en zo heeft Studio Gras! een schattig huisje ontwikkeld waar 65 verschillende kruiden en groenten op geteeld kunnen worden: ‘vers van het dak, de wand en de vloer!’ Dit idee weer verder doorvertaald levert een ware eetfabriek op, waar kunsternaarkok Juul Hendriks een eetfestijn aanrichtte van zelfgeteelde producten op en in de ‘fabriek’ op de energie die deze fabriek ook nog eens zelf genereerde. Foto’s van lange schragen met smikkelende mensen tonen dat innovatieve creativiteit letterlijk heerlijk kan zijn!

Esther Meijer van het conceptuele kledinglabel Nieuw Jurk presenteerde haar collectie Krisis. Vanuit de gedachte dat de financiële crisis iedereen raakt, maar jonge startende ontwerpers in het bijzonder, zoekt de collectie naar creatieve manieren om te budgetteren. Dat heeft geleid tot innovaties in de ontwerpmethode van de kleding zelf die door allerlei slimme ritsen niet alleen multidraagbaar, maar ook bewust uniseks is ontworpen. Ook wordt de collectie gefinancieerd door crowdfunding: op de website krijg je als gulle gever voor 25 euro naamsvermelding, voor 75 euro mag je model staan en voor 2000 euro mag je een show lopen. Tot slot is ook gekeken naar het concept van de modeshow, die door de kleding te fotograferen en te exposeren op lange witte schermen die zijn vastgemaakt aan twee modellen, niet alleen heel goedkoop kan worden gehouden, maar ook des te meer de flexibiliteit uitademt waar Krisis voor staat. Krisis blijft enigzins conceptueel aandoen, maar laat wel duidelijk zien dat als je maar enigzins zoekt er genoeg alternatieve manieren zijn om met het minste geld het maximale uit je creativiteit te halen.

Naast concrete projecten, hoe conceptueel ook, was er tevens aandacht voor projecten die reflectie betrachten, vragen stelden en waarvan de initiatiefnemers meer optreden als curatoren en onderzoekers dan als productontwerpers. Zo presenteerde  Annemarie Geurink  bijvoorbeeld haar project D.I.Y. Health. Geurink is gefascineerd door hoe mensen door de financiële crisis gedwongen worden om te bezuinigen op gezondheidszorg en dit doen door gebruik te maken van de informatie die vrijelijk beschikbaar is op het internet. Als je makkelijk een aidstest online kunt bestellen, op een forum kunt lezen dat een knoflookkleedje best goed tegen verkoudheid werkt en youtube tutorials kunt vinden voor voetoperaties, waarom zou je dan eigenlijk nog naar de dokter gaan? Met haar hilarische voorbeelden heeft Geurink de zaal op haar hand, maar als toeschouwer lach je toch enigzins ongemakkelijk. Het is mooi om te zien dat er weer een beweging naar tribalisering plaatsvindt met het ontstaan van volkskennis op het internet, maar al die kruidenoma’s, knutselvaders, jackass studenten, bloggende aziaten en antroposofische huismoeders leveren met hun experimenteer met fimo-klei voor het vervangen van voortanden vooralsnog misschien wel een mooie D.I.Y. Health encyclopedie en D.I.Y. operatiekit op, maar nog weinig veilige gevoelens.

Ook beeldend kunstenaar Alexandra Roozen nam een reflexieve blik aan. Zij stelde zichzelf de vraag of tekeningen die door een machine getekend worden, nog steeds een bepaalde menselijkheid en eigen handschrift kunnen uitademen. Een vraag die extra relevant is bij haar eigen werk dat geometrisch is en bestaat uit regelmatige punten, lijnen en circels. Aangezien Roozen ook nu al regelmatig gebruik maakt van machinale hulpmiddelen zoals een etsnaald aangestuurd door een boorkop om zo precieze afstanden tussen de stippellijnen te kunnen maken, is het voor haar dan ook een kleine stap om zich af te vragen of haar werk wellicht sneller en efficiënter gemaakt kunnen worden door machines. Gaat ze door de mate van perfectie haar menselijke imperfectie missen of kan door inzet van machines juist de capaciteit van haar potlood ten volle benut worden? Relevante vragen in een tijd waarin de invloed van machines op de productie van kunst steeds groter wordt en termen als generatieve kunst steeds meer mainstream worden.

Met de 20x20x9= 60 minuten leverde Showroom Arnhem weer veel inspiratie en stof tot nadenken waardoor eigenlijk na deze avond maar één credo overblijft: ga er zelf mee aan de slag!

Leave a Reply