Amber – de mysterieuze vreemdelinge van de Arnhem Mode Biënnale

Moeder: ‘Is dit mode?’

Dochter: ‘…’

Het was tekenend dat de directeur van de Arnhem Mode Biënnale 2011, JOFF (Joffrey Moolhuizen), zijn welkomstwoord in de bijbehorende brochure op deze manier opende. Want als er één ding centraal stond in de modebiënnale van dit jaar, was dat wel deze vraag, of eigenlijk meer de ‘dotdotdot’: het feit dat er geen antwoord op werd gegeven.

Het tweejaarlijkse evenement van de Arnhem Mode Biënnale is zijn vierde editie ingegaan en heeft inmiddels zowel nationaal als wereldwijd naam gemaakt als mode evenement waar actuele modevormgeving op een toegankelijke manier gepresenteerd wordt aan het grote publiek. Het thema van dit jaar was Amber. De naam van een grillige, mysterieuze, betoverende dame die het gezicht en de muze van de gehele modebiënnale was. In plaats te beginnen vanuit een concreet en duidelijk principe geijkt op beginselen vanuit de mode zelf, zoals de Biënnale van 2009 ‘Shape’ als thema had, werd de Biënnale van 2011 gestart vanuit een vraag: ‘Stel dat we beginnen door eenvoudigweg te stellen ‘mode is een vrouw en haar naam is Amber?’ Door de personificatie van mode werd gehoopt een zoektocht in te zetten naar ‘de ware identiteit van het fenomeen mode’.

De hoofdtentoonstelling op de prachtige locatie van het AkzoNobel terrein, droeg tevens de naam Amber. Amber bevatte drie thema’s. Atmospheres voerde de toeschouwer langs installaties waar geluid, geur, film, fotografie en illustratie de hoofdrol speelden als ‘ontastbare instrumenten die mode hanteert om stemmingen op te roepen of sfeer neer te zetten’. Toeschouwers mochten bijvoorbeeld ongegeneerd snuffelen aan columns die de geuren uitstootten van het speciaal ontworpen parfum ‘Amber’. Of konden zich visueel laten overweldigen door een verscheidenheid aan fragmenten uit fashionfilms, die allemaal tegelijk werden afgespeeld op lange zwarte banieren volgens een selectie op kleur.

In het tweede deel van de tentoonstelling ‘Elements’ werden make-up, haar en accessoires uiteenlopend van schoenen tot een auto, gepresenteerd als mode-instrumenten. Vervreemdende, maar ook grappige ontwerpen van grote namen als Bless, Maison Martin Margiela en de flamboyante schoenontwerper Nicholas Kirkwood, bevroegen de plaats van mode: tussen kunst en kitsch, tussen productdesign en installaties.

Het laatste deel van de tentoonstelling, ‘Visions’ toonde de toeschouwers de ideale werelden van de modeontwerpers: ‘onstuitbare creativiteit, zonder commerciële beperkingen’. Mode nam hier eindelijk de vorm aan van kleding. Maar ook hier kregen de ontwerpers alle creatieve vrijheid. Zo toonde A.F. Vandevorst bijvoorbeeld in een wassen beeld van een slapend meisje dat langzaam opbrandde gedurende biënnale en gaf het Oostenrijkse label Wendy&Jim hun plekje op de biënnale vorm met behulp van een ware tipi.

Met Amber heeft JOFF geprobeerd een totaalervaring te creëren. Mode is in Amber meer geworden dan alleen kleding: ‘Het gaat over de keuzes die je maakt in het leven; welke auto er voor de deur staat, hoe je interieur eruit ziet en welk kapsel je hebt.’ Met deze opzet verscheen Amber in een vorm waarmee mode zich de laatste decennia zich steeds vaker heeft omhuld: als een performance. De manier waarop mode zich tegenwoordig uitdrukt is niet meer te duiden in één zichtbaar, afgesloten beeld of vorm, maar is eerder een serie tekens die het midden houdt tussen theater, film, protest, voorstelling en happening. Dit is terug te vinden in de manier waarop modehuizen tegenwoordig hun collecties presenteren – de overweldigende catwalks van Viktor en Rolf zijn een prachtig voorbeeld – maar ook in de media waarmee mode zich tegenwoordig steeds meer verbindt (en vise versa): muziek, design, lifestyle en film.

Mode kruipt hiermee dicht aan tegen de performancekunst en krijgt hiermee ook een heel andere relatie met haar toeschouwer, wat in Amber ook duidelijk naar voren kwam. Doordat mode een multi(mediaal) veld is geworden, wordt het voorheen enigszins gesloten karakter van mode opengebroken. De toeschouwer kijkt niet meer van buitenaf toe, maar is onderdeel van de performance van mode: ze is van een passieve kijker in een actieve participant veranderd.

Ook Amber vroeg om actie van de toeschouwer, het was een oproep tot beleving en tot zelf met de installaties aan de slag te gaan. Met Amber heeft de Modebiennale het fenomeen mode een naam en gezicht willen geven. Maar meer dan vage omtrekken werden niet duidelijk. Directeur JOFF heeft het de toeschouwer express niet altijd makkelijk willen maken: ‘Amber stelt zich niet altijd meewerkend op. Ze is niet makkelijk te begrijpen of te bevatten, maar ze is altijd onweerstaanbaar’. Er werd dus expres enige vorm van definiëring vermeden. Het hokjes-denken dat normaal gesproken erg met mode verbonden is bleef hierdoor grotendeels achterwege. En dat was verfrissend. Maar ook erg verwarrend. ‘Menigeen heeft getracht het antwoord te vinden op het raadsel dat Amber vertegenwoordigt en menigeen heeft zijn falen moeten erkennen, want zodra we denken dat we deze vlinder gevangen hebben, laat ze ons schrikken door weer op te stijgen en weg te fladderen naar een nieuw avontuur.’

Amber stelde teveel vragen en gaf te weinig antwoorden. Niet alleen op het gebied de achtergrond van de installaties zelf, maar ook de onderlinge verbanden tussen de verschillende installaties en keuzes voor bepaalde modeontwerpers bleven grotendeels buiten het zicht van de toeschouwer, waardoor de tentoonstelling af en toe willekeurig aandeed. En waardoor je als toeschouwer, ondanks alle interessante performancevormen waarin mode zich presenteerde, toch met het gevoel bleef zitten dat je altijd een buitenstaander bent: Amber is een vreemdelinge gebleven.

Leave a Reply